Arrest Pos/Van den Bosch
| Pos/Van den Bosch | ||
| Datum | 17 november 1967 | |
| Instantie | Hoge Raad | |
| Rechters | De Jong, Wiarda, Dubbink, Loeff, Beekhuis | |
| Adv-gen | Van Oosten | |
| Soort zaak | civiel | |
| Procedure | cassatie | |
| Wetgeving | 1401 BW (oud) | |
| Nieuw BW | 3:44, 6:103 BW | |
| Onderwerp | misbruik van omstandigheden, vorm schadevergoeding | |
| Vindplaats | NJ 1968, 42 (noot GJS); LJN AC4789 | |
Het arrest Pos/Van den Bosch (HR 17-11-1967, NJ 1968, 42) [1] is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad waarin de vernietigingsgrond misbruik van omstandigheden wordt uitgewerkt. Deze jurisprudentie is later opgenomen in artikel 3:44 BW.
Daarnaast wordt in het arrest geoordeeld dat onder bepaalde omstandigheden ook schadevergoeding in een andere vorm dan geld kan worden gevorderd en toegewezen. Dit is later gecodificeerd in artikel 6:103 BW.
Inhoud |
Casus [bewerken]
Sinds 30 november 1954 pacht Van den Bosch een stuk weiland gelegen aan de Rijksstraatweg onder Baambrugge (gemeente Abcoude) van Gerrit Brouwer. In het pachtcontract is een clausule opgenomen dat als Brouwer en zijn bij hem inwonende zusters overlijden, Van den Bosch de grond én de boerderij mag kopen.
Gerrit Brouwer en al zijn inwonende zusters overlijden, behalve Neeltje Brouwer. Een achterneef van haar, Pos, beheert het vermogen van de dan hoogbejaarde vrouw. In 1963, Neeltje Brouwer is dan 86 jaar, schenkt zij de grond aan Pos, daartoe door hem aangezet. Pos was bekend met de rechten die Van den Bosch op de grond had.
In 1964 overlijdt Neeltje Brouwer. Als Van den Bosch de grond wil kopen blijkt dat Pos hem voor is geweest. Pos wil niet meewerken aan de overdracht van de grond aan Van den Bosch.
Rechtsvraag [bewerken]
Is het aannemen van de schenking door Pos onrechtmatig jegens Van den Bosch? (Ja.)
Procesgang [bewerken]
Van den Bosch probeert nu via de rechtbank zijn gelijk te krijgen. Hij spant (allereerst) een kort geding aan, om onder meer te voorkomen dat de grond verder verkocht wordt. Van den Bosch verliest dit kort geding. In hoger beroep bij het hof heeft Van den Bosch meer succes. Het hof oordeelt dat, hoewel het in zichzelf nog geen onrechtmatige daad is om te profiteren van de wanprestatie van een ander (in casu Neeltje Brouwer, zij had de grond immers niet mogen vervreemden aan Pos), het in dit geval wel Pos aan te rekenen is. Hij had een grote invloed op haar en maakte zo misbruik van de omstandigheden. Daardoor begaat Pos een onrechtmatige daad ten opzichte van Van den Bosch. Pos gaat in cassatie tegen de beslissing van het hof. De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Hoge Raad [bewerken]
De Hoge Raad komt tot dezelfde conclusie. De Hoge Raad overwoog:
Wat betreft de mogelijkheid van vordering tot levering uit onrechtmatige daad overwoog de Hoge Raad:
Zie ook [bewerken]
- (1965) Arrest Tante Bertha
| Bronnen, noten en/of referenties |