Principaal-agenttheorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Principaal-agentproblematiek)
Ga naar: navigatie, zoeken

De principaal-agenttheorie (agency theory) ook wel het lastgever-agenttheorie, betreft de relatie tussen principaal (opdrachtgever) en agent (opdrachtnemer) waarbij de opdrachtnemer niet alleen de belangen van de opdrachtgever nastreeft bij het uitvoeren van taken voor die opdrachtgever. De opdrachtgever is niet volledig in staat om dit te controleren doordat deze de taak niet zelf uitvoert en daarmee bepaalde informatie niet heeft. Er is sprake van informatieasymmetrie in het voordeel van de agent. Door de informatie- en kennisvoorsprong van de agent krijgt deze ruimte om buiten of zelfs tegen het belang van de principaal het eigen belang te dienen. De agent is meestal de specialist en heeft door zijn positie "dichter bij het vuur" ook een kennisvoorsprong. De agent is weliswaar gehoorzaamheid verschuldigd aan de principaal, maar de principaal kan dit niet afdoende controleren. Voorbeelden van deze problematiek doen zich voor in de meeste verhoudingen op basis van ondergeschiktheid, zoals werkgever-werknemer, aandeelhouders-directie, hogere manager-lagere manager, minister-ambtenaar, regering-ministers, parlement-regering, staatshoofd-regering. Door verschillende mechanismen kan men de belangen van principaal en agent op een lijn stellen of een afdoende controle inbouwen. Agent-principaalproblematiek kan leiden tot moral hazard wanneer de agent een dermate grote informatievoorsprong heeft dat de effectieve controle door de principaal wegvalt.

Werkgever-werknemer[bewerken]

Een van de meest voorkomende voorbeelden is de principaal-agentproblematiek in de werksfeer tussen de werknemer en diens werkgever of superieur. De baas, chef of manager kan immers niet 100% controleren wat zijn werknemers doen, heeft zijn eigen takenpakket en heeft bovendien meerdere werknemers waarop hij moet letten. De werknemer voert de taak uit en weet daardoor precies wat er gaande is. Deze informatievoorsprong verschaft de werknemer de ruimte om tot op zekere hoogte zijn eigen belangen na te streven.

Voorbeeld: De baas stelt voor een bepaalde taak een tijdslimiet van 4 uur. De werknemer kan het in 3 uur, en voor de onderneming zou dit efficiënter zijn. De baas kan echter niet controleren hoe snel hij werkt terwijl de werknemer dat zelf wel weet.

Parlement-regering[bewerken]

Op nationaal niveau komt principaal-agentproblematiek voor tussen het parlement (de principaal) en de regering (de agent). De ministers bezitten departementen gevuld met goed opgeleide en gespecialiseerde ambtenaren. Het parlement bestaat in veel gevallen uit tussen de 50 en 500 personen die om politieke redenen zijn gekozen. Met name bij technische wetgeving, bijvoorbeeld een belastingtechnische wet, komt het hierdoor vaak voor dat de minister deze wet vrijwel ongehinderd door het parlement kan loodsen omdat dit niet de specifieke kennis heeft om deze op zijn juiste merites te beoordelen.