Proefwerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een proefwerk, ook wel repetitie genoemd, is een, meestal schriftelijke, toets, vaak tevoren door de onderwijzer(es) aangekondigd, waarmee wordt beoordeeld of een leerling de leerstof beheerst. De term "schriftelijke overhoring" wordt vaak gebruikt voor een toets die kleiner is en minder zwaar meetelt voor het rapport. De naam "proefwerk" wordt voornamelijk op de middelbare school gebruikt. Op een school voor het basisonderwijs (basisschool) worden de leerlingen meestal getest door een "toets" te maken. Het woord is weliswaar verschillend, maar in feite wordt hetzelfde bedoeld.

Aankondiging[bewerken]

Proefwerken worden meestal ruim tevoren aangekondigd, zodat de leerlingen zich kunnen voorbereiden. In principe zal een leraar zijn proefwerken zo trachten te plannen dat leerlingen niet twee proefwerken op één dag hebben, proefwerkweken uitgezonderd.

Onregelmatigheden[bewerken]

Proefwerkopstelling

Proefwerken worden vaak afgenomen met de tafels in de proefwerkopstelling, waarbij de ruimten tussen de tafels wordt vergroot om spieken te voorkomen. Toch is er hiermee niet uitgesloten dat er gespiekt wordt. Het is namelijk mogelijk dat de leerlingen spiekbriefjes meenemen naar het proefwerk of antwoorden/ezelsbruggetjes op hun lichaam schrijven (meestal op hun handen en/of armen).

Andere onregelmatigheden kunnen zijn: praten, telefoneren, sms'en, te laat komen zonder geldige reden, computer saboteren en voorzeggen.

Bij onregelmatigheden kunnen er diverse maatregelen genomen worden. Meestal krijgt de leerling puntenaftrek of wordt hij/zij gediskwalificeerd, maar in landen als China is spieken strafbaar als misdrijf en staat er maximaal 3 jaar gevangenisstraf op. De maatregel die genomen wordt, hangt af van de situatie.

Proefwerkweek[bewerken]

Op sommige scholen krijgen de leerlingen aan het eind van een trimester een proefwerkweek, ook wel repetitieweek genoemd. In deze week krijgen de leerlingen elke dag een aantal proefwerken die gewoon meetellen als normale proefwerken. Op deze manier kunnen ze alvast wennen aan de manier waarop het eindexamen zal worden gegeven, en de tentamenperiodes waarin de universiteiten werken. Bovendien kan in deze proefwerken alle in het trimester behandelde stof nogmaals de revue passeren. Ook zal meestal de leerling eerder vrij zijn dan op andere dagen; die tijd is bedoeld als voorbereidingstijd voor het volgende proefwerk.

Soorten proefwerken[bewerken]

Er zijn diverse soorten proefwerken.

Schriftelijke overhoring[bewerken]

Een schriftelijke overhoring, kortweg 'schriftelijk' of 's.o.' genoemd, is een 'kleine versie' van een proefwerk, die meestal maar korte tijd (10-20 minuten) in beslag nemen en een lichtere weging hebben. Daar waar proefwerken meestal over een bepaald onderwerp gaan en als afsluitende toets dienen, is een schriftelijke overhoring een tussentijdse toets over een kleinere deelmoot van het onderwerp of over het huiswerk dat voor die dag geleerd had moeten worden. Soms improviseert de docent spontaan ter plekke de vragen. Schriftelijke overhoringen vinden soms onaangekondigd plaats, zodat de leerling geprikkeld wordt zijn huiswerk altijd voor te bereiden.

Mondelinge overhoring[bewerken]

Mondelinge overhoringen, kortweg 'mondeling' genoemd, komen minder voor dan schriftelijke overhoringen en proefwerken. Toch vinden ze met name in hogere klassen plaats bij overhoringen over gelezen boeken uit een vooraf ingeleverde literatuurlijst bij de taalvakken. De overhoring vindt plaats in de betreffende taal. De docent kan op die manier niet alleen de kennis over de gelezen boeken testen, maar zich ook een beeld vormen van het niveau van actieve taalbeheersing van de leerling.

Theorietoets[bewerken]

In deze toetsen wordt schriftelijk de leerstof getest. Bij een schriftelijke toets kan meestal maar een gedeelte van de lesstof worden nagevraagd. De stof wordt meestal nagevraagd in de vorm van open- en meerkeuzevragen. Verder is het mogelijk dat de leerlingen iets moeten tekenen, kleuren of een schema moeten invullen.

Tekstanalyse[bewerken]

Bij de taalvakken komen naarmate men verder vordert tekstanalysen ('teksten') vaker voor, ter voorbereiding op het Centraal Schriftelijk Eindexamen waar ze traditioneel zwaar meetellen. De leerling moet een tekst in de eigen of vreemde taal lezen en hier (meestal multiple choice) vragen over beantwoorden.

Praktijktoets[bewerken]

Deze toetsen komen veel minder vaak voor dan theorietoetsen, maar ze bestaan wel degelijk. In deze toetsen worden de leerlingen getoetst doordat ze een opdracht moeten uitvoeren. Bij de vakken scheikunde en biologie is het bijvoorbeeld zeer gebruikelijk ieder jaar een of meer practica te geven. Ook bij het vak Tekenen worden de tijdens het jaar gemaakte tekeningen als proefwerken beoordeeld.

Luistertoets[bewerken]

Wat de praktijktoets is voor de betavakken, is de luistertoets voor de (vreemde) talen. De leerling beluistert een opname van een gesprek of radioprogramma waarna dit in 'moten' herhaald wordt. Na iedere 'moot' volgt een (door een toon aangekondigde) pauze waarin de leerling de tijd krijgt om de multiple choicevraag op zijn vragenformulier schriftelijk te beantwoorden, waarna de volgende 'moot' volgt. Deze toetsen worden vaak als vermoeiend ervaren omdat voortdurend een hoog concentratieniveau vereist is.

Spreekbeurt[bewerken]

Een spreekbeurt is een presentatie van een leerling over een bepaald onderwerp. Het doel hiervan is meervoudig. De leerling leert spreken voor publiek, en de leraar kan een beeld van zijn vermogen tot zelfstudie en taalbeheersing vormen. Spreekbeurten tellen voor de leerling vaak mee als een proefwerk.

Werkstuk of scriptie[bewerken]

De schriftelijke tegenhanger van de spreekbeurt is het werkstuk, op universiteiten vaak scriptie genoemd. Dit is een geschreven presentatie over een bepaald onderwerp, die eveneens vaak meetelt als een proefwerk. Het is mogelijk dat het werkstuk of de scriptie gecombineerd wordt met een spreekbeurt of presentatie, waarin men het bestudeerde onderwerp mondeling moet presenteren en eventueel verdedigen.

Cijfers[bewerken]

Als beoordeling van een proefwerk wordt over het algemeen een cijfer gegeven, variërend van 1 (slecht) tot 10 (uitstekend). Meestal zal het gemiddelde van deze cijfers uiteindelijk gelden als rapportcijfer.

Op scholen en universiteiten wordt werk van leerlingen en studenten door middel van cijfers beoordeeld. Men tracht hiermee een zo objectief mogelijk beoordelingssysteem te verkrijgen. Bijkomend voordeel is dat men met cijfers gemiddelden kan berekenen, dus een beter beeld kan hebben hoe gepresteerd wordt over een langere periode. Men kan lineair tot een cijfer komen (wie bijvoorbeeld 69% goede antwoorden heeft krijgt een 6,9), nonlineair (aftrek voor ieder fout antwoord, bijvoorbeeld 5 fout is een 8; 10 fout een 5.5, 15 fout is een 4), of via een puntentelling met formule en/of verdeelsleutel. Een voorbeeld van dat laatste: gehaald aantal punten gedeeld door aantal te behalen punten maal 9 plus 1 (maal 10 zou lineair zijn). Het is ook mogelijk om punten te bekomen bij peer-to-peer evaluation. Leerlingen en studenten beoordelen elkaar. In de Verenigde Staten gebruikt men soms 'grading on the curve', waarbij de cijfers de positie van de leerling vergeleken met de rest van de groep weergeeft. De beste leerling krijgt dan bijvoorbeeld een A+, de nummer 2 een A, de nummer 3 een A-, enzovoort. De hierop geuite kritiek is dat dit systeem niet tot een enkele objectieve maatstaaf leidt, en dat het concurrentiestrijd tussen leerlingen bevordert. Het wordt nu immers lonend om een ander in zijn of haar studievooruitgang te belemmeren omdat dit tot een hogere rangorde dus een hoger cijfer leidt. Dit systeem wordt soms ook toegepast bij beoordeling van werknemers, waarbij het bedrijf de slechtst presterende werknemers laat afvloeien.

Hoe het ook zij, de cijfers geven in België en Nederland de volgende beoordelingen weer:

cijfer betekenis
10 uitmuntend
9 zeer goed
8 goed
7 ruim voldoende
6 voldoende
5 twijfelachtig / zwak / net niet voldoende
4 onvoldoende
3 ruim onvoldoende
2 slecht
1 zeer slecht

Wie gemiddeld een 8 of meer haalt komt in aanmerking voor cum laude. In de Verenigde Staten en een aantal Angelsaksische landen krijgt men letters in plaats van cijfers. In Frankrijk lopen de cijfers van 1 tot en met 20, waarbij 10 of hoger voldoende is, en een 8 of 9 onvoldoende maar compensabel. Dit systeem wordt ook toegepast op de Belgische universiteiten. In Rusland lopen de cijfers van 1 tot en met 5. Het equivalent van cum laude wordt daar gevormd door gouden en zilveren sterren. Soms is de betekenis ook omgekeerd, waarbij 1 voor goed staat en de beoordeling met het klimmen van de cijfers afneemt; dit is het geval in Duitsland waar de cijfers van 6 tot 1 lopen. En in weer andere landen als Zweden doet men niet aan cijfers. Dat maakt de leerlingen volgens de overheid alleen maar zenuwachtig om niets.