Ramush Haradinaj

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ramush Haradinaj (Glodjane, Dečani, Kosovo, 3 juli 1968) is een voormalig Kosovaars-Albanees guerrillalid en politicus.

Ramush Haradinaj was aanvoerder van de eenheid Zwarte Adelaars van het Kosovo Bevrijdingsleger tussen 1998 en 1999 in de regio Dukagjin.

Toen de Servische regering van Slobodan Milošević in 1989 de Kosovaarse autonomie ophief, verliet Haradinaj het land. In zijn ballingsoord Zwitserland verdiende hij de kost als gymleraar en uitsmijter. Maar tevens kocht hij op de zwarte markt wapens voor de strijd van de etnische Albanezen in Kosovo. In 1997 keerde hij terug en een jaar later begon de opstand.

In september 2004 behaalde de politieke partij Alliantie voor de Toekomst van Kosovo, waarvan hij de oprichter is, 8 % van de stemmen. Hij ging een coalitie aan met de grote winnaar, de LDK van Ibrahim Rugova. Op 3 december 2004 koos het parlement Rugova tot president en Haradinaj tot premier. Na 100 dagen trad hij af omdat hij beschuldigd werd van oorlogsmisdaden. Hij mocht in afwachting van het proces in Kosovo blijven en bleef in die tijd actief in de politiek.

Hij werd ervan verdacht etnische Serviërs, met de vijand samenzwerende Kosovaarse Albanezen en zigeuners te hebben gemarteld, verkracht, vermoord en verdreven. Zijn proces is op 7 maart 2007 begonnen in Den Haag voor het Joegoslavië-tribunaal. Dat sprak hem op 3 april 2008 vrij wegens gebrek aan bewijs. Alle getuigen hadden zich in de loop van het proces teruggetrokken, en het vermoeden van intimidatie werd door waarnemers openlijk uitgesproken. Het Tribunaal achtte grove schendingen van de mensenrechten voor het UÇK bewezen, maar kon de persoonlijke betrokkenheid van Haradinaj niet vaststellen. Een van zijn medebeschuldigden werd tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Op 17 april 2009 is hij uitgeroepen tot ereburger van Kosovo.

Zijn voorganger als premier van Kosovo was Bajram Rexhepi en zijn opvolger Bajram Kosumi.