Reddingsboot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
KNRM-reddingboot Christien op de Waddenzee
Vrijeval-reddingsboot
Reddingsboot, Mihály Zichy, 1847

Een reddingsboot of reddingboot is een boot waarmee schepen of mensen in nood te hulp kunnen worden geschoten of waarmee ze zichzelf kunnen redden.

Schrijfwijze[bewerken]

In het jargon van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) wordt strikt onderscheid gemaakt tussen beide functies en wordt de schrijfwijze reddingboot (zonder "s") gebruikt voor de schepen waarmee hun bemanningen uitvaren om hulp te verlenen en is een reddingsboot (met "s") een relatief klein vaartuig, vaak aan boord van een ander schip, dat gebruikt wordt voor zelfredzaamheidsdoeleinden: zie ook reddingssloep. De redacteurs van het Groene Boekje hebben er kennelijk voor gekozen deze behoefte aan onderscheid in het taalgebruik door de vakgroep te negeren en de schrijfwijze met tussen-s niet meer op te nemen.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste reddingen werden uitgevoerd met simpele roeiboten. Deze werden door vrijwilligers bemand. Dat deze primitieve manier van redden niet altijd succesvol was, laat zich raden. Later ging men zich beter organiseren en zodoende werden in diverse landen reddingmaatschappijen opgericht. Zo ontstonden in Nederland de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij (KNZHRM) en de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen (KZHMRS). Later zijn beide samengegaan in de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij.

Na het zinken van de PS Normandy in 1870 was de Board of Trade van mening dat het niet mogelijk was om passagiersschepen te verplichten voorzien te zijn met voldoende reddingsboten. Ze zouden de dekken hinderen en eerder een gevaar vormen dan er een afbreuk aan te doen. Vanaf de 20ste eeuw werden de schepen groter en konden er dus ook meer passagiers meereizen, maar nog steeds waren er geen concrete regels over reddingsboten. Pas na het zinken van de RMS Titanic in 1912 werd de maritieme wereld wakker geschud. Zo kwam in 1914 het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (International Convention for the Safety of Life at Sea, SOLAS) tot stand. Deze conventie verplicht schepen van een voldoende aantal reddingsboten voorzien te zijn afhankelijk van het aantal passagiers dat ze kunnen vervoeren.

Verschillende types reddingsboten[bewerken]

De open reddingsboot[bewerken]

Open reddingsboot

De open reddingsboot is vergelijkbaar met een sloep. Hij heeft geen dak en is vaak ook niet voorzien van een motor. Mede door het feit dat hij geen dak heeft, kan hij ook geen 100% veiligheid en bescherming voor de passagiers garanderen. De open reddingsboot komt niet meer zo veel voor. Je zal hem vooral tegenkomen op oudere schepen.

Half gesloten reddingsboot[bewerken]

De half gesloten reddingsboot kom je voornamelijk tegen op grote passagiersschepen. Doordat hij niet volledig gesloten is, zal het inschepen sneller en gemakkelijker gaan wat erg belangrijk is op passagiersschepen. De reddingsboot biedt meer bescherming dan een open reddingsboot, maar geeft nog steeds geen 100% garantie op veiligheid.

Volledig gesloten reddingsboot[bewerken]

Gesloten reddingsboot

De volledig gesloten reddingsboten bieden de beste bescherming voor de passagiers. Vaak zijn ze zelf-oprichtend d.w.z. dat ze uit zichzelf altijd terug rechtop zullen komen ongeacht hoe ze in het water terecht komen. Sommige van de gesloten reddingsboten zijn ook brandwerend. Deze zal je dan voornamelijk op tankers tegenkomen. Ze zijn voorzien van een sprinklersysteem en extra persluchtflessen zodat een overdruk in de reddingsboot gecreëerd kan worden en de gevaarlijke gassen buiten blijven.

Vrijvalreddingsboot[bewerken]

Sommige schepen zijn voorzien van een vrijvalreddingsboot. Deze reddingsboot is geconstrueerd op het achterdek van het schip en neerwaarts hellend gericht. Dit type reddingsboot is speciaal ontworpen om snel van het schip te kunnen evacueren en is sinds 2006 verplicht op bulkschepen.

Reddingsboot vs. reddingsvlot[bewerken]

Reddingsvlot van de MS Estonia

Reddingsvlotten zijn over het algemeen opvouwbaar. Ze worden opgeslagen in een ton gemaakt uit glasvezel. Deze tonnen moeten resistent zijn tegen hevige weersomstandigheden en slijtage. De tonnen bevatten een fles met een gas op hoge druk, vaak perslucht, die wordt geactiveerd bij het openen van de ton. Zo wordt het reddingsvlot automatisch opgeblazen.

In tegenstelling tot een reddingsboot waar vaak inspecties worden uitgevoerd, is een reddingsvlot verzegeld. Enkel gecertificeerde faciliteiten mogen de tonnen openen voor inspectie. Een ander groot verschil is dat je om een reddingsboot te water te laten getrainde bemanningsleden nodig hebt. Het duurt veel langer en het risico op falen is groter en sterk afhankelijk van menselijke factoren. Een reddingsvlot daarentegen is vaak bevestigd aan de reling van het schip en kan door middel van een ‘hydrostatic release system’. Door de hydrostatische druk van het water (bijvoorbeeld als het schip zinkt) wordt een mechanisme in werking gesteld en wordt het reddingsvlot alsnog geopend.

Toch heeft een reddingsvlot ook een aantal nadelen ten opzichte van de reddingsboot. Zo is het reddingsvlot niet voorzien van een motor terwijl de moderne reddingsboten dit wel hebben. De reddingsvlotten hebben meer kans op fouten in het inflatiesysteem waardoor ze niet worden opgeblazen. Ook hebben reddingsvlotten een kleinere overlevingsvoorraad aan boord. Zo zou je met een volledig bemande reddingsboot een week toekomen met de voorraden, in een reddingsvlot kom je er slechts drie dagen mee toe.

Nederlandse reddingboten[bewerken]

Er zijn verschillende typen reddingboten te onderscheiden. In het verleden waren dit bijvoorbeeld: roeireddingboten, zeilreddingboten, motorreddingboten. Verder is het ook afhankelijk van de plaats waar een boot gestationeerd is: bijvoorbeeld strandreddingboten, havenreddingboten of een vlet voor gebruik in ondiep water.

Bekendheid kreeg Nederland met de eerste grote zelfrichtende motorreddingboot de Insulinde. Met de Prinses Margriet en Johannes Frederik zijn ook de eerste grote Rigid Inflatable reddingboten gebouwd.

Ook heeft Nederland een recent ontworpen reddingsboot, de Nikolaas.

Buitenlandse reddingboten[bewerken]

Elk land bouwt zijn eigen reddingboten. De grootste reddingboot in dienst is de 46 meter lange Hermann Marwede van de Deutsche Gesellschaft zur Rettung Schiffbrüchiger (Duitsland).

Moderne reddingboten zijn zeer goed uitgerust met allerlei apparatuur om het redden van de schipbreukelingen en het verlenen van hulp aan schepen aanzienlijk te vergemakkelijken.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]