Reliability centered maintenance

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Reliability Centered Maintenance (RCM) is een verbetermethodiek binnen onderhoudsmanagement.[1]

RCM wordt gezien als de best practice voor het opstellen en optimaliseren van het preventieve onderhoudsprogramma van een technisch (deel)systeem met als doel een zo hoog mogelijke beschikbaarheid tegen zo laag mogelijke kosten te realiseren, rekening houdend met de eisen die vooraf aan het systeem gesteld worden. RCM heeft niet als doel om het optreden van storingen te voorkomen, maar om de gevolgen van die storingen binnen de grenzen te houden die vooraf als acceptabel worden gesteld.

Historie[bewerken]

De oorsprong van Reliability Centered Maintenance ligt in de vliegtuigindustrie. Reeds in de jaren '60 gaf de United States Federal Aviation Industry (FAA) de aanzet tot deze methodiek met een grootschalig onderzoek naar het onverklaarbare faalgedrag van bepaalde vliegtuigcomponenten en de mogelijkheden van preventief onderhoud [2]. De bevindingen van dit onderzoek werden verwerkt in een rapport, dat bekendstond onder de naam MSG-1 (Maintenance Steering Group), en voor het eerst toegepast werd op het onderhoudsprogramma van de nieuwe Boeing 747. Het onderhoudsprogramma van de Boeing 747 werd hiermee het eerste onderhoudsprogramma dat gebaseerd was op de principes van RCM. Na het succes van de Boeing 747 werd deze techniek verder uitgerold. Niet alleen binnen de vliegtuigindustrie, maar ook daarbuiten. Onder aanvoering van John Moubray, een van de betrokkenen van het eerste uur, werd deze techniek (inmiddels RCM genoemd) begin jaren '80 ook binnen de mijnbouw en industrie geïntroduceerd. Het milieu aspect van de RCM methodiek bleek binnen de andere industrieën minder goed vertegenwoordigd en dit resulteerde in 1990 in een aangepaste methodiek, RCMII genaamd. Er zijn ook nog andere vormen van RCM zoals bijvoorbeeld dRCM wat staat voor dynamic Reliability-Centred Maintenance. Deze vorm werd in 2006 geïntroduceerd. Het is een vorm van RCM waarbij eisen als snelheid, pragmatiek, grondigheid en tevens kosteneffectiviteit ook mee worden genomen in het proces. Het is niet altijd nodig om in alles zeer grondig te werk te gaan.[3]

7 Basisvragen[bewerken]

fig.1 De 7 basisvragen van RCM

RCM is een gestructureerde aanpak waarmee de meest kosteneffectieve onderhoudstaak wordt bepaald voor iedere (mogelijke) storing aan de installatie. Centraal binnen dit proces staan de 7 basisvragen, zie fig. 1. Om te bepalen welke onderhoudstaken nodig zijn voor een installatie, dient men eerst te weten welke functie(s) de installatie moet vervullen (vraag 1). RCM maakt hierbij onderscheid in primaire functies (functies waarvoor de installatie is aangeschaft) en secundaire functies (bijvoorbeeld het veilig kunnen uitvoeren van de functie). Voor iedere functie van de installatie dient bepaald te worden wat het vereiste prestatieniveau is. Voor primaire functies kan dit uitgedrukt worden in prestatie/snelheid, beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de installatie. Voor alle functies geldt dat het vereiste prestatieniveau meetbaar moet zijn.

Vervolgens kan bepaald worden welke storingen ervoor zorgen dat de installatie niet meer aan het vereiste prestatieniveau kan voldoen. RCM noemt dit functionele storing (vraag 2). Dit kan een totale uitval van de functie betekenen, maar ook een gedeeltelijke uitval. Voor elke functionele storing worden alle mogelijke vormen (faalvormen) in kaart gebracht (vraag 3). De storingsvormen omvatten normale veroudering en slijtage, maar ook menselijke falen en invloeden van buitenaf.

De volgende stap is het in kaart brengen van de gevolgen van iedere storingsvorm (vraag 4). Een storingseffect beschrijft wat er gebeurt als de storing optreedt. Bijvoorbeeld het branden van een waarschuwingslamp, het ontstaan van rook of een ongewone geur, of het geheel uitvallen van de installatie. Daarnaast wordt omschreven wat de gevolgen zijn op het gebied van de 4 waardedrijvers in onderhoud; Beschikbaarheid, Kosten, Veiligheid, Gezondheid en Milieu en Middelen. Deze informatie is van belang voor de volgende stap: het bepalen van de consequentie van de storing (vraag 5).

Niet alle storingen hebben een even groot belang. RCM zorgt voor het prioritiseren van deze storingen. Immers, storingen met minimale consequenties behoeven geen preventieve actie die de kans van het optreden van de storing verminderd. De laatste stappen in het RCM proces zijn het vaststellen van de meest geschikte proactieve taak. Een proactieve (=preventieve) taak is een periodieke geplande revisie, vervanging of een inspectie om een mogelijke storingen op te sporen. Als het niet mogelijk is een proactieve taak te bedenken dient een andere actie ondernomen te worden zoals een ontwerp-verandering, een totale vervanging van de installatie of het accepteren van de storing, en dus ook de mogelijke gevolgen. Bij de laatste optie kunnen de gevolgen nog enigszins beperkt worden door na te denken voor de reparatiemethode en eventueel het alvast klaarzetten van reservedelen om zo de totale stilstanddtijd te verminderen.

dRCM[bewerken]

dRCM is een dynamisch geheel. Het past grondigheid toe waar nodig en snel en dus ook minder accuraat waar mogelijk.Tijdens implementatie willen we dat de organisatie die het gaat toepassen op korte termijn zal scoren om zo de interesse hoog te houden. Resultaten scoren in het begin geeft de hele organisatie meer interesse en moed om er mee door te gaan. De minder interessante delen worden alleen in de tijd wat verschoven. Prioriteiten stellen met resultaten en dus een pragmatische aanpak. Dat resulteert in enorme tijdswinst, snellere acceptatie door medewerkers en sneller resultaat voor de klant. Dynamic RCM voldoet 100% aan de SAE JA1011 normering en heeft RCM2 op een aantal vlakken drastisch geoptimaliseerd en aangepast aan de huidige stand der technieken. Dynamic RCM is volledig toepasbaar om alle mogelijke bedrijfsdoelstellingen bij voortduring steeds beter leren te realiseren. Dynamic RCM onderhoudt mens, methode en machine. Dynamic RCM is een geïntegreerd onderdeel van het DORA concept.


Referenties

Zie ook[bewerken]