Rolstoelbasketbal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Basketbalwedstrijd op de Paralympische Zomerspelen van 2008
Sportrolstoel voor rolstoelbasketbal
Basketbalveld
Basket

Rolstoelbasketbal is een variant op basketbal, waarbij de sporters gebruikmaken van een rolstoel.

Geschiedenis[bewerken]

De sport werd voor het eerst in 1945 in de Verenigde Staten gespeeld door oorlogsveteranen van de Tweede Wereldoorlog. Ook in Groot-Brittannië werd in die tijd een soort van rolstoel basketbal ontwikkeld genaamd netball. Deze twee takken van sport zijn later gecombineerd tot het rolstoelbasketbal zoals we dat nu kennen. Tegenwoordig zijn er zo'n 30.000 rolstoelbasketbalspelers en sinds de Paralympische Spelen van 1960 is het rolstoelbasketbal paralympisch. Vanaf 1968 doen ook vrouwen mee.

De regels voor rolstoelbasketbal zijn niet veel anders dan die van basketbal, slechts het gebruik van een rolstoel is verplicht. Of de sporter in het dagelijks leven ook gebruik maakt van een rolstoel is daarbij (in ieder geval in Nederland) niet relevant.

Nederland[bewerken]

In Nederland is de sport georganiseerd in een competitie die is onderverdeeld in vier divisies: bovenaan staat de Eredivisie met daaronder de A, B en C toernooidivisies. Vanaf het seizoen 2009-2010 wordt er in alle divisies met een zogenaamd puntensysteem gewerkt. De eredivisieteams spelen parallel aan de eigen competitie ook tegen de sterkste Belgische teams in de zogenaamde Bene-competitie. De drie lagere divisies spelen hun wedstrijden in toernooivorm. Er is geen aparte competitie voor dames en heren: de teams zijn gemengd. In alle divisies worden de dames en jongeren wel in punten gecompenseerd vanwege het verschil in fysiek vermogen.

De Nederlandse Basketball Bond (NBB) organiseert de competitie tezamen met Gehandicaptensport Nederland voorheen de NEBAS. De internationale wedstrijden worden georganiseerd door de International Wheelchair Basketball Federation (IWBF). Internationaal wordt Nederland vertegenwoordigd door het Nederlands rolstoelbasketbalteam.

Handicap en puntensysteem[bewerken]

In de competities wordt met een zogenaamd puntensysteem gewerkt: iemand met een zware handicap krijgt een lager aantal punten dan iemand met een lichte handicap. Het minimumaantal punten dat een speler kan krijgen is 1, het maximum is 4,5. Een valide speler krijgt altijd 4,5 punt. Voor de competitie geldt dat er slechts 2 valide spelers met een team mogen meedoen. De definitie die de bond gebruikt om te bepalen of iemand een handicap heeft is de volgende: "Een rolstoelbasketballer kan niet springen, sprinten en pivoteren als een valide basketballer, en er moet sprake zijn van een objectieve permanent meetbare fysieke beperking in het bewegingsapparaat die geverifieerd kan worden via medisch geaccepteerde methoden als röntgen, scanners en testen.". Iemand die niet aan de definitie voldoet wordt als valide speler aangemerkt.

Regels[bewerken]

Bij rolstoelbasketbal is het de bedoeling dat de bal door het basket van de tegenstander gegooid wordt. Een team heeft 24 seconden om proberen te scoren. Als deze tijdslimiet wordt overschreden, dan krijgt de tegenpartij de bal. De spelers moeten de bal dribbelen als ze hem in bezit hebben, het dribbelen bij rolstoel basketbal gaat een beetje anders dan dribbelen bij gewoon basketbal. De regel is dat er 2 keer aangezet mag worden (het zogenaamde 'pushen') voordat de bal gestuit moet worden. Als na tweemaal pushen de speler de bal niet stuit of overspeelt maar nog een keer pusht wordt hij door de scheidsrechter afgefloten voor de overtreding '3 keer pushen', in dat geval gaat de bal naar de tegenpartij.

Als de bal door het net van de tegenstander gaat krijgt het scorende team een of meerdere punten.

  • 1 punt uit een vrije worp
  • 2 punten uit het tweepuntergebied gebiedsdoel.
  • 3 punten uit het driepuntergebied van het gebiedsdoel.

Een rolstoelbasketbal wedstrijd bestaat uit vier periodes van tien minuten. Na de eerste en derde periode is er een pauze van één minuut. Na de tweede periode is er een pauze van vijftien minuten. Bij een gelijke stand na de vier periodes volgt er een verlenging van vijf minuten. Blijft de stand gelijk dan wordt er net zo lang met vijf minuten verlengd tot een team gewonnen heeft.

Speelveld[bewerken]

Het speelveld is 28x15 meter met op elk uiteinde een basket. Deze basket hangt op een hoogte van 3,05 meter, en het middelpunt van de basket ligt op 1,575 m vanaf de achterlijn. Het veld heeft twee zij- en achterlijnen, een middenlijn, een vrijeworplijn deze ligt op 5,80 meter van de achterlijn en een driepuntlijn deze ligt op 6,25m vanaf het middelpunt van de basket. Verder is er nog de middencirkel waar elke wedstrijd begint. Bij de basket ligt nog een gebied dat de bucket wordt genoemd. De bucket is een gebied dat begint bij de achterlijn, daar 6 meter breed is en zich versmalt richting de vrijeworplijn, die het gebied begrenst. De korf bevindt zich op 1,2 meter van de achterlijn. De korf heeft een diameter van 0,45 meter, het backboard is 1,80 meter breed en 1,05 meter hoog. De onderkant van het bord bevindt zich op een hoogte van 2,90 meter, de afstand van de driepuntlijn deze bevindt zich op 7,24 meter vanaf de basket.

Teams[bewerken]

Elk team bestaat uit maximaal twaalf spelers, minimaal 5 spelers. Elke wedstrijd moet met beginnen met vijf spelers per team in het veld. Met minder spelers mag er niet begonnen worden aan de wedstrijd. Maximaal mogen er per team zeven wisselspelers naast het veld staan.

Elk teamlid wordt in een klasse ingedeeld: er zijn klassen lopend van 1 t/m 4,5 (per klasse een half punt verschil). De indeling gebeurt op basis van de mogelijkheden van de speler, waarbij de rompbeweging en stabiliteit bepalende factoren zijn.

Het totaal van de punten van de spelers per team in het veld, mag niet meer dan 14,5 punten zijn. Internationaal mag het totaal 14 punten per team zijn. In de lagere landelijke competities gelden andere puntenwaardes per team (ingesteld vanaf seizoen 2007-2008).

De rolstoel[bewerken]

In de eerste jaren werd gebruikgemaakt van de ADL-rolstoelen die ook voor dagelijks gebruik geschikt waren. Inmiddels zijn er speciale sportrolstoelen ontwikkeld die licht maar ook heel sterk zijn. Deze rolstoelen hebben schuinstaande wielen om de wendbaarheid te vergroten, en hebben aan de achterkant een of twee kiepwieltjes tegen het omvallen. Aan de voorkant zit een verplichte bumper die niet hoger mag zijn dan 11 cm.

Zie ook[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties