Lichamelijke handicap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Een persoon met een lichamelijke of motorische handicap is iemand die door een probleem aan zijn lichaamsdelen gehinderd wordt in zijn handelingen en/of bewegingen. De handicap kan ontstaan doordat lichaamsdelen niet volgroeid of beschadigd zijn (fysieke afwijkingen) of doordat lichamelijke functies verstoord zijn (functionele afwijkingen).

Fysieke afwijkingen van lichaamsdelen[bewerken]

Een handicap kan worden veroorzaakt door fysieke afwijkingen van lichaamsdelen. Voorbeelden hiervan zijn:

Functionele afwijkingen[bewerken]

Wanneer de ledematen intact zijn, maar door aantasting van de zenuwen of spieren het lichaam niet normaal functioneert, spreken we van functionele afwijkingen. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

Hulpmiddelen[bewerken]

Meestal wordt er voor personen met een ernstige lichamelijke handicap in een hulpmiddel voorzien om gemakkelijker te kunnen functioneren in de maatschappij. Iemand met een ernstige motorische handicap ter hoogte van de benen maakt vaak gebruik van een rolstoel. Mensen met een motorische handicap van de handen (uitvallen van de fijnmotoriek) of de armen kunnen dat compenseren met een manipulator of taakgespecialiseerde hulpmiddelen zoals een eetapparaat of bladomslagapparaat.

Een rolstoel, manipulator, computer, communicatiehulpmiddel en andere apparatuur in de woonomgeving kunnen bediend worden met behulp van opnemers of sensoren. Deze kunnen bijvoorbeeld hoofdbewegingen, oogbewegingen, geluiden (brommen of fluiten), spraak, beweging van het oor of zwakke vingerbewegingen meten en als stuursignaal gebruiken. Er wordt ook studie gedaan naar het gebruiken van hersengolven hiervoor.

Voorbeeld hiervan: een schakelaar, trackball, een toetsenbordje, een joystick, elektrodes om EMG of EEG te meten of een microfoon.

Wanneer de hoeveelheid informatie te laag is, bijvoorbeeld bij een eenfunctieschakelaar (alleen aan of uit), kan via een langdurig proces gekozen worden voor een scanningsapparaat, waarbij via een bepaalde procedure uit de verschillende mogelijkheden (bijvoorbeeld de 26 letters of een groot aantal symbolen) na elkaar gekozen kan worden.

Zie ook[bewerken]