Savoe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Savoe
Eiland
IndonesiaEastNusaTenggara.png
Savoe
Locatie
Eilandengroep Kleine Soenda-eilanden
Locatie Indische Oceaan
Algemeen
Oppervlakte 460 km²
Inwoners ca. 95.000

Het kleine Indonesische eiland Savoe is bekend onder verschillende namen: Savu, Sawu, Sabu, Hawu. Het ligt ten zuiden van Flores, westelijk van Timor en ten zuidoosten van Soemba. Het heeft een oppervlakte van ongeveer 460 km². Het eiland maakt deel uit van de provincie Oost-Nusa Tenggara.

Geschiedenis[bewerken]

De beroemde kapitein James Cook gebruikte het eiland in de achttiende eeuw als pleisterplaats om nieuwe voorraden in te slaan. Later werd het eiland bezocht door Portugese missionarissen, gevolgd door Nederlandse zendelingen. Het eiland is net als Soemba niet erg beïnvloed door de westerse levensstijl en kent evenals Soemba nog oude animistische gebruiken ("jingitui") als offeren en voorouderverering.

Geografie[bewerken]

Het is een droog eiland (onder invloed van de hete winden van het Australisch continent) met weinig landbouw. Het landschap is onaangetast en omgeven door een prachtige heldere zee. Vanaf Kupang op Timor vertrekt twee maal per week een boot naar Savoe. Vanuit Savoe vaart de boot door naar Waingapu op Soemba. Op Savoe is weinig accommodatie voor reizigers.

Net ten zuidwesten van het Savoenese hoofdeiland ligt op zes kilometer afstand het eiland Raijua, dat een apart onderdistrict van het regentschap Kupang vormt.

Bevolking[bewerken]

Er wonen ongeveer 95.000 Savoenezen op het eiland zelf, terwijl er ongeveer 15 a 25.000 in de loop der jaren zijn gemigreerd naar andere eilanden van de Indonesische archipel (1981). Zo woonden er reeds in het begin van de twintigste eeuw Savoenezen op Soemba in de buurt van Waingapu en Malolo. Ze hielden zich onder andere bezig met strand- en zeeroof. Andere plaatsen waar de Savoenezen zich vestigden waren Ende op Flores en het gebied van Kupang op Timor.

Taal[bewerken]

Men spreekt Savoenees in meerdere dialecten zoals: Seba (Heba), Timu (Dimu), Liae, Mesara (Mehara) en Raijua (Raidjua).