Sharon Jones & The Dap-Kings

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sharon Jones & The Dap-Kings
Op Pori Jazz (2010)
Op Pori Jazz (2010)
Achtergrondinformatie
Jaren actief 2001-heden
Oorsprong New York, Vlag van Verenigde Staten USA
Genre(s) soul / funk
Label(s) Daptone Records
Leden
Zang Sharon Jones
Begeleiding The Dap-Kings
Website
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Sharon Jones & The Dap-Kings is een Newyorkse soul-/funkband bestaande uit zangeres Sharon Jones en de huisband van het Daptone-label. Hun muziek, gemaakt volgens de tradities van eind jaren '60/begin jaren '70 (onder anderen James Brown) met analoge opnametechnieken en instrumenten die al jaren niet meer verkrijgbaar zijn, wordt ook wel rawfunk genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Beginjaren[bewerken]

Sharon Lafaye Jones (Augusta, Georgia; 4 mei 1956) verhuisde op jonge leeftijd naar New York; in de kerk zong ze gospels en bij talentenjachten liet ze zich begeleiden door lokale funkbands. Onder de naam Lafaye Jones werd ze sessiezangeres; ze deed achtergrondwerk voor diverse soulartiesten. Eind jaren '80 was soul voorbijgestreefd door de modernere r&b-variant; Jones kwam niet meer aan de bak en werd als dertiger te oud, te klein en te dik bevonden voor een solo-contract. Om in haar levensonderhoud te voorzien ging ze onder meer als gevangenbewaarder werken.

Nieuwe ronde nieuwe kansen[bewerken]

In 1996 werd de dan 40-jarige Jones gevraagd om achtergrondzang te doen op een nummer van de Soul Providers. Deze band, opgericht door Philip Lehman en Gabriel Bosco Mann Roth, nam een album op met James Brown-achtige instrumentals en een aantal samenwerkingen met funkzanger Lee Fields. Jones' driestemmige bijdrage maakte zoveel indruk dat ze ook twee leadnummers mocht opnemen; Switchblade (oorspronkelijk bedoeld voor een mannenstem) en The Landlord verschenen op het debuutalbum Soul Tequila dat werd uitgebracht op het inmiddels opgeheven Franse label Pure Records. Lehman en Roth startten vervolgens Desco Records, vernoemd naar de stofzuigerwinkel op West 41st Street waarvan de kelder als kantoorruimte werd gebruikt en waar stalgenoot Adam Scone (organist bij Sugarman 3) een appartement had. Soul Tequila werd heruitgebracht als Gimme The Paw maar dan zonder The Landlord.

Jones nam drie vinyl-singles op met de Soul Providers; Damn It's Hot pt. 1/Damn It's Hot 2, Bump 'N Touch (part 1)/Hook and Sling Meets The Funky Superfly (aaneengeregen covers van Eddie Bo en Bobby Willams) en You Better Think Twice/ I Got The Feeling (James Brown-cover). De singles werden uitgebracht zonder vermelding van het jaartal en misleidend verkocht als seventies-funk.

Daptone en Dap-Dippin'[bewerken]

In 2000 besloten Lehman en Roth om ieder hun weegs te gaan; samen met Sugarman 3-saxofonist Neil Sugarman startte Roth het Daptone-label. De Soul Providers gingen uit elkaar en maakten een doorstart als de Dap-Kings; naast Sugarman en bassist Roth bestond de band uit ex-Providers Binky Griptide (gitaar), Earl Maxton (orgel), Fernando Velez (percussie) en Anda Szilagyi (trompet). Tenorsaxofonist Leon Michels en drummer Homer Steinwess van de Mighty Imperials (hun album Thunder Chicken was de laatste met het Desco-imprint) completeerden de bezetting.

In 2001 traden Sharon Jones & The Dap-Kings een zomer lang in Barcelona op waar ze ook exemplaren verkochten van hun debuutalbum Dap-Dippin' With Sharon Jones and the Dap-Kings; het werd in 2002 de eerste officiële release op Daptone en ontving lovende reacties. Een uitgebreide tournee binnen en buiten de Verenigde Staten volgde, en binnen de kortste keren groeide Jones uit tot de belangrijkste exponent van het label. Door tijd-, geld- en energiegebrek gingen andere projecten, zoals solo-albums van Binky Griptide (die bij optredens de zangeres aan- en afkondigt) en Lee Fields, de ijskast in. Ook Sugarman 3 heeft geen opvolger kunnen maken voor het enige Daptonealbum Pure Cane Sugar.

Losse singles[bewerken]

Na Dap-Dippin' verschenen er drie losse singles; het anti-oorlogsnummer What If We All Stopped Paying Taxes (2002), het hard funkende Genuine part 1/Genuine part 2 (2004) en Just Dropped In (To See What Condition My Condition Was In; 2005). Laatstgenoemd nummer zou oorspronkelijk in 2002 zijn geschreven voor een Kentucky Fried Chicken-reclame, maar is daar nooit voor gebruikt.

Naturally en personeelswijzigingen[bewerken]

In 2005 kwam het tweede album uit; Naturally had al in 2003 moeten verschijnen als onderdeel van een tweeluik, maar doordat Roth bij een verkeersongeluk een oogverwonding opliep werden de opnamen uitgesteld en teruggebracht tot een album. Ook veranderde de samenstelling van de band; Maxton en Szilagyi stapten over naar de Newyorkse afrobeatformatie Antibalas en werden vervangen door trompettist David Guy. Thomas Brenneck van de Budos Band sloot zich aan als tweede gitarist. Vlak na de album-release hield ook Michels het voor gezien; hij raakte betrokken bij de oprichting van Truth & Soul Records en bracht er als El Michels Affair het reeds opgenomen solo-album Sounding Out The City uit. Truth & Soul heeft onder meer Fields, Steinwess en Brenneck in zijn artiestenbestand en beheert de catalogus van het Soul Fire-label van Lehman sinds deze de scene verliet en op de Bahama's ging wonen. Bij de Dap-Kings werd Michels vervangen door Ian Hendrickson-Smith, een lokale jazz-saxofonist die reeds diverse albums heeft uitgebracht onder eigen naam.

100 Days 100 Nights en samenwerkingen[bewerken]

De Dap-Kings werden door de Brits-Newyorkse DJ/producer Mark Ronson ingehuurd voor een aantal projecten; ze speelden op zes nummers van het Amy Winehouse-album Back to Black (2006; onder andere Rehab en You Know I'm No Good) en Ronsons Version (2007; een nummer uitgezonderd). Ook begeleidden ze Winehouse tijdens haar Amerikaanse tournee.

Een half jaar na de losse single I'm Not Gonna Cry verscheen op 2 oktober 2007 het album 100 Days 100 Night; het titelnummer kwam op single uit en bracht de band onder meer naar het muziekprogramma van de Britse pianist Jools Holland.

I Learned The Hard Way[bewerken]

Op 6 april 2010 kwam het album I Learned The Hard Way uit; de bezetting was gewijzigd met bassiste Hagar 'Foxy H.' Benari (inmiddels weer vertrokken) en twee Dapettes als achtergrondkoor. In oktober, drie maanden na North Sea Jazz, gaf de band in Duitsland een Rockpalast-concert waarbij Jones een eerbetoon bracht aan de net overleden soulzanger Solomon Burke.

In 2011 en 2012 waren er twee uitverkochte concerten in de Paradiso en werd er in New York een item gemaakt voor De Zwarte Lijst. Ondertussen zijn in Engeland de losse singles gebundeld op de verzamelaar Soul Time.

27 mei 2012 speelde de band op Pinkpop.

Give The People What They Want[bewerken]

Het album Give The People What They Want was oorspronkelijk voor 2013 gepland, maar wegens ziekte werd de release naar begin 2014 verschoven. Inmiddels is Jones voldoende hersteld om weer op te treden; 30 april (De Wereld Draait Door, North Sea Jazz Club) en 14 mei (Paradiso) deed de band Amsterdam aan. In juli is de terugkeer als hoofdact van de Daptone Revue waarbij ook Dapettes Saun & Starr op de voorgrond zullen treden.