Silvio Rodríguez

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Silvio Rodríguez met Víctor Heredía, mei 2006

Silvio Rodríguez Domínguez (San Antonio de Los Baños, 29 november 1946) is een Cubaans singer-songwriter en dichter.

Silvio Rodríguez wordt beschouwd als een van de belangrijkste Cubaanse zangers. Samen met Pablo Milanés en Noel Nicola ontwikkelde hij de Cubaanse Nueva Trova-muziek. Een aantal van zijn liederen (zoals Playa Girón en Unicornio Azul) zijn klassiekers geworden in Latijns-Amerika. Zijn teksten dragen veel symboliek, en hebben het wantrouwen gewekt van de Cubaanse overheid

Biografie[bewerken]

Rodríguez werd geboren in een vallei in de provincie La Habana . Hij groeide op in een arme familie van tabakboeren. Zijn grootvader was bevriend met José Martí, zijn vader was aanhanger van het socialisme. Zijn moeder (een kapster) bracht hem liefde voor muziek bij doordat zij regelmatig zong bij haar bezigheden.

Toen Silvio Rodríguez vijf jaar oud was verhuisde de familie naar Havana. Op zevenjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste pianolessen, die hem gratis werden aangeboden. Toen Rodríguez tien jaar oud was scheidden zijn ouders, met zijn zus bleef hij bij zijn moeder wonen.

Silvio Rodríguez was 13 jaar oud toen in 1959 Fidel Castro de macht overnam. Hij werd zoals veel van zijn leeftijdsgenoten gegrepen door revolutionar enthousiasme. Hij zette zich in 1961 in voor een campagne tegen analfabetisme. Van een vriend kreeg hij zijn eerste gitaarlessen. Tijdens zijn militaire dienst ontwikkelde hij zijn vaardigheden op dat instrument verder. Om de verveling te verdrijven begeleidde hij zichzelf op de gitaar, terwijl hij zijn zelfgeschreven liedjes zong.

In 1967 verscheen hij voor het eerst op televisie, en begon hij enige bekendheid te verwerven. Zijn teksten waren poëtisch maar droegen ook een grote symboliek. Hij werd populair onder jonge Cubanen, maar trok tevens de aandacht van het Ministerie van Cultuur. Dit ministerie probeerde de activiteiten van Rodríguez te controleren door hem onder de hoede te laten brengen door Haydée Santamaría, de directeur van het aan het ministerie verbonden Casa de las Américas. Santamaría functioneerde als mentor van verschillende jonge componisten. Het was hier dat Rodríguez kennis maakte met Pablo Milanés en Noel Nicola. Zij werden in februari 1968 door Haydée Santamaría uitgenodigd uit tot het houden van een recital van protestliederen. De drie zangers besloten zich te verenigen in de Nueva Trova-beweging, waarin ze een beperkte mate van artistieke vrijheid vonden.

In 1968 werkte Rodríguez gedurende vijf maanden op de vissersboot Playa Girón, bij wijze van bestraffing door de Cubaanse overheid. Hij werd na een optreden gearresteerd en beschuldigd van het zingen van anti-communistische teksten, waarop hij gedwongen werd arbeid te verrichten op deze boot. In deze periode schreef 72 hij liederen waaronder Ojalá en Playa Girón. De teksten en de muziek van deze liederen werden samengebracht in een bundel genaamd Canciones del Mar (Liederen van de Zee).

Hoewel zijn teksten vanwege een te kritische instelling niet steeds gewaardeerd werden door de regering van Cuba, werd de muziek van Rodríguez door dictatoriale regimes in andere Latijns-Amerikaanse landen eveneens in de ban gedaan omdat deze regimes er juist een te links georiënteerde inslag in hoorden.

De teksten die Rodríguez schreef, het zijn er meer dan duizend, zijn niet allemaal op muziek gezet. Hij wordt meer vanwege zijn teksten dan vanwege de muzikale begeleiding darvan gewaardeerd. In de loop der jaren is de kwaliteit van zijn composities echter aanmerkelijk verbeterd, onder de invloed van leraren als Leo Brouwer met wie hij veel samenwerkte. Critici menen echter dat met het verbeteren van zijn composities zijn teksten juist aan waarde verloren.

In 2003 werd Rodríguez in het Cubaanse parlement gekozen. Hij wordt beschouwd als een van de invloedrijkste intellectuelen op Cuba.

Discografie[bewerken]

  • Días y flores (1975)
  • Al final de este viaje... (1978)
  • Mujeres (1978)
  • Rabo de Nube (1979)
  • Unicornio (1982)
  • Tríptico (1984)
  • Causas y azares (1986)
  • Oh melancolía (1988)
  • Silvio (1992)
  • Rodríguez (1994)
  • Domínguez (1996)
  • Descartes (1998)
  • Mariposas (1999)
  • Expedición (2002)
  • Cita con ángeles (2003)
  • Érase que se Era (2006)
  • Segunda cita (2010)