Slag bij Vartanantz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Slag bij Vartanantz (Perzisch: نبرد آوارایر; Armeens: Ավարայրի ճակատամարտ), ook de Slag bij Avarayr, werd op 26 mei 451 uitgevochten tussen Armenië en het Perzische Rijk.

Verloop[bewerken]

In 449 werd door Yazdagird II een edict uitgevaardigd waarin de Armeense christenen werden aangespoord om over te gaan tot het Zoroastrisme. Dit omdat de Perzen de Katholieke Kerk als een instrument van de Romeinse macht zagen. Later in het jaren werden leidende Armeense edelen door de Perzen naar de stad Ctesiphon ontboden. Daar werden ze gedwongen om deel te nemen aan zoroastrische rituelen.

Bij thuiskomst werden de edelen geconfronteerd met een massaal verzet en brak een opstand uit. Vardan Mamikonian neemt de leiding van de opstand op zich. De Perzen sturen een leger van ongeveer 200.000 man, met onder andere strijdolifanten. Vardan vraagt de Romeinen om hulp, maar die komt te laat. Het Armeense leger van 66.000 man, dat voornamelijk uit cavalerie bestaat, wordt op 26 mei 451 in een bloedige slag (op vlakte van Avarayr, nu in West-Azerbeidzjan, Iran) verslagen. Alle leidende Armeense edelen worden daarbij gedood.

Gevolgen[bewerken]

Door deze oorlog en de aansluitende verdrukking, is de Armeense Kerk niet in staat om het Concilie van Chalcedon (van 8 oktober tot 1 november 451) bij te wonen. Hierdoor ontstaan theologische verschillen tussen de Armeense en de Katholieke kerk. Samen met het aanhoudende verzet van de Armeense adel, is deze verwijdering van de Katholieke Kerk aanleiding voor de Perzen om 30 jaar later Armenië godsdienstvrijheid toe te staan. De slag bij Vartanantz wordt daarom gezien als een eerder morele overwinning.

Vardan Mamikonian is heilig verklaard en geldt in Armenië als een nationale held, 26 mei is er een feestdag.

Bronnen, noten en/of referenties