Toepen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Toepen (ook Poeken, Snoepen, Droefen of Proeven genoemd) is een kaartspel dat gespeeld wordt met 32 kaarten, de zogenaamde piketkaarten. De kaartvolgorde van hoog naar laag is: tien - negen - acht - zeven - aas - heer - vrouw - boer.

Over het algemeen wordt toepen gespeeld met vier spelers – het kan echter met twee tot acht spelers. Elke speler krijgt vier kaarten, waardoor er 8 (twee spelers) tot 32 (8 spelers) kaarten in het spel zijn.

Het spel wordt gespeeld in een aantal rondes. Wie de vierde 'slag' haalt, dat wil zeggen bij het uitspelen van de laatste kaart de winnende kaart heeft, dat is de hoogste kaart van de kleur (H/R/K/S) van de kaart waarmee uitgekomen is in deze ronde, is winnaar van de ronde. En dit net zoveel rondes totdat een speler op het afgesproken maximale aantal punten staat (de verliezer).

Spelregels[bewerken]

Het delen van de kaarten[bewerken]

De deler schudt de 32 kaarten en geeft iedere speler 4 kaarten.

De inzet[bewerken]

Vooraf moet je afspreken waar je om speelt. Er kan bijvoorbeeld om geld of om bier gespeeld worden, maar standaard is spelen om (straf)punten. Degene die het eerste 15 punten heeft verliest het spel. De winnaar van één rondje toepen krijgt geen punten aangeschreven, de verliezers krijgen punten bijgeschreven, afhankelijk van het aantal malen dat is "getoept".

In sommige kringen is het ook gebruikelijk met 15, 20 of zelfs 30 punten te spelen. Dit dient wel vooraf te worden afgesproken, want aan de hand van de hoeveelheid punten kunnen mensen meer of minder gaan bluffen. De punten zijn strafpunten, winnaar is de speler die als laatste het maximum overschrijdt, of degene met de minste punten.

Begin van het spel[bewerken]

De speler naast de deler (met de klok mee) mag als eerste een kaart opgooien (uitkomen). De andere spelers moeten een voor een kleur (H/R/K/S) bekennen (iemand speelt harten, dan moet iedere speler ook harten spelen als hij die heeft). Kan een speler niet bekennen, dan mag hij zelf weten welke kaart hij opgooit. De speler die én kleur heeft bekend én de hoogste kaart heeft gespeeld wint de slag.

Hoog - 10 - 9 - 8 - 7 - Aas - heer - vrouw - boer - Laag

Vervolg van het spel[bewerken]

Daarna heeft degene die de vorige slag heeft gewonnen het initiatief: hij mag kiezen wie moet delen (en dus ook wie als eerste moet spelen) of mag voor strategische redenen een andere plaats in de volgorde van spelen innemen. De speler die de laatste slag wint, blijft vrij van een punt, de verliezers krijgen wél een punt (of meerdere afhankelijk van het aantal keren dat er getoept is). Hoeveel slagen je wint is dus niet van belang, als je de láátste maar wint. De kaarten die gespeeld zijn, blijven open liggen.

Toepen (of kloppen)[bewerken]

Als je goede kaarten hebt, en verwacht dat je de laatste slag (en daarmee de ronde) wint, kun je te allen tijde gedurende een potje "toepen". Dat doe je door op tafel te kloppen en/of "Ik toep" te roepen. Dit wordt ook wel kloppen genoemd. Degene die meegaat ('kijkt') en verliest (dus niet de laatste slag kan winnen) krijgt 2 punten, degene die past krijgt er 1. Wordt er gedurende een heel potje niet getoept, dan krijgen alle verliezers 1 punt en de winnaar geen. Na een toep zeggen de spelers een voor een met de klok mee of ze meegaan of passen, beginnend NA de speler die geklopt heeft. Verliest de klopper, dan krijgt hij er natuurlijk ook 2 punten bij.

Degenen die meegaan, kunnen "overtoepen". De inzet wordt dan met nóg één punt verhoogd, passen op de tweede toep levert 2 punten op, kijken/meegaan en verliezen 3 punten. Zelf toepen kan doorgaan tot het maximale aantal gestelde punten. Stel je staat op 8 punten en speelt tot de tien: Je kijkt bij een eerste klop, dus je speelt voor je zogenaamde 'dood'. Als je die ronde verliest, sta je immers op het afgesproken maximum van 10 punten, en heb je het spel verloren. Aangezien je speelt voor je dood, kun jij niet meer overkloppen, je kunt echter nog wél blijven meegaan/kijken, ook al toepen andere spelers over. Andere spelers (met minder punten) mogen nog overtoepen. Als dit gebeurt speel je vanzelfsprekend mee, tenzij jij de enige speler over bent in het spel, dan mag je kiezen. Als je past krijg je immers zoveel punten dat je automatisch het spel verloren hebt. Verliest degene die toept voor 3 punten, dan krijgt hij dus ook 3 punten. Verlies jij, dan krijg je 'maar' 2 punten, maar dan ben je toch al dood.

Als je klopt, kun je zelf niet over je eigen klop overkloppen. Je mag pas weer overkloppen als iemand anders tussendoor ook geklopt heeft en jij met die klop bent meegegaan.

Optionele regels[bewerken]

Wasmachine[bewerken]

"Wasmachine" is een manier om een erg slechte hand 'schoon te wassen' door nieuwe kaarten te pakken, of om te bluffen. Een speler die zijn Was inlevert (dat wil zeggen zijn hele hand), doet dit met de afbeelding naar beneden en zegt daarbij: "Vuile Was" of "Witte Was". Iedere speler heeft dan het recht deze Was te controleren. Deze draait de Was kaarten om en toont deze aan alle deelnemers, is de Was niet 'echt' een Vuile of Witte Was dan dient de eigenaar ze onder de stapel te leggen, krijgt een strafpunt, en doet niet meer mee met dit potje, maar ook moet die speler soms verder spelen terwijl iedereen dan zijn kaarten weet. Soms ook het hoogste aantal strafpunten, dat in dit potje is behaald. Dit hangt af van de afspraken. Is het echt Vuile of Witte Was (zie hieronder), dan krijgt diegene die de Was omdraait of controleert een punt en kan de eigenaar doorspelen met zijn nieuwe hand.

  • Witte Was is:
    4 plaatjes(boer, dame, koning, aas) in elke volgorde, soort of hoeveelheid. (dus 3 azen en een boer is geldig, maar even zo een boer, een dame en 2 heren).
  • Vuile Was is:
    Drie plaatjes en een 7.

Bij alle andere combinaties dient de Was onmiddellijk te worden weggelegd. Eventuele kaarten die al van de stapel zijn gehaald of zijn ingezien, verdwijnen ook onder op de stapel.

Het is toegestaan meerdere malen Witte of Vuile Was in te leveren tot de stapel leeg is. Ook kunnen verschillende spelers Witte of Vuile Was in leveren, echter zodra de stapel leeg is houdt dit op.

Witte en Vuile Was kan niet meer ingeleverd, noch gecontroleerd worden zodra de speler links van de deler zijn eerste kaart heeft gespeeld. Bij een blinde toep kan er ook met de Was regel gespeeld worden. Let op: De was-regel is niet aan te raden bij 5 of meer spelers, omdat de stapel erg klein wordt.

3 Boeren/3 Tienen[bewerken]

Deze regel verplicht een speler te fluiten indien hij 3 boeren of 3 tienen in zijn hand heeft. Het mooiste is uiteraard in bezit zijn van 3 tienen én een boer. Door de boer als eerste af te leggen(uiteraard dient er wel kleur bekend te worden), zal men denken dat de speler in het bezit is van 3 boeren. Door te toepen, breng je de hele partij in verwarring, en speel je diegenen die meegaan 2 punten toe.

Winnen-met-Boer[bewerken]

De Boer is de laagste kaart in het spel en het is extra vernederend als je met een boer, toch de laatste slag kan winnen, en daarmee de ronde. Een speler die dit presteert, krijgt een 'punt eraf', gesymboliseerd door een stip bij zijn laatste turf. Verliest hij de volgende keer dan wordt de turf verbonden met de stip en telt de stip niet meer mee. Het is mogelijk door de eerste ronde met een boer te winnen op een negatieve score te staan. Winnen met een toep van 4 boeren staat gelijk aan winnen met boer in de laatste slag en resulteert in een punt eraf.

Boer-verslaan-met-de-Vrouw (Weberse variant)[bewerken]

Om de bovengenoemde vernedering tegen te gaan bestaat er een optionele regel. De speler die denkt te winnen met de boer krijgt extra (straf)punten als deze boer wordt verslagen met een vrouw. De kans dat dit toevallig gebeurt is klein dus de strafmaat mag hoog zijn.

Kans op toep[bewerken]

Vier dezelfde kaarten, dat wil zeggen vier boeren, of vier tienen is een toep. Een speler die zulke kaarten krijgt, wint automatisch, roept onmiddellijk "Toep!" en laat zijn hand zien. Alle andere spelers ontvangen direct 3 punten en er wordt opnieuw gedeeld door de winnaar. Er is echter ook een "kans op toep" indien een speler 3 dezelfde kaarten bezit. Hij mag dan "Kans op toep" roepen en 1 kaart van de stapel pakken. Indien hij hiermee 4 dezelfde kaarten bezit, heeft hij een toep en wint. Kans op toep is altijd authentiek, er kan hiermee niet gebluft worden. Een speler die dit toch doet, en gedurende het spel niet minstens 3 dezelfde kaarten kan opleggen, dient uit het spel te worden verwijderd.

Indien er bij een kans op toep geen 4e gelijkende kaart wordt getrokken van de stapel, dient de speler de kaart die niet in de rij van 4 past, en die hij vanaf het begin gedeeld kreeg af te leggen. Deze doet niet meer mee in het spel. Deze regel kan gecombineerd worden met de "3 Boeren 3 Tienen"-regel, de "Vuile Was"-regel en "Winnen-met-Boer"-regel. Indien het zich voordoet dat 2 spelers een Toep hebben wint de hoogste toep.

Armoede[bewerken]

Als er een rondje gespeeld is, worden de punten van iedereen opgeschreven. Na een aantal rondjes kan het zijn dat iemand op 1 punt na af is. Dit wordt armoede (of "pelt" of "op de tocht staan") genoemd (1 punt erbij en hij is af/dood). Armoede telt als een klop; er wordt dus sowieso voor één punt extra gespeeld. De overige spelers die geen armoede hebben, mogen na het delen hun kaarten bekijken en zeggen of ze al dan niet meegaan ("het pelt zien"). Zijn er twee of meer armoedes en passen alle overige spelers, dan moeten de armoedespelers tegen elkaar spelen. Dan vallen dus alle armoedespelers behalve 1 af. Is er 1 armoedespeler en de rest kijkt niet, dan wint de armoedespeler het rondje en krijgen de andere spelers gewoon een punt. Zeggen of je met armoede meegaat, moet voor de eerste kaart opgegooid wordt op volgorde van spelers met de klok mee, beginnend vanaf degene met armoede, niet vanaf degene naast de deler.

Blind toepen (of blind kloppen)[bewerken]

Dit houdt in dat voordat iedere speler zijn kaarten heeft gezien, iemand klopt of "ik toep blind" roept. Een blinde toep geldt als een toep voor 3 punten, hoewel dit anders kan worden aangegeven aan het begin van een potje. Er mag alleen blind getoept worden als nog niemand zijn/haar kaarten heeft ingezien. Wie daarna kijkt of meegaat en verliest, krijgt 3 punten. Wie niet meegaat, krijgt 1 punt en mag z'n kaarten niet inzien. Doet hij dit wel, dan wordt hij gestraft met een extra punt. Verder zijn alle andere toepregels gewoon van kracht, met uitzondering dat diegene die blind toept móet beginnen. Normaal mag alleen de degene die het meeste aantal punten heeft blind toepen.

Om te voorkomen dat spelers voortijdig in hun kaarten kijken mogen kaarten pas omgedraaid worden als de deler het deck of de stapel kaarten heeft neergelegd. Een speler die toch in zijn kaarten kijkt, krijgt voor straf een punt. Er kan dan niet meer blind getoept worden. Verder gaat het spel op de normale wijze door. Hoewel deze regel puur voor blind toepen is ingevoerd, is het aan te raden deze regel altijd te hanteren. Het is niet fair t.o.v. de deler, die zijn kaarten als laatste ingeleverd heeft, en dus minder tijd heeft zijn kansen in te schatten.

Er kan niet blind getoept worden indien 1 of meerdere spelers 'op armoede' staan.

Nog meer speelvarianten[bewerken]

Er zijn heel wat verschillende toepspellen te bedenken en veelal gelden huisregels. Bij introductie van vreemden in het gezelschap dienen deze regels allemaal uitgelegd worden, voordat ze geldig zijn.

'wit graf', Hamburgeren, Koningstoepen of Hachie-Hachie[bewerken]

Als de laatste twee spelers beide armoede hebben (of "op pelt staan"), heet dit 'wit graf', 'Hamburgeren', 'Koningstoepen', hachie-hachie of 'Koningsspel'. Er wordt dan een laatste epische battle gestreden, namelijk met acht kaarten per persoon. Elke speler krijgt 11 kaarten gedeeld en legt er daar 3 van weg. Met de overige 8 kaarten wordt de finale gespeeld. Ook zijn er varianten waarbij er 3 spelers op armoede staat ('grijs graf' of 'Onderkoningstoepen' en iedere speler acht kaarten gedeeld krijg en hij zonder af te leggen met deze kaarten speelt. Soms wordt er wel afgelegd, maar ook dat aantal verschilt per gezelschap.

In sommige kringen wordt er altijd een finale gespeeld. Wanneer een speler 15 punten heeft, wordt er - met een speler minder - doorgespeeld tot een tweede speler 15 punten heeft. Deze twee spelers gaan tenslotte 'Hamburgeren'. De speler die deze finale verliest, verliest het spel. Er bestaat bovendien een variant waarbij de speler die als eerste 15 punten heeft behaald, mag aangeven of de winnaar van het 'Hamburgeren' wordt bepaald door na 8 kaarten de laatste slag te halen of juist niet te halen. In het laatste geval krijgt het spel een geheel andere wending, aangezien de speler met de laagste kaarten in dat geval de meeste kans heeft om de finale te winnen.

Anti-lijntoepregel[bewerken]

Lijntoepen is een beruchte speelstijl, het is een tegenpool van bluffen. Het houdt in: Nooit meegaan met (blinde) toeps, altijd veilig spelen en alleen met waterdichte kaarten toepen(3 tienen, een straatje van 8, 9, 10 in dezelfde soort etc.).

Om het lijntoepen tegen te gaan, kan er gekozen voor de Anti-lijntoepregel, dit houdt in dat iedereen maximaal 2 keer achter elkaar mag weggaan. Bij de derde toep ben je dan verplicht mee te gaan.

In Brabant wordt deze speelstijl Leitoepen genoemd. De naam komt van het constant kijken op de lei, het schrijfbordje dat vroeger overal werd gebruikt om de stand bij te houden. In sommige cafés wordt de lei (en griffel) nog steeds gebruikt.

Pussy-Point-Systeem[bewerken]

Een variant op de anti-lijntoepregel is het Pussy-Point-Systeem, een populaire regel in de regio Utrecht. Om het lijntoepen tegen te gaan wordt er bijgehouden in een aparte kolom hoe vaak een speler heeft gepast bij een toep van een ander. Bij het passen op de eerste toep in een rondje ontvangt de speler een Pussy Point. Bij elke derde Pussy-Point wordt aan de score van de speler ("The Pussy") een regulier punt toegevoegd. De regel is alleen van kracht bij de eerste toep in een rondje, bij het passen op een overtoep vervalt de regel dus. De regel is ook voor alle spelers niet van kracht indien een van de spelers op Pelt/Armoede staat.

5-kruizenregel[bewerken]

Een kruis krijg je als je een ronde wint. De 5-kruizenregel houdt in: win je vijf potjes achtereen (dan heb je dus 5 kruizen achter elkaar), dan vliegt degene met het laagst aantal punten (op de speler met vijf kruizen na) eruit en doet dus niet meer mee.

Boerenregel[bewerken]

Wanneer een speler als laatste kaart een boer oplegt, levert dit die speler een minpunt op. Voorwaarde is dat er ten minste één tegenspeler is en deze niet van hem wint.

Boeren(over)toep[bewerken]

Een variant op de boerenregel is boerentoep. Wanneer een speler toept met alleen nog boeren in de hand en niemand toept mee, verdient deze speler bij twee boeren één minpunt, bij drie boeren twee minpunten en bij vier boeren maar liefst drie minpunten. Bij een overtoep met ten minste één boer in de hand is de beloning nog groter als geen andere spelers meegaan met deze overtoep: één minpunt voor iedere boer in de hand.

Overig[bewerken]

Dit is een voorbeeld van opschrijven van punten:

Rondenummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Lucas 1 x 2 3 x 4 5 6 7
Hidde x 3 x 4 6 8 10
Menno 1 2 4 6 7 x x x x x
Auke 1 3 4 x 7 10
  • Lucas is een zogenaamde lijntoeper (of lijnpasser): dat wil zeggen nooit kijken en dus nooit 2 punten krijgen, alleen zelf kloppen met waterdichte kaarten en winnen.
  • Hidde is een aanvallende speler, veel kloppen en kijken, risico: veel punten eraan krijgen in 1 potje.
  • Menno is de berekende toeper: past, kijkt en wint uiteindelijk door de 5 kruizenregel.
  • Auke is de aanvallende speler zonder geluk, kijkt en klopt veel, maar weet niet te winnen.