Tondel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zunder.jpg

Tondel is de benaming voor een licht ontvlambaar materiaal, dat dient voor het maken van vuur. Het wordt ook wel 'tonder' genoemd.

Tondel kan bestaan uit: lisdoddepluis, tondelzwam (Fomes fomentarius), verkoold linnen of katoen, en alle andere materialen die goed droog zijn en licht ontvlambaar.

In de prehistorie werd vuur mogelijk als volgt gemaakt: met behulp van vuursteen en een knol marcasiet (familie van pyriet, dat ook bekendstaat als gekkengoud), sloeg men vonken. Deze werden opgevangen in de tondel. Andere wijzen van vuur maken, met name in gebruik voor de ontdekking van ijzer, waren onder meer vuur maken door middel van wrijving met hout op hout.

Archeologische gegevens[bewerken]

Er is nog weinig bekend over het maken en gebruiken van vuur in de oudheid. Literatuur over voorbeelden van vuur maken in de oudheid is er nauwelijks. Dat is niet verwonderlijk, want al het gebruikte materiaal is zeer vergankelijk en bovendien kan men bij opgravingen maar zelden aantonen dat de gevonden brandplekken door mensen aangestoken zijn. Vuur kan namelijk ook een natuurlijke oorzaak hebben.

Bij de ijsmummie Ötzi, die in de Alpen is gevonden, werd ook een stuk tondelzwam aangetroffen. Daarnaast is er een stuk berkenzwam bij hem gevonden wat doet vermoeden dat ook deze zwam als tondel werd gebruikt. Bij proeven met de berkenzwam bleek dat hij iets moeilijker vlam vatte dan de tondelzwam maar dat hij wel schoner brandde.

Met experimentele archeologie of living history tracht men een beter inzicht te krijgen op welke manier in de oudheid het vuur gemaakt werd. Daarbij gebruikt men ook tondel.

Bereiding van tondel[bewerken]

Er werd veel gebruikgemaakt van de 'tondelzwam'. Dit is een zwam die vooral op berken, beuken en populieren maar ook wel op andere bomen voorkomt.

De bereiding ging als volgt:

  • De zwam werd eerst geprepareerd, daartoe werd als eerste de buisjeslaag verwijderd en het overgebleven gedeelte in reepjes gesneden en gedroogd.
  • Daarna werd de tondel gekookt in paardenurine of een salpeteroplossing en weer gedroogd. Deze laatste behandeling maakt de tondel nog beter ontvlambaar.
  • Voor het maken van een vuur werd of wordt een reepje geprepareerd tondelzwam met een scherp voorwerp geschraapt, hierdoor ontstaat een pluizig materiaal dat zeer geschikt is om tot ontbranding (gloeien) te brengen.

Ook tondel als verkoold linnen werd wel behandeld met urine of een salpeteroplossing.

De tondel werd droog bewaard in een tondeldoos.

Externe links[bewerken]