Trampoline

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse kampioenschappen trampolinespringen in 1963
Trampoline voor thuisgebruik

Een trampoline is een strak gespannen vel waar men voor sport of ontspanning op kan springen en capriolen op kan uithalen. Trampolinespringen is bovendien een onderdeel van de gymnastieksport.

Op een trampoline maakt de turner gebruik van een sterk verende matras en zijn eigen spierkracht om zich in verschillende standen in de lucht te laten veren. In de lucht maakt hij sprongen, draaien en overslagen, landt weer en begint opnieuw.

Geschiedenis[bewerken]

Het oorspronkelijke trampolinespringen was afkomstig uit de circuswereld, tot het begin van de vorige eeuw was het uitsluitend een zaak voor artiesten. In 1926 ontstond in de Verenigde Staten een groep die het turnen op een verende matras tot een nieuwe tak van sport wilden ontwikkelen. Vooral George Nissen maakte zich bij de ontwikkeling van de trampoline en een lesmethode zeer verdienstelijk. Het 'trampolining' werd snel geaccepteerd als een nieuwe wedstrijdvorm. In het midden van de vijftiger jaren kwamen de eerste trampolines naar Europa. Op de Olympische Spelen van Sydney in 2000 werd het trampolinespringen een Olympische discipline binnen de gymnastieksport.

Niet alleen in turnverenigingen maar ook op vakantieterreinen, scholen en recreatieparken werd het nieuwe apparaat met groot enthousiasme begroet. De trampoline kan in de buitenlucht, in een zaal, in zwembaden, gymnastieklokalen en op campings zonder veel moeite worden opgesteld. Soms wordt de trampoline ook wel eens gewoon in de grond ingegraven. De verklaring van de aantrekkingskracht van het trampolinespringen is wellicht dat men gevoel krijgt op eigen kracht te kunnen zweven.

Maten[bewerken]

Een wedstrijdtrampoline heeft een rechthoekig springvlak van 4,26 meter bij 2,13 meter (dit is het witte gedeelte waarop gesprongen wordt). Dit springvlak bestaat uit 6 mm en 4 mm gevlochten witte strings. Het vlak is onderverdeeld in een aantal vakken (door middel van rode lijnen) met een kruis in het midden. Dit rode kruis zorgt ervoor dat de springer kan zien waar het midden is en waar hij steeds moet proberen af te zetten om de veerkracht van de trampoline maximaal te benutten. Het witte springvlak is aan een metalen frame gemonteerd met 118 stalen veren. De totale afmeting van zo'n trampoline is 5,20 m bij 3,05 m. De trampoline staat 1,18 m boven de grond.

Er zijn ook aanzienlijk kleinere trampolines die bij diverse sporten gebruikt worden om op af te zetten. Zo is er ook de dubbel-mini trampoline. Hierbij neemt men eerst een aanloop van ongeveer 20-25 meter. Nadien doet men 2 of 3 sprongen op de trampoline waarbij de 2de of 3de neerkomt op de valmat. Bij de mini-trampoline neemt men ook een aanloop maar doet men slechts 1 sprong op de minitrampoline en landt men nadien op de valmat. Daarnaast wordt de mini-trampoline in het turnen op lagere niveaus gebruikt voor paardsprongen en andere toestelsprongen, als alternatief voor de springplank.

Trampolines voor thuisgebruik hoeven niet te voldoen aan de eisen van wedstrijdtrampolines en hebben daardoor verschillende maten en vormen. Deze trampolines zijn meestal rond met een zwart springvlak. Een trampoline is een gevoelig apparaat. Daarom zijn mensen vaak verplicht hun schoeisel uit te trekken. Het is veiliger om op sokken te springen in verband met letsel.

Nederland[bewerken]

De eerste nationale kampioenschappen trampolinespringen in Nederland werden, nadat de internationale turnbond de trampoline als toestel aanvaardde, in 1960 gehouden en verschenen daarna jaarlijks in het K.N.G.V.-programma[1]..

De eerste trampoline’s in Nederland waren nog met elastieken veren en nog geen bedekking op de randen. Gelukkig kwamen daarna de ijzeren veren en kwam er op de randen halve bedekking. De ontwikkeling stond niet stil en de randen werden nu volledig bedekt en tegenwoordig aan de kopeinden van de trampoline’s liggen valmatten voor bescherming. Een goede verbetering om blessure’s te voorkomen. Ook het materiaal heeft vooruitgaan geboekt zodat men wel een hoogte van 8 meter en meer kan halen. Door deze ontwikkelingen gaat de moeilijkheid van sprongen steeds hoger worden. Vroeger was een dubbele salto al uniek, maar tegenwoordig is drievoudig al heel normaal.

Nederland spreekt vanaf de begintijd een redelijk woordje mee in de wereld van het trampolinespringen, met zelfs in 1982 een gouden medaille bij wereldkampioenschappen synchroonspringen behaald door Marjo van Diermen en Jacqueline de Ruiter. Andere Nederlandse trampoline legendes van het eerste uur zijn Henri Zoetbrood, Jan van der Zwaard, Hil van Diermen, Nancy van Oorde en Rien de Ruiter[2]. Het grootste internationale toernooi in Nederland vindt om de 2 jaar plaats in Aalsmeer, de Flower Cup, waarbij deelnemers uit de hele wereld aanwezig is.

Het aantal wedstrijden voor de trampolinesport is behoorlijk uitgebreid. Naast de nationale kampioenschappen wordt er momenteel meegedaan aan World Cups over de hele wereld, maar ook op lager niveau springt heel Nederland wedstrijden. Momenteel is Nederland verdeeld in 5 districten en door voorwedstrijden moet men zich plaatsen voor deelname aan de nationale kampioenschappen. Bij wedstrijden wordt er in verschillende categorieën gesprongen, A, B, C, D en E. Daarbij is A het hoogste niveau en E het laagste.

Olympische sport[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Gymnastiek op de Olympische Zomerspelen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 1999 is trampolinespringen ook een olympische sport en in 2000 stond de sport voor het eerst op het olympisch programma. In Sydney waren Alexander Moskalenko en Irina Karavaeva winnaars, in Athene wonnen Yuri Nikitin en Anna Dogonadze en in 2008 in Peking wonnen de twee Chinezen Chunlong Lu en Wenna He.


Referenties[bewerken]

  1. "De geschiedenis van het trampolinespringen", KNGU.nl.
  2. "Reünie 50 jr trampolinespringen in Aalsmeer", Gympower.nl, 25 Oktober 2009.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek trampoline op in het WikiWoordenboek.