Transformatie (genetica)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Transformatie is een genetische verandering van het genoom van een cel door introductie, opname en ten slotte het tot expressie komen van vreemd genetisch materiaal (DNA of RNA). Een fenomeen waarin extern DNA toegevoegd wordt aan een cel. Frederick Griffith beschreef in 1928 voor het eerst het voorkomen van natuurlijke transformatie. In 1944 werd door Oswald Avery, Colin MacLeod en Maclyn McCarty transformatie ontdekt bij de pneumokok Streptococcus pneumoniae.

Natuurlijke transformatie treedt op bij bacteriën en is naast transductie en conjugatie één van de manieren van genetische uitwisseling. Voor transformatie bij planten is een vervoermiddel nodig om DNA van de ene cel naar de andere cel te brengen. Naast natuurlijke transformatie wordt transformatie gewoonlijk ook toegepast in de biotechnologie: Zo wordt bij tweezaadlobbige planten met behulp van de kroongalbacterie Agrobacterium tumefaciens transformatie uitgevoerd en bij eenzaadlobbigen door middel van een met een goudlaagje bedekt minuscuul kogeltje.