Tuinloopkever
| Tuinloopkever | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Carabus nemoralis Müller, 1764 |
|||||||||||||||
| Afbeeldingen Tuinloopkever op |
|||||||||||||||
| Tuinloopkever op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De tuinloopkever (ook wel: gewone veldloopkever, tuinschalebijter, tuinschallebijter of woudloopkever)[1] (Carabus nemoralis) is een kever uit de familie Carabidae, en zoals alle loopkevers een echt roofdier. De tuinloopkever behoort tot het geslacht schallebijters (Carabus).
De soort komt voor in het Nearctisch en Palearctisch gebied. In Nederland en België is deze soort nog algemeen, hoewel plaatselijk zeldzaam. De kever heeft een vrij groot lichaam en een zwarte kleur met een wat violette glans op de randen van het borststuk en de dekschilden. Het dekschild is in de lengterichting gekorreld zonder duidelijke doorlopende ribben, met op ieder dekschild drie rijen ondiepe stippen. De antennes zijn zwart en na het vierde lid fijn behaard. De poten zijn groot en lang. Prooidieren als slakken, regenwormen en insectenlarven worden in stukjes geknipt en opgegeten. De maximale lengte is ongeveer 30 millimeter; het afgebeelde exemplaar is ongeveer 25 mm.
De kever kan worden aangetroffen in bossen en parken maar ook in tuinen. De tuinloopkever is 's nachts actief en schuilt overdag onder stenen en houtblokken, om 's nachts op jacht te gaan. Ook de larve is een roofdier maar is veel langzamer en wacht de prooi af. Het imago is een zeer snelle renner waaraan maar weinig prooien ontsnappen. Deze kever heeft wel vleugels onder de dekschilden, maar kan daar niet mee vliegen.
Bronnen
|