USS Oklahoma (BB-37)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De USS Oklahoma (BB-37) was een slagschip van de Amerikaanse marine in het begin van de Tweede Wereldoorlog. Op 7 december 1941 werd ze in de haven van Pearl Harbor aangevallen door de Japanse Keizerlijke Marine-Luchtmacht. Samen met de USS Arizona (BB-39) ging ze voorgoed verloren.

USS Oklahoma (BB-37)

Aanval op Pearl Harbor[bewerken]

Bij de eerste Japanse aanval omstreeks 08.00 u. op de zondagmorgen van 7 december 1941, werd de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor verrassend aangevallen. Bij deze eerste aanvalsgolf werden de slagschepen USS California (BB-44), de USS West Virginia (BB-48) en de USS Oklahoma (BB-37) door één of meerdere torpedo's getroffen door Japanse Nakajima B5N "Kate"-vliegtuigen van squadron-leider Murata. De USS Oklahoma lag als eerste schip, aan de buitenzijde naast de USS Maryland (BB-46), van de meerlinie van 8 oorlogsschepen. Hij kreeg ook als eerste schip enkele torpedo's te incasseren aan bakboordzijde.

Aan boord waren de schoonmaakploegen die zondagmorgen aan dek bezig toen de aanval begon. Eveneens stonden de patrijspoorten open voor verluchting van de slaapvertrekken van de manschappen en eveneens om meer licht binnen te krijgen voor een inspectieronde van de officieren van wacht. Dit zou mede ook de oorzaak zijn van het vlugge binnenstromen van water na de torpedering. De USS Oklahoma begon te kapseizen zodat de manschappen aan dek zich overal moesten vastklampen om niet in het water te vallen. Men gelooft het of niet, maar velen die bij de marine waren, konden niet of amper zwemmen. Dit was veelvoorkomend vóór en vlak na de oorlog. Voor degene die binnen waren in het langzaam rondtollende slagschip, was de situatie rampzalig. De lichten vielen uit en het water stroomde binnen via de patrijspoorten. Velen zochten tevergeefs naar de uitgangen en waadden zich door het stijgende water. Door het overhellen van het getroffen schip, werd de normale binnenbouw voor de ongelukkigen gezichtsbedrog, zodat velen niet meer wisten wat en waar de boven of onderkant was. Velen verdronken omdat ze geen uitweg vonden in het duister. Aan dek was het niet veel beter. Terwijl de manschappen aan relingen en opbouw vastklampten, mitrailleerden de Zero's voortdurend de schepen en de manschappen. Velen schoven getroffen door kogels van het dek in het water. Anderen lieten zich vrijwillig vanaf het schuine dek in het water vallen om snel weg te zwemmen van het wrak. De bovenbouw kwam in het water zodat menige matrozen eronder kwamen en verdronken. Weer anderen werden naar onder gezogen door het zinkende schip en verdronken eveneens. Degene die toch boven water kwamen, zwommen middenin de stookolie, die gelukkig nog niet in brand stond op dit moment.

De USS Oklahoma kapseisde langszij de USS Maryland die aan de pierkade gemeerd lag. Dit slagschip brandde eveneens door de bomtreffers van de Japanse duikbommenwerpers. Op dit moment explodeerde de USS Arizona die in derde linielengte aan de pierkade lag. Het bleek dat de Japanners de buitenkant liggende oorlogsschepen torpedeerden en aan de binnenzijde liggende slagschepen met bommen bestookten. Toen de USS Arizona in de lucht vloog, lagen er meer dan 1.000 manschappen dood in het verwrongen wrak. Brandende stookolie van het wrak verspreidde zich over het water. Dit gevaar was echter gering in vergelijking met wat er met het marinetankschip USS Neosho (AO-23) kon gebeuren, dat bij de USS Maryland en de USS Oklahoma gemeerd lag.

Het Amerikaanse marinetankschip was geladen met vliegtuigbenzine, en was het eerste schip dat ervandoor ging. De tankercommandant kapitein-ter-zee John S. Philipps zag onmiddellijk hoe groot het gevaar was dat zijn tankschip opleverde. Toen de USS Neosho de trossen liet kappen werd de USS Oklahoma aangevallen en het was slechts een kwestie van een paar minuten voordat het getroffen slagschip begon over te hellen en kapseisde. De USS Neosho kon het achterschip van de USS Oklahoma nog maar net ontwijken en toen hij wegvoer kwamen twee Japanse Nakajima B5N "Kate"-torpedovliegtuigen laag over het water aanscheren op een koers die hun torpedo's tegen twee van de andere slagschepen tot explosie zou brengen. Doordat de vliegtuigen moesten uitwijken voor het afweervuur van de USS Neosho, misten hun gelanceerde torpedo's maar nipt het tankschip.

Het grootste deel van de bemanning zat gevangen in de gekapseisde USS Oklahoma. Méér dan 400 manschappen kwamen daarbij om. Maar 42 mensen werden er gered door werklui van de marinescheepswerf, die een gat brandden in de pantserplaten van het slagschip. Op de naar boven gekeerde bodem van de USS Oklahoma waren reddingsploegen bezig, gaten te maken om de mannen te bevrijden die in het casco opgesloten zaten. Met behulp van metalen voorwerpen gaven ze signalen dat er nog leven was onder de romp. Andere mannen deden hun uiterste best, de USS California drijvende te houden. Deze werd later naar een droogdok gesleept met nog de Amerikaanse vlag in top, ondanks haar zware ravage.

Neosho-gissing[bewerken]

Als de marinetanker USS Neosho, de ligplaats had gehad, bij de brandstoftanks op Ford Island, in brand geschoten was, zou bij de 4 slagschepen die in de buurt lagen, de USS Maryland, USS Tennessee, USS Oklahoma en de USS West Virginia, met brandende benzine besproeid hebben en zouden waarschijnlijk ook de brandstoftanks op de wal in vlammen zijn opgegaan. Dan zouden zeker de bunkertanks en de munitieopslagruimtes van de slagschepen ontploft zijn en dan was het helemaal een catastrofale explosie-inferno geweest, met nog méér slachtoffers. Gelukkig had kapitein-ter-Zee John S. Philipps de tegenwoordigheid van geest, om de hachelijke situatie in te zien en net op tijd te vertrekken van deze onheilsplek, die was er eigenlijk overal op dat moment. Van de bemanningsleden van de getroffen slagschepen, lagen velen in de olie, in de haven, te zwemmen. Menigeen had olie binnengekregen via de mond en neus. Weer anderen waren tot de 2e tot 3e graad verbrand. Toen de reddingsboten langszij hen kwamen, werd er 'getracht' hen aan boord te trekken... De verbrande huid stroopte finaal van hen ledematen... Overal lag er puin en brandende slagschepen tot een schroothoop gebombardeerd. Op dat moment was de hel in Pearl Harbor aanwezig...

Definitieve einde[bewerken]

De USS Oklahoma stond onder commando van kapitein-ter-Zee H. D. Bode en was in Pearl Harbor op 7 december 1941, getroffen door 5 vliegtuigtorpedo's die het schip lieten kapseizen. Eveneens werd het voortdurend gemitrailleerd door de Japanners. De totale verliezen waren 415 manschappen en 14 marineofficieren voor 429 doden van de 1.374 koppige bemanningsleden die tijdelijk buiten strijd waren, door verwondingen en verlies van hun schip.

De berging en het lichtten van het wrak begon in maart 1943. Op 1 december 1943 ging ze in het droogdok. Ze werd niet volledig hersteld, maar werd buiten dienst gezet op 1 september 1944 en uiteindelijk geschrapt van de marinescheepslijst op 5 december 1946. Ze zonk in een zware storm op 7 mei 1947, 550 mijl buiten Hawaï, toen ze weg werd gesleept naar San Francisco, Verenigde Staten.

USS Oklahoma (BB-37)[bewerken]

  • Klasse: Nevada-klasse
  • Type: Slagschip US Navy
  • Werf: New York Shipbuilding Corp (Camden, New Jersey, USA)
  • Gebouwd: 26 oktober 1912
  • Te water gelaten: 23 maart 1914
  • In dienst: 2 mei 1916
  • Verloren gegaan: 7 december 1941 - Later op 7 mei 1947

Technische gegevens[bewerken]

  • Lengte: 583 voet - 178 meter
  • Breedte: ong. 30 meter
  • Waterverplaatsing: 29.067 Brt
  • Machine: Nevada: Geared Turbines. 4 schachten/Oklahoma:VTE
  • Vermogen: 31.700 pk
  • Snelheid: 20 knopen
  • Bemanning: 1.374 manschappen

Bewapening[bewerken]

  • 10 x 14"/45 kanonnen (2x3 en 2x2)
  • 12 x 5"/51 kanonnen (12x1)
  • 8 x 3"/50 AA kanonnen (8x1)
  • 2 vliegtuigen
  • 2 katapulten

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Kolonel A. J. Barker - Pearl Harbor - De Dag der Schande - Tweede Wereldoorlog in woord en beeld - Standaard uitgeverij - Antwerpen/Utrecht