Nakajima B5N

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nakajima B5N
Nakajima B5N2 Kate in flight.jpg
Algemeen
Rol Bommenwerper, torpedobommenwerper
Bemanning 3
Varianten B5N1, B5N2
Status
Aantal gebouwd 1149 stuks
Gebruik Japan (1937-1945)
Afmetingen
Lengte 10,30 m
Hoogte 3,70 m
Spanwijdte 15,52 m
Vleugeloppervlak 37,7 m²
Gewicht
Leeggewicht 2279 kg
Startgewicht 3800 (max 4100) kg
Krachtbron
Motor(en) 1× Nakajima Sakae 11 radiaalmotor
Vermogen 736 kW
Prestaties
Topsnelheid 378 km/u
Klimsnelheid 6,5 m/s
Actieradius 1991 km
Dienstplafond 8260 m
Bewapening
Boordgeschut Staartschutter: 1x 7,7 mm type 92. Sommige B5N1 ook 2x 7,7 mm type 97 in de vleugels
Bommen 1 torpedo type 91 van 800 kg of een bommenlast van max. 800 kg
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De Nakajima B5N Kate (Japans: 中島 B5N) (geallieerde codenaam: Kate) was een Japanse torpedobommenwerper in dienst van de Japanse Keizerlijke Marineluchtmacht. Het toestel was tussen 1940 en 1944 de standaard torpedobommenwerper tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Stille Oceaan. Op 7 december 1941 zonken of beschadigden ze menig Amerikaans oorlogsschip in de haven van Pearl Harbor met hun torpedo's.

Een Kate stijgt op vanaf het vliegdekschip Akagi

De B5N2 werd ontwikkeld uit de B5N1, een bommenwerper gelanceerd vanaf vliegdekschepen. In tegenstelling tot de B5N1 kon de B5N2 zowel met een torpedo als met bommen bewapend worden. De bemanning bestond uit een commandant, de piloot en de radiotelegrafist. Laatstgenoemde was tevens boordschutter. Alhoewel dit toestel omstreeks 1940 één van de modernste vliegtuigen was, was het in 1944 absoluut niet meer opgewassen tegen de modernere geallieerde jagers. Er werden in totaal 1149 stuks geproduceerd.

Tijdens de aanval op Pearl Harbor hadden de Japanners een houten kruisconstructie achteraan de torpedo's bevestigd, zodat hun torpedo's na lancering niet té diep onder water gingen. Door de beperkte diepte van de haven (ong. 13,70 m) bleven ze anders in de modder steken, na hun duik in het water. Dit was tevens de reden dat de Japanners vlak boven het water vlogen tijdens de aanval.

Tijdens daaropvolgende zeeslagen in de Stille Oceaan werden ze opnieuw ingezet tegen de Amerikaanse schepen, maar kregen steeds minder de gelegenheid om doelgericht aan te vallen. De nieuwere Amerikaanse jagers schoten hen vaak al uit de lucht alvorens ze hun doelen bereikten. Daarnaast kregen ze, door hun aanvalsprofiel (laag aanvliegen), tevens een spervuur van escorterende schepen te verwerken, dat bleek bijvoorbeeld eind 1944 en in juni 1945 op Iwo Jima en Okinawa.