Vijf geboden van de Kerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Katholieke Kerk kent naast de Tien geboden van God en enkele verplichtingen uit het canoniek recht ook de vijf geboden van de Kerk[1]. Deze zijn:[2]

  1. Op zondagen en verplichte feestdagen deelnemen aan de eucharistie en af te zien van slaafse arbeid.
  2. Ten minste eenmaal per jaar biechten.
  3. De heilige Communie ontvangen, op zijn minst in de paastijd.
  4. Op de door de Kerk vastgestelde dagen zich onthouden van het eten van vlees en het vasten in acht te nemen.
  5. Helpen te voorzien in de noden van de Kerk.

1. Zondagen en verplichte feestdagen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Verplichte feestdag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Elke zondag is een katholiek verplicht om naar de Mis te gaan. Hetzelfde geldt op een verplichte feestdag.

De verplichte feestdagen zijn in België: Hemelvaartsdag, Maria-Tenhemelopneming, Allerheiligen en Kerstmis. In Nederland zijn dat, behalve deze vier, ook Maria Moeder van God.

2. Eens per jaar biechten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Biecht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Elke katholiek moet minstens eens per jaar te biechte gaan. Wie zich bewust is van een doodzonde die niet door het sacrament van de verzoening zijn vergeven, kan de H. Communie niet ontvangen.

De doodzonde valt in ons het levensprincipe aan dat de liefde is. Dit maakt een nieuw initiatief van Gods barmhartigheid noodzakelijk evenals een bekering van het hart, die normaal tot stand komt in het kader van het sacrament van boete en verzoening: (…)[3]

3. De H. Communie ontvangen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Heilige Communie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Minstens eens per jaar, in principe gedurende de paastijd, moet elke katholiek de H. Communie ontvangen. Een katholiek kan alleen te communie gaan als hij geen doodzonde heeft begaan die niet door het sacrament van boete en verzoening is vergeven, én als hij bovendien in het uur voorafgaand aan het ontvangen van de H. Communie niets gegeten of gedronken heeft, anders dan water of medicijnen.[4]

4. Vasten en onthouding[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vastentijd voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De katholieke Kerk kent drie soorten dagen:

  • Boetedagen: elke vrijdag in het gehele jaar, én de gehele veertigdagentijd.
  • Onthoudingsdagen: Aswoensdag en elke vrijdag in het gehele jaar (inclusief Goede Vrijdag), tenzij deze samenvalt met een Hoogfeest.
  • Vastendagen: Aswoensdag en Goede Vrijdag.

In principe zijn onthoudingsdagen de dagen waarop katholieken geen vlees mogen eten. Sinds de apostolische constitutie Paenitemini kunnen bisschoppenconferenties dit verbod opheffen. Zowel in België als in Nederland is dat gebeurd[5]. Als een katholiek in België of in Nederland voor zichzelf beslist om vlees te nuttigen op vrijdag, blijft hij echter wel verplicht om zich iets anders te onthouden: zo kan hij beslissen om niet te roken op vrijdag of om geen internet te gebruiken op vrijdag. Bovendien blijft de verplichting om geen vlees te eten in veel andere landen onverkort gelden, zoals bijvoorbeeld in Engeland en Wales.

5. Voorzien in de noden van de Kerk[bewerken]

Tot slot zijn katholieken verplicht te voorzien in de noden van de Kerk.

Rijmvorm[bewerken]

Deze vijf geboden worden op een bondige wijze als volgt verwoord:

  1. Zon- en feestdag houdt in eer.
  2. Hoor wel Mis dan, elke keer.
  3. Boet, houd vasten ongeschonden.
  4. Biecht minstens eens per jaar uw zonden,
  5. En nut rond Pasen 't Brood des Heren.

of ook volgens een andere versvorm:

  1. Zon- en feestdag zult gij eren.
  2. Op boet- en vrijdag vlees ontberen.
  3. Houd de vasten ongeschonden.
  4. Biecht minstens eens per jaar uw zonden,
  5. En nut rond Pasen 't Brood des Heren.[6]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De catechismus van 1954 noemt ze de Vijf geboden van de heilige Kerk.
  2. Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk, p. 210.
  3. Catechismus van de Katholieke Kerk, randnummer 1856.
  4. Codex Iuris Canonici, canon 919.
  5. De Nederlandse bisschoppenconferentie: “Wij bepalen dat Aswoensdag en Goede Vrijdag dagen van verplichte vasten en onthouding in spijs en drank zijn en dat verder het bepalen van de wijze van de beoefening van boete en onthouding aan het eigen geweten en initiatief van de gelovigen wordt overgelaten. Aan de plicht tot vasten in de Veertigdagentijd en tot onthouding op de vrijdagen kan worden voldaan, door zich in eten en drinken, in roken of in andere genoegens duidelijk te beperken. Het geld, dat hiermee wordt uitgespaard, kan bestemd worden voor de naasten die honger lijden of anderszins gebrek lijden. Het is voorts passend, dat men zich in de Veertigdagentijd meer dan anders wijdt aan werken van christelijke naastenliefde en met meer toeleg het Woord van God leest.”
  6. Catechismus van 1954, p. 8.