Vloeistof-vloeistofextractie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vloeistof-vloeistofextractie oftewel liquid-liquid extraction (LLE) is een extractietechniek waarbij gebruikgemaakt wordt van een tweefasensysteem van niet-mengbare vloeistoffen. Gewenste stoffen, die vooral goed oplossen in één van de lagen, kunnen hierbij grotendeels gescheiden worden van ongewenste stoffen, die vooral goed oplossen in de andere laag. Hierbij de gewenste stof overgebracht naar één van de lagen terwijl ongewenste stoffen oplossen naar de andere laag.

Bij vloeistof-vloeistofextracties is er meestal sprake van een polaire waterlaag en een apolaire organische fase. Hierdoor kunnen polaire van apolaire stoffen gescheiden worden.

Scheitrechter[bewerken]

Vloeistof-vloeistofextracties worden vaak uitgevoerd in een scheitrechter. De laag met de kleinste dichtheid zal hierbij de bovenste laag worden. Door middel van zwenken of schudden wordt het contactoppervlak tussen de twee fasen vergroot.

Wanneer er gebruikgemaakt wordt van oplosmiddelen met een laag kookpunt zoals ether (kookpunt = 35 °C) of dichloor-methaan (kookpunt = 41 °C) wordt er druk opgebouwd in de gesloten scheitrechter, omdat er wat vloeistof zal verdampen bij kamertemperatuur. Daarom zal de scheitrechter tijdens een extractie regelmatig ontlucht moeten worden.

Efficiëntie[bewerken]

De efficiëntie van een vloeistof-vloeistofextractie kan berekend worden met de formule

q_n = \left({\frac {V_w}{V_w + K \cdot V_o}} \right)^n

waarin

qn de fractie die achterblijft in de waterlaag na n extracties
n het aantal extracties
Vw het volume van de waterige fase
Vo het volume van de organische fase
K de verdelingscoëfficiënt van de te extraheren stof