Zwarte Januari
Zwarte Januari (Azerbeidzjaans: Qara Yanvar), ook wel het Januaribloedbad (Azerbeidzjaans: Qanlı Yanvar) genoemd, was een onderdrukkingsactie van Sovjettroepen in de nacht van 19 op 20 januari 1990 tegen een anti-Sovjetische opstand in Bakoe. Deze actie kostte officieel meer dan 130 mensen het leven, voornamelijk Azerbeidzjanen. Officieuze bronnen melden een dodenaantal variërend van 300 tot 800 doden.
Noodtoestand [bewerken]
In de nacht van 19 op 20 januari bestormde het Sovjetleger Bakoe vanuit drie kanten. Enkele uren vooraf was door een commandoteam van het Sovjetleger de nationale televisie en radio volledig uitgeschakeld. Op 19 januari rond 19:30 uur vond een explosie plaats in het gebouw waar de tv- en radiozenders zich bevonden. Hierdoor was de bevolking van Azerbeidzjan in een informatieve blokkade terechtgekomen. Pas uren daarna volgde een besluit vanuit Moskou van de invoering van een noodtoestand in de republiek. Door de blokkade was de bevolking echter niet op de hoogte van deze invoering.
Het Sovjetleger, ondersteund door dit besluit en bestaand uit 26.000 soldaten en gepantserde voertuigen, viel de stad binnen. De Russische troepen vielen de demonstranten aan en schoten gewoon in de mensenmenigte. De slachtoffers waren gewoon ongewapende burgers. Er waren zelfs gevallen geregistreerd waarin de Sovjettanks de auto’s verpletterde met de mensen erin. Zelfs de ambulanceauto’s waren onder vuur genomen. Daarbij vielen doden.
De beschieting van Bakoe en de burgers duurde nog drie dagen. De noodtoestand, die was uitgeroepen door Michail Gorbatsjov, duurde vier maanden. Volgens officiële bronnen kwamen 137 mensen om het leven (volgens officeuze bronnen 300 tot 800). De slachtoffers werden op 22 januari begraven. Bij de begrafenissen waren meer dan een miljoen mensen aanwezig. De begraafplaats voor de slachtoffers van Zwarte Januari heet de Laan van Martelaren (Azerbeidzjaans: Şəhidlər Xiyabanı).
Herdenking [bewerken]
Zwarte Januari wordt door de Azerbeidzjaanse bevolking als de wedergeboorte van de Azerbeidzjaanse republiek gezien. De gebeurtenis legde het fundament voor een onafhankelijk Azerbeidzjan.
In Azerbeidzjan werd 20 januari verklaard tot een officiële rouwdag. Ieder jaar wordt op deze dag de Laan van Martelaren door tienduizenden mensen bezocht.
Op 27 april 1995 verontschuldigde Michail Gorbatsjov zich in Istanboel voor het oproepen van de noodtoestand in Bakoe: "Het verkondigen van de noodtoestand in Bakoe en het inzetten van het leger was de grootste fout van mijn politieke leven..."
| Bronnen, noten en/of referenties |