Abraham van Peere
| Abraham van Peere | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboren | Vlissingen, Graafschap Zeeland[1] | |
| Beroep | koopman, ontdekkingsreiziger | |
Abraham van Peere[a] (Vlissingen - ? )[1][2] was een Nederlandse handelaar en stichter van de Nederlandse kolonie Berbice.[1][3]
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Van Peere was een koopman van Vlissingen en bewindhebber in Kamer van Zeeland der West-Indische Compagnie (WIC).[1] In 1602 kreeg de vader van Abraham, Jan van Peere, van de Staten-Generaal van de Nederlanden een octrooi om naar de rivier Berbice (meer westelijk gelegen tussen de Corentijn en de Essequibo rivieren) te varen en aldaar een kolonie te stichten. Dit octrooi werd door Abraham in 1627[1][3] gebruikt om daadwerkelijk een plantage, voor onder andere suiker en tabak, en de nederzetting Berbice te stichten. Een zestigtal kolonisten (bestaande uit 40 mannen en 20 jongens) gaan in juli 1627 aan boord van het schip de Arend met schipper Jacob Bart en van het jacht de Hazewind met schipper Cornelis Cornelisz. naar Berbice.[1] Om deze bezittingen te beschermen werd Fort Nassau opgericht.
- Koloniale nederzetting Berbice
- Tekening van Fort Nassau aan de Berbice
- Kaart van de Berbice en de Canje (noord is rechts)
- Landkaart van twee aan elkaar geplakte vellen van de Nederlandse WIC-kolonie Berbice, met aangegeven de plantages langs de rivieren Berbice en Canje. – Jan Daniël Knapp en Hendrik de Leth, Amsterdam (1742)
In later stadium ontstond het conflict met de WIC, die een monopolie kreeg op de handel met West-Indië. Hierdoor zou Van Peere geen handel meer kunnen voeren met de goederen uit zijn plantage. Dit werd opgelost door de plantage in erfleen van de WIC te stellen. Hierdoor bleef Van Peere zijn inkomsten uit de plantage behouden. Met een brandschatting in 1689 die werd afgekocht met geld en goederen (die later ongedaan werd gemaakt) kwamen de eerste problemen.
In 1712, tijdens de Cassard-expeditie, brandschatte de Franse kaapvaarder Jacques Cassard de nederzetting opnieuw, waarbij voor ƒ300.000 in wisselbrieven en goederen werd geleverd. Hierop moesten nakomelingen van Van Peere de bezittingen achterlaten en kwam het eigendom, na tijdelijk Frans bezit, in 1714 in bezit van Amsterdamse handelslieden. In 1720 richtten de eigenaars van Berbice in Amsterdam de particuliere Sociëteit van Berbice op. De sociëteit werd in Berbice vertegenwoordigd door een gouverneur.
Een zoon van Abraham van Peere veroverde in 1633/1634 Arguin, en werd aldaar de eerste Nederlandse gouverneur.[4]
Voetnoten
Referenties
- 1 2 3 4 5 6 7 Netscher, Pieter Marinus (1888). Geschiedenis van de koloniën Essequebo, Demerary en Berbice, van de vestiging der Nederlanders aldaar tot op onzen tijd. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage.
- ↑ Nationaal Archief, 1.05.21 Inventaris van de digitale duplicaten van de lokale bestuursarchieven van de Nederlandse koloniën Essequibo, Demerara en Berbice en notariële akten [tezamen ‘Dutch Series’ genoemd, aanwezig in de National Archives of Guyana te Georgetown, (1685) 1720-1814 (1827)]. www.nationaalarchief.nl. Geraadpleegd op 13 augustus 2025.
- 1 2 Stadsarchief Amsterdam, Te werk in ‘de Barrebiesjes’. Geraadpleegd op 8 mei 2026.
- ↑ SK (2008): Chapter 3: The slave trade to Surinam.
Bibliografie:
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Abraham van Peere op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Hartsinck, Jan Jacob (1770): Beschryving van Guiana, of de wilde kust in Zuid-America. Gerrit Tielenburg, Amsterdam.