Achterlijfaanhangsels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mannelijke zwervende pantserjuffer met tangvormige bovenste en naar buiten gebogen onderste achterlijfaanhangsels aan segment 10.
Vrouwelijke bruine winterjuffer met cerci aan segment 10 en legboor aan segmenten 8 en 9.

Achterlijfaanhangsels is de naam die algemeen wordt gebruikt om aanhangsels aan het achterlijf van insecten te benoemen. Die aanhangsels hebben meestal een functie bij de voortplanting en kunnen dus verschillen naargelang het geslacht.

Bij de libellen (Odonata) hebben zowel mannetjes als vrouwtjes aan het laatste segment (segment 10) twee bovenste achterlijfaanhangsels (cerci). De mannetjes hebben aan dat segment nog twee onderste achterlijfaanhangsels (of anaalkleppen), de vrouwtjes hebben dikwijls een legboor aan segment 8 en 9.

Mannelijke libellen gebruiken hun achterlijfaanhangsels tijdens de balts om het vrouwtje bij de ogen (echte libellen) of bij de hals (juffers) vast te grijpen. Ze vormen dan een paringsrad of tandem.

Vrouwelijke libellen gebruiken hun legboor of ovipositor om de eitjes in stengels van planten te leggen.