Adolf en Catharina Croeser aan de Oude Delft

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Burgemeester van Delft en zijn dochter - Jan Steen (Rijksmuseum, Amsterdam) (52° 0′ 39″ NB, 4° 21′ 24″ OL)

Adolf en Catharina Croeser aan de Oude Delft (1655), voorheen bekend als Burgemeester van Delft en zijn dochter, is een schilderij van Jan Steen dat deel uitmaakt van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. Het is het enige schilderij waarvan vaststaat dat het dateert uit de Delftse periode van Jan Steen.

Steen woonde van 1654 tot 1657 in Delft, waar hij zonder veel succes de uitbater was van de brouwerij De Roscam aan de Oude Delft nummer 74. Burgemeester van Delft en zijn dochter toont een deel van de Oude Delft, ongeveer tegenover De Roscam. Een Delftse burger en een meisje waarvan wordt aangenomen dat het zijn dochter is, poseren in vol ornaat voor de ingang van een grachtenpand. Ook de andere kant van de maatschappelijke ladder is vertegenwoordigd: naast de welgestelde burger staan een vrouw en een kind op straat te bedelen. Op de achtergrond is de Oude Kerk te zien.

De vroegste vermelding van het schilderij dateert van 1761 toen het opdook op een Parijse veiling. Destijds werd aangenomen dat de geportretteerde een Delftse burgemeester, later geïdentificeerd als Geraldo Briel van Welhoeck, was. Inmiddels gaan kunsthistorici ervan uit dat dit niet klopt. De in 1761 bedachte titel is echter gangbaar gebleven, naast het correctere Delftse burger en zijn dochter.

In 1998 opperde Pierre Vinken dat de compositie en de iconografische betekenis van het schilderij ontleend konden zijn aan een embleem uit Dirck Volkertsz. Coornherts Recht ghebruyck ende misbruyck van tydlicke have (1585),[1] maar na langdurig archiefonderzoek concludeerden kunsthistoricus Frans Grijzenhout en historicus Niek van Sas (Universiteit van Amsterdam) in 2006 dat de geportretteerde man op Jan Steens schilderij niet de burgemeester van Delft is, maar graanhandelaar Adolf Croeser.[2]

In maart 2004 deed het Rijksmuseum een eerste poging het schilderij voor 11,9 miljoen euro van een Britse particulier te kopen. Na vergeefse pogingen van de Britse overheid om het schilderij voor het Verenigd Koninkrijk te behouden werd op 16 augustus 2004 een exportvergunning afgegeven, waarmee de duurste aankoop uit de geschiedenis van het Rijksmuseum een feit was. Enige dagen later was De burgemeester... voor het eerst in het Rijksmuseum te zien.