Ahmad Zahir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ahmad Toryalai Zahir (Kabul, 14 juni 1946 - 1979)[1] was een veelzijdige muzikant, songwriter en componist uit Afghanistan, die westerse muziek combineerde met Afghaanse melodieën en gedichten en teksten van Perzische dichters en traditionele folkloristische liedjes. In 1979 kwam hij onder onopgehelderde omstandigheden om het leven.

De teksten van zijn liedjes waren meestal in het Dari en Pashto. Hij was de eerste en tot dusver enige superster in Afghanistan en een pionier op het gebied van rock- en popmuziek in dit land. Hij experimenteerde en speelde vele muziekstijlen.

Betekenis[bewerken | brontekst bewerken]

Afghanen beschouwen deze populaire zanger uit de jaren 70 nog steeds als een icoon van hun nationale muziek en hij wordt algemeen geroemd als de "Grootste Afghaanse zanger aller tijden" of de "Elvis van Afghanistan".

Zahir, een etnische Pasjtoen, werd geboren in 1946 (1325 volgens de Perzische kalender) in de provincie Laghman. Zijn vader, Abdul Zahir, was een politiek actieve koninklijke hofarts, die tussen 1971 en 1972 minister van volksgezondheid en premier van het land werd.[2]

Populariteit[bewerken | brontekst bewerken]

In 1972 nam hij de song Deegar Ashkam Mariz op, de Perzische versie van het Russische liedje Dorogoj dlinnoju van Boris Fomin en tekstschrijver Konstantin Podrevskii, dat in het Westen vooral vooral bekend werd door de Engelse versie Those Were the Days van Mary Hopkin die in 1968 een hit werd.[3][4] Dit nummer werd populair in de laatste jaren 70 in Afghanistan: de laatste betrekkelijk zorgeloze en gelukkige jaren van de vrede voordat er een jarenlange periode van strijd zou uitbreken. Daardoor heeft het nummer met zijn weemoedige tekst sindsdien voor vele Afghanen een speciale betekenis gekregen.[5][6][7]

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Saur-revolutie in 1978 bekritiseerde Zahir de leiders van het nieuwe communistische regime in protestsongs. Kort hierna kwam er op zijn 33e verjaardag een plotsklaps einde aan zijn leven. De officiële lezing luidde dat het een verkeersongeval betrof, maar volgens hardnekkige geruchten zou hij zijn vermoord in verband met een amoureuze verwikkeling, mogelijk met een familielid van een van de nieuwe machthebbers, of was het een dekmantel voor een moord door het regime van Taraki-Amin. Zijn begrafenis werd door "een miljoen" rouwenden bijgewoond.

Toen de Taliban in 1996 Kaboel veroverden, verwoestten zij zijn graf, een mausoleum dat een soort bedevaartsoord was geworden voor zijn vele bewonderaars. Na de verdrijving van de Taliban in 2001 werden cassettes, cd's en video's van zijn muziek weer vrijelijk en op grote schaal verkocht en werd het mausoleum gerestaureerd.[8][9][10] Dat mausoleum is opnieuw een trekpleister voor talloze bewonderaars geworden.[11]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]