Antonius Hambroeck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Antonius Hambroek (1607 – 1661) was missionaris op Formosa van 1648 – 1661, toen Formosa een deel was van het Nederlands koloniale rijk.

Hambroek werd met zijn vrouw en twee dochters gevangen genomen bij de aanval van de Chinese krijgsheer Koxinga op Taiwan. Hambroek werd door Koxinga als boodschapper gestuurd naar Frederick Coyett, de gouverneur van Formosa om de overgave van Fort Zeelandia te eisen en dat de Nederlanders Formosa zouden verlaten. Als Hambroek met slecht nieuws terug zou keren, dan zou hij worden gedood. Als hij niet terug zou keren zouden zijn vrouw en dochters gedood worden. Coyett weigerde zich over te geven. Bij de terugkeer van Hambroek in het kamp van Koxinga werd hij daarom onthoofd.

Na het beleg van Fort Zeelandis nam Koxinga de jonge dochter van Hambroek als zijn concubine. Andere Nederlndse vrouwen werden tot slaaf gemaakt en verkocht aan Chinese soldaten.

De schrijver Joannes Nomsz schreef in 1775 een toneelstuk over het martelaarschap van Hambroek: “Antonius Hambroek, of de blegering van Formoza”.[1] Het stuk, dat vooral ging over het martelaarschap van Hambroek en de slavernij van zijn dochters, had veel succes in heel Europa. Het lot van blanke slavinnen bij andere culturen kreeg veel belangstelling.