Arbovirussen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Arbovirussen
Het rodehondsvirus
Taxonomische indeling
(Geen rang):Virussen
heterogene groep
Arbovirussen
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Arbovirus is een aanduiding voor een heterogene verzameling virussen die gemeen hebben dat ze door geleedpotigen (Arthropoda) worden overgebracht. De naam is een samenstelling van arthropod-borne virus, oftewel: virussen die door artropoden worden overgedragen.

Arbovirussen zijn niet evolutionair verwant en vertonen uiteenlopende virologische eigenschappen. Er is inmiddels meer dan 250-tal dergelijke virussen beschreven, waarvan er zo'n 80 ook ziekten bij de mens veroorzaken. Belangrijke overbrengers (vectoren) zijn onder andere muggen en teken. De meeste arbo-virussen zijn RNA-virussen. De overbrengende vectoren hebben meestal zelf geen last van het virus.

Arbovirussen kunnen zowel dieren als planten infecteren. Bij de mens treden de symptomen van een arbovirus-infectie over het algemeen drie tot vijftien dagen na blootstelling aan het virus op. De meest voorkomende klinische symptomen van infectie zijn koorts, hoofdpijn en malaise. Enkele arbovirussen, zoals de beruchte filovirussen, kunnen ook ernstigere ziekten veroorzaken, zoals encefalitis of hemorragische koorts.

Oorzaak[bewerken | brontekst bewerken]

Transmissie[bewerken | brontekst bewerken]

Veel muggensoorten, zoals Aedes albopictus, hebben het bloed van gewervelden nodig om zich succesvol voor te planten.

Arbovirussen handhaven hun voortbestaan door een cyclus te doorlopen tussen een gastheer, een organisme waarin het virus zich vermenigvuldigt, en een vector, een organisme dat het virus vervoert en doorgeeft aan een nieuwe gastheer. Voor arbovirussen zijn vectoren gewoonlijk muggen, teken, zandvliegen en andere geleedpotigen die zich voeden met het bloed van gewervelde dieren. Het gewervelde dier waarvan het bloed wordt uitgezogen, zijn de gastheren. Elke vector heeft over het algemeen een sterke voorkeur voor een specifiek gastheerdier.[1]

Het virus springt van de speekselklieren van de vector over naar het bloed van de gastheer tijdens een beet. Vervolgens ondergaat het virus een proces genaamd amplificatie, waarbij het zich snel binnen het bloedplasma vermenigvuldigt (viremie). Wanneer ren niet-geïnfecteerde vector later het bloed drinkt van deze gastheer, zal deze het virus bij zich dragen en een volgende gastheer kunnen infecteren. Bij sommige gastheren zal geen amplificatie optreden, waardoor deze soort het virus niet verder zal verspreiden. Dergelijke soorten worden dead-end gastheren genoemd.[1][2]

Tussen mensen[bewerken | brontekst bewerken]

De mens is voor de meeste arbovirussen een 'dead-end' gastheer dat wil zeggen dat virusverspreiding via de mens niet mogelijk is. Bij bloedtransfusies en orgaantransplantatie is overdracht tussen mensen echter wel mogelijk, wanneer de donor door een arbovirus is geïnfecteerd.[3] Om deze reden worden het bloed en organen vaak grondig op virusdeeltjes gescreend, voordat de potentiële donor in aanmerking komt voor donorschap.[4]

Classificatie[bewerken | brontekst bewerken]

Arbovirussen zijn een grote en diverse groep. In het verleden werden arbovirussen onderverdeeld in vier groepen: A, B, C en D. Groep A omvatte leden van het geslacht Alphavirus,[5] en Groep B het geslacht Flavivirus.[6] Groep C omvatte de ene helft van het geslacht Orthobunyavirus, groep D de andere helft.[7] Later werden arbovirussen gezamenlijk geclassificeerd volgens de Baltimore-classificatie alsook volgens de classificatie van het ICTV. Vrijwel alle klinisch belangrijke arbovirussen behoren tot een van de volgende vier groepen: