Banqiao-dam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ligging Banqiao-dam

De Banqiao-dam was een stuwdam gelegen in de Chinese provincie Henan. De dam stortte in 1975 in als gevolg van de tyfoon Nina. Door deze instorting kwamen ongeveer 26.000 mensen om het leven door het enorme hoeveelheid water dat diverse woongebieden overspoelde. Door de daaropvolgende hongersnood en de epidemieën die uitbraken kwamen nog eens 145.000 mensen om het leven. Door het water waren ongeveer 5.960.000 gebouwen ingestort.

Geschiedenis[bewerken]

De dam werd gebouwd in de jaren 50 in de Ru-rivier als onderdeel van een project om overstromingen te voorkomen en elektriciteit te genereren. De dam was 118 meter hoog en was gebouwd om voor 492 miljoen m³ water te bergen (waarvan 375 miljoen m³ was gereserveerd voor wanneer er enorme regenval is). Na het afronden van de bouw kwamen er scheuren in de dam. Deze beschadigingen werden gerepareerd en de dam werd aangepast met behulp van advies van Russische technici. De dam werd als onverwoestbaar aangeduid.

Chen Xing was een hydroloog en had meegeholpen aan het ontwerp van de dam. Xing was het niet eens met de hoeveelheid noodsluizen in de dam. Hij had aanbevolen dat er twaalf aanwezig zouden moeten zijn, maar er werden er slechts vijf gebouwd. Xing werd al snel van het project gehaald na zijn kritiek op de veiligheidsmaatregelen. Na een aantal problemen met de dam in 1961 werd hij teruggehaald, maar daarna weer uit het project gezet.

De overstroming[bewerken]

De dam zou 306 mm regen moeten kunnen verdragen. Bij die regenval zou een overstroming ontstaan die eens in de 1000 jaar voorkomt. In augustus 1975 ontstond echter een overstroming die slechts eens in de 2000 jaar voorkomt, na dagen van record hoeveelheden regen door de tyfoon Nina. Tegen elke verwachting ontstond er na die tyfoon ook nog een koudefront. Op 7 augustus werd toestemming gegeven tot het openen van de dam, maar de telegrafen wisten het nieuws niet over te brengen tot de dam.

De sluizen konden niet genoeg water afvoeren om de druk op de dam te verlagen. Op 8 augustus 12.30 begaf de smallere Shimantan-dam het, een kleinere dam verder stroomopwaarts gelegen in hetzelfde water als waarin de Banqiao-dam lag. Een half uur later brak daardoor ook de Banqiao-dam, omdat die de druk, die nog eens werd verhoogd door de instorting van de andere dam, niet meer aankon. In de zes uur na de instorting spoelde 701 miljoen ton water weg dat gelegen was achter de dammen. Door de doorbraak ontstond een gigantische golf van water van tien kilometer breed en drie tot zeven meter hoog, die met meer dan vijftig kilometer per uur over een gigantisch gebied heenspoelde. Er was nauwelijks geëvacueerd. Van veel steden was de halve bevolking verdronken. De stad Daowencheng was zelfs geheel van de kaart verdwenen. Alle 9600 inwoners van die stad verdronken.

Om te voorkomen dat andere dammen gingen instorten werden sommige dammen juist expres vernietigd, om het water naar een andere plaats te brengen en de druk op belangrijke dijken te verlagen.

Als gevolg van de regenval werd de belangrijke Jingguang-spoorbaan voor achttien dagen gesloten. Negen dagen na de ramp hadden nog steeds één miljoen mensen geen hulp gehad. Er braken epidemieën uit en er was honger.

Na de ramp werden veel dammen opnieuw gebouwd. In 1993 werd de Banqiao-dam herbouwd en de Shimantan-dam in 1996.