Benji (Chinese historiografie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Benji (Chinese historiografie)
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 本纪
Traditioneel 本紀
Pinyin běnjì
Wade-Giles pen-chi
Andere benamingen diji (帝纪),
ji (纪)

Benji of Ben ji (Annalen, letterlijk: 'belangrijkste vermeldingen') is de benaming voor de keizerlijke biografieën zoals die staan vermeld aan het begin van elke standaardgeschiedenis van de Chinese keizerlijke dynastieën. De 'benji' worden in de latere dynastieke geschiedenissen ook wel diji of eenvoudig ji genoemd.

Kenmerken[bewerken]

De 'benji' geven een strikt chronologisch overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen die tijdens de regering van een keizer hebben plaatsgevonden. Die zaken worden uitsluitend beschreven vanuit het standpunt van het hof. De 'benji' hebben drie gemeenschappelijke kenmerken:

  • het zijn annalen met een strikt chronologische opbouw.
  • de keizer is de enige handelend persoon.
  • er worden alleen staatszaken beschreven.

Zij bieden dus geen volledig portret van de beschrevene en zijn dan ook géén biografieën in strikte zin.

In de standaardgeschiedenissen bezit elke keizer een 'benji'. Er is slechts één uitzondering. Sima Qian schreef in zijn Shiji geen kroniek voor keizer Yidi (義帝). Die was in 206 v. Chr, gedurende de strijd die volgde op de val van de Qin-dynastie, door generaal Xiang Yu (項羽) tot keizer benoemd. Dat zijn positie volkomen machteloos was bleek toen Xiang Yu op eigen titel het voormalige Qin-rijk begon te verdelen zonder de keizer daar zelfs ook maar voor de vorm bij te betrekken. Sima Qian beschouwde Yidi dan ook niet meer dan een marionet van Xiang Yu. In plaats van de keizer kreeg de generaal zijn eigen 'benji' (juan 7). Dit was opmerkelijk binnen de confucianistische traditie. Overigens werd de biografie van Xiang Yu in de Hanshu (Standaardgeschiedenis van de Westelijke Han-dynastie) weer verplaatst naar de 'liezhuan', de in rang lagere niet-keizerlijke biografieën.

Zowel in de Shiji als in de Hanshu kreeg één keizerin een eigen 'benji'. Dat was Lü Zhi, omdat zij (met haar familie) tussen 195 en 180 v.Chr. de feitelijke macht uitoefende. Ban Gu, samensteller van de Hanshu, maakte daarbij wel onderscheid tussen staatszaken en haar andere activiteiten. Alleen de eerste categorie gebeurtenissen werd in haar 'benji' opgenomen, de andere zaken kwamen terecht in haar 'liezhuan'. In de Houhanshu, het boek van de Oostelijke Han, werden biografieën van een groot aantal keizerinnen in het onderdeel 'benji' opgenomen. Dit gold ook voor hen die verder geen politieke positie hadden bekleed. Hun biografieën werden geplaatst na de biografieën van de keizers.

In de Weishu, (de standaardgeschiedenis van de Wei), de Jinshu (die van de Jin-dynastie) en de Yuanshi (die van de Yuan-dynastie) werden vóór de biografieën van de daadwerkelijke keizers de 'benji' van hun voorouders geplaatst.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Han Yu-Shan, Elements of Chinese Historiography, Hollywood (W.M. Hawley) 1955. Hoofdstuk 12, The Twentysix Dynastic Histories Successive Groupings, pp. 191-205.