Berengaria van Portugal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Berengaria van Portugal
1198-1221
Berengaria portugalska.jpg
Koningin-gemaal van Denemarken
Periode 1214-1221
Voorganger Dagmar van Bohemen
Opvolger Jutta van Saksen
Vader Sancho I van Portugal
Moeder Dulce van Barcelona

Berengaria van Portugal (circa 1198 - 27 maart 1221) was een Portugese infante die van 1214 tot 1221 koningin-gemaal van Denemarken was.

Levensloop[bewerken]

Ze was de vijfde dochter van koning Sancho I van Portugal en Dulce van Barcelona.

Na de dood van haar vader in 1212 verlieten Berengaria en haar broer Ferrand Portugal, waarna Berengaria zich aan het Franse koninklijke hof vestigde. Via de vrouw van koning Filips II van Frankrijk, Ingeborg van Denemarken, werd Berengaria geïntroduceerd bij koning Waldemar II van Denemarken. De twee besloten te huwen en in 1214 vond het huwelijk plaats. Ze kregen volgende kinderen:

  • Erik IV (1216-1250), van 1241 tot 1250 koning van Denemarken
  • Sophia (1217-1248), huwde met markgraaf Johan I van Brandenburg
  • Abel (1218-1252), van 1250 tot 1252 koning van Denemarken
  • Christoffel I (1219-1259), van 1252 tot 1259 koning van Denemarken

Volgens sommige legenden zou Dagmar van Bohemen, de eerste vrouw van Waldemar II van Denemarken, op haar sterfbed haar gemaal gesmeekt hebben om te huwen met Kirsten, de dochter van Karl von Rise, en niet met de "prachtige bloem" Berengaria. Ze zou met andere woorden het huwelijk van Berengaria en Waldemar II voorspeld hebben, net als de toekomstige machtsstrijd tussen Berengaria's zoons om de Deense troon die Denemarken erg zou verzwakken. Waarschijnlijk is dit meer een legende dan een historisch feit.

Dagmar was door haar blonde haren en haar noordelijke uiterlijk erg populair bij de Deense bevolking, terwijl Berengaria door haar donkergekleurde ogen, haar ravenzwarte haren en haar grote schoonheid zeer onpopulair was bij de Deense bevolking. In verschillende volksliederen uit die periode werd Berengaria verweten dat ze verantwoordelijk zou zijn voor de belastingverhogingen die haar echtgenoot liet doorvoeren. Deze belastingverhogingen dienden echter niet voor Berengaria, maar om de oorlogsinspanningen te kunnen financieren. Ook kon ze moeilijk tippen aan de grote populariteit van koningin Dagmar.

Berengaria deed donaties aan meerdere kerken en kloosters in Denemarken. Ook was ze de eerste koningin van Denemarken die een kroon droeg, zoals blijkt uit een inventaris van haar spullen die in 1225 werd opgemaakt.

In 1221 stierf ze bij de bevalling van haar vijfde kind. Ze werd daarna begraven in de Sint-Benedictuskerk van Ringsted.