Calciumwaterstofcarbonaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Calciumwaterstofcarbonaat of calciumbicarbonaat (Ca(HCO3)2), slaat op een stof die enkel bestaat in waterige oplossing met ionen van calcium (Ca2+), opgelost kooldioxide (CO2), waterstofcarbonaat (HCO3) en carbonaat (CO32–). De concentraties hangen af van de zuurgraad: waterstofcarbonaat overheerst bij een pH tussen 6,36 en 10,25 in water.

Alle water slorpt in contact met de lucht kooldioxide op. Als dit water langs rotsen en afzettingen stroomt, neemt het er metaalionen uit op, vooral calcium en magnesium. Alle water in rivieren, meren en bronnen bevat daarom waterstofcarbonaten. Dit is zogenaamd hard water. In buizen en ketels ontwijkt kooldioxide en zettten de waterstofcarbonaten zich af als de onoplosbare carbonaten, het zogenaamde ketelsteen. Met zeep vormen de waterstofcarbonaten het skaam.

Calciumwaterstofcarbonaat kan niet als vaste stof uitkristalliseren door verhitting: er vormt zich calciumcarbonaat:

Ca(HCO3)2 (oplossing) → CO2 (gas) + H2O (vloeistof) + CaCO3 (vast)

Andere waterstofcarbonaten dan die van de alkalimetalen zoals natriumwaterstofcarbonaat en ook ammoniumwaterstofcarbonaat komen niet voor in vaste vorm.

De reactie hierboven verklaart ook de vorming van stalactieten en stalagmieten in grotten.