Carinhall

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wachthuisjes van Carinhall in 2013
Overbrenging van de stoffelijke resten van Carin Göring van Zweden naar Schorfheide op 19 juni 1934 met vooraan Adolf Hitler naast Hermann Göring.
Hermann Göring begroet een leider van de SS in de tuin van Carinhall, op de achtergrond het bronzen hert.

Carinhall was het buitenverblijf in Zweedse stijl van Hermann Göring. Het bevond zich op de Schorfheide nabij Groß Dölln tussen de Großdöllner See en de Wuckersee in het noorden van het huidige Brandenburg. De architect die in 1933 begon was Werner March, die ook het Olympiastadion Berlin ontworpen had. Friedrich Hetzelt nam de taak van hem over.

Geschiedenis[bewerken]

Göring was Reichsjägermeister en waande zich in die positie van heer van de Schorfheide. In 1933 liet hij, direct na de machtsovername door de Nazi's in Schorfheide aan de oever van de Döllnsee een jachtslot bouwen in de stijl van een Zweeds landhuis. Hij gaf het de naam Carinhall. De naam is een eerbetoon aan de in 1931 gestorven Zweedse Carin von Kantzow, geboren Fock, met wie Göring sinds 1923 getrouwd was.

Carin Göring[bewerken]

Bij een bezoek aan haar graf te Zweden stak Göring een redevoering af en liet hij een kroon van rode rozen achter. Zweden verwijderden de kroon en lieten een protestnota achter tegen de politisering van een Zweedse vrouw voor propagandadoeleinden. Göring liet dit voorval in de gelijkgeschakelde pers voorstellen als grafschennis. Hij liet de stoffelijke resten van Carin Göring van Zweden naar Carinhall overbrengen en herbegraven. Op 10 april 1935 ging te Carinhall het bruiloftsfeest door van Göring met zijn tweede vrouw Emmy Sonnemann.

Bronzen hert[bewerken]

Kronenhirsch, Tierpark Berlin

In Carinhall stond het bronzen standbeeld Kronenhirsch door Darsow gemaakt voor de internationale jachttentoonstelling van 1937 te Berlijn dat het hert voorstelt dat Göring op 9 februari 1936 op de Rominter Heide schoot. Na de tentoonstelling werd het in de Carinhallhof geplaatst. In 1950 verhuisde het naar het park van het slot Sanscousi in Potsdam. Het standbeeld verhuisde in 1969 naar het Tierpark Berlin-Friedrichsfelde. Een kopie staat sinds 1939 in het park van Jagdschloss Grillenburg in het Tharandter Wald.

Roofkunst[bewerken]

In Carinhall was de private verzameling roofkunst van Göring ondergebracht[1]. Göring ontving er buitenlandse gasten, waarmee hij op de heide ging jagen. In 1943 liet Göring een deel van zijn kunstverzameling naar Bergungsort Salzbergwerk Altaussee bij Altaussee in de Politische Expositur Bad Aussee te Steiermark opslaan. Die kunstwerken brachten de geallieerden vanaf 1945 in vrachtwagens naar het Central Collecting Point te München in de voormalige Führerbau en in het Haus der Kulturinstitute. Het andere deel van zijn privéverzameling bleef te Carinhall tot Göring ze in januari 1945 met speciale treinen naar bunkers in tunnels te Berchtesgaden liet voeren. Een deel werd geplunderd uit de treinen.

Bombardement[bewerken]

Op 20 april 1945 verliet Göring Carinhall voorgoed. Een kleine eenheid van de Luftwaffe bleef achter. Toen het Rode Leger op enkele kilometer was, lieten op 28 april 1945 Duitse militairen Carinhall met 80 vliegtuigbommen de lucht in gaan.

Russische soldaten schonden het graf van Carin Göring. Een Zweedse monnik verzamelde haar stoffelijke resten, liet ze cremeren en bracht ze terug naar Zweden in haar oorspronkelijk graf. In 1999 bracht het boek Görings Reich: Selbstinszenierungen in Carinhall veel bezoekers naar Carinhall en de regering van Brandenburg liet de overblijfselen van het graf van Carin Göring afbreken.