Cees Struyker Boudier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Cornelis Ebertus Maria (Cees) Struyker Boudier (Bandoeng, Nederlands-Indië, 16 oktober 1937 - Varsseveld, 11 februari 2015) was een Nederlandse filosoof, filosofiehistoricus en hoogleraar.

Levensloop[bewerken]

Het gezin waarvan hij deel uitmaakte groeide op in een Japans interneringskamp. Na het gymnasium studeerde Struyker Boudier wijsbegeerte en psychologie in Nijmegen, waarna hij de militaire dienstplicht volbracht. Daarna werkte hij enige tijd als psychologisch adviseur voor maatschappelijke instellingen. Vervolgens werd hij wetenschappelijk medewerker aan het Filosofisch Instituut van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

In 1970 promoveerde Struyker Boudier bij Stephan Strasser op het proefschrift Fenomenologie en psychoanalyse. De problematiek van het bewustzijn en de psychoanalyse bij Maurice Merleau-Ponty. Aan het eind van hetzelfde jaar werd hij benoemd tot lector in de wijsgerige antropologie, waarbij hij een deel van de taken van Strasser overnam.[1] Hij volgde in 1975 bij diens vertrek Strasser op als hoogleraar in de wijsgerige antropologie aan de Faculteit Psychologie. In 1994, bij en ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Ferdinand Sassen, richtte de Nijmeegse universiteit de Sassenleerstoel voor de geschiedenis van het wijsgerig leven in Nederland in relatie tot levensbeschouwingen op – Struyker Boudier, die had besloten in 1994 afscheid te nemen, werd de eerste bezetter.[2] Bij het aantreden hield hij een rede over enkele onderbelichte aspecten van leven en werken van Sassen, die in bewerkte vorm is verschenen in jaargang 7 van Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland.

In 1980 overleed zijn vrouw. Struyker Boudier liet zich tot priester wijden voor de parochie Malden. Hij was daarvoor al lekenpriester voor de Studentenkerk geweest. Hij had twee kinderen.

Zijn broer Henk Struyker Boudier (1934-1996) was neerlandicus met een humanistische belangstelling en was eveneens verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.[3]

De filosofie[bewerken]

Struyker Boudier werd gefascineerd door de wijsgerige psychologie met inachtneming van de fenomenologische methodes en de existentialistische insteek. Dit houdt in: met aandacht voor de menselijke persoon los van de wetenschap en de grote systemen, maar juist in samenhang met de leefwereld. De puur wetenschappelijke visie op de mens is een reductionisme dat tekort doet aan zijn vrijheid, (zelf-)bewustzijn, creativiteit en vooral verantwoordelijkheid. Het existentialisme benadrukt de vrijheid. Jean-Paul Sartre werd door Struyker Boudier c.s. gezien als een radicaal van de vrijheid (de "Ultra-Bolsjewiek"), maar Maurice Merleau-Ponty schreef veel over de weefsels waarin het subject reeds fundamenteel gesitueerd was - een substantiëlere vrijheid.

Omdat al deze concepten een moraalfilosofische diepte bezitten, waren deze stromingen destijds ook in de mode in confessionele kringen. Mede daarom had Struyker Boudier belangstelling voor katholieke en andere christelijke contexten.

Uitspraak[bewerken]

  • Het geloof is toch geen concentratiekamp?

Publicaties[bewerken]

Een selectie uit de publicaties van Struyker Boudier:

  • Jean-Paul Sartre: een inleiding tot zijn denken (Lannoo, 1967)
  • Fenomenologie en psychoanalyse. De problematiek van het bewustzijn en de psychoanalyse bij Maurice Merleau-Ponty (Nijmegen, 1970, dissertatie)
  • Vervreemding en bevrijding: bijdragen tot een moderne antropologie (Bilthoven, 1972)
  • Politieke dissidenten (Bilthoven, 1974)
  • Vragen staat vrij (Baarn, 1978)
  • Zelfverwerkelijking: vraagtekens bij enkele moderne idolen (Baarn, 1979)
  • Het lijkt nergens op: invallen en ideeën over lief en leed (Baarn, 1980)
  • Fenomenologie in Nederland en België: een histories overzicht, m.m.v. Samuel IJsseling en H.M.A. Struyker Boudier (Nijmegen, 1980)
  • Morgen is het zondag: verkenningen in hedendaags scheppingsdenken (Kampen, 1990)
  • Amor ergo sum: aanzetten tot een filosofie van de liefde (Kampen, 1992)
  • Een man van de geest: hoofdstukken over leven en werken van Ferdinand Sassen (Nijmegen, 1997)

Redes[bewerken]

  • Moderne antropologie: een konfrontatie van prakties-kritiese en fenomenologies-existentiële antropologie (Inauguratie, 1971)
  • Bevrijd tot vreugde: contouren van een westerse bevrijdingstheologie (Diesrede, KTH Amsterdam, 1987)

Hoofdwerken[bewerken]

  • Een hoofdstuk uit de geschiedenis van fenomenologie en existentiefilosofie in Nederland en België, 3 dln. in 4 bdn. (Nijmegen, 1982)
  • Wijsgerig leven in Nederland, België en Luxemburg, 1880-1980, in 8 dln. (Nijmegen, 1985-1992)