Civiele Bescherming (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Civiele Bescherming
CivilDefence.svg
Type Hulpdienst
Opgericht 31 december 1963
Voorganger(s) Passieve Luchtbescherming (1937)
Nationaal Hulpkorps (1945)
Korps Burgerlijke Bescherming (1951)
Jurisdictie Vlag van België België
Verantwoordelijke minister Jan Jambon
Functie minister Minister van Binnenlandse Zaken
Directeur Adviseur-generaal Edwin Van der Eecken
Website www.civieleveiligheid.be

De Civiele Bescherming (CB) is een Belgische federale hulpdienst die valt onder de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. De Civiele Bescherming wordt enkel ingezet op vraag van bepaalde overheden of overheidsdiensten en kan niet tussenbeide komen op vraag van een particulier, zoals wel het geval is bij de brandweer. De Civiele Bescherming biedt ondersteuning aan andere hulpdiensten (zoals politie en brandweer) met gespecialiseerde kennis en zwaar materieel, vaak bij grote rampen. Tot hun takenpakket behoren het tussenkomen bij CBRN-incidenten of overstromingen, het versterken van de watervoorziening bij grote branden, het inzetten van honden- of duikteams bij search-and-rescue-interventies of gerechtelijke opdrachten, het indammen van vervuiling op zee, ... . Sommige eenheden komen ook tussen in de reguliere hulpverlening in hun gebied, bijvoorbeeld voor brandbestrijding of ambulancehulpverlening.

De Civiele Bescherming beschikt anno 2016 over ongeveer 1100 personeelsleden (waarvan 450 beroepsleden en 650 vrijwilligers) en bijna 670 voertuigen. In 2016 voerde ze ongeveer 5.500 interventies uit. Er is een hoofdbestuur te Brussel en er zijn zes operationele eenheden in Brasschaat, Crisnée, Ghlin, Jabbeke, Libramont en Liedekerke.

Geschiedenis[bewerken]

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Het bombardement op Guernica in 1937, dat gericht was op de burgerbevolking van het stadje, gaf in veel landen (waaronder België) aanleiding tot het oprichten van een korps bestaande uit vrijwilligers dat bij bombardementen de burgerbevolking kon waarschuwen, eerste hulp kon verlenen en puin kon ruimen. Na een aantal pogingen kreeg deze organisatie in 1942 vorm onder de naam Passieve Luchtbescherming (PLB) en werd gehuisvest in de verlaten lokalen van een brouwerij in Anderlecht. Deze organisatie verrichte reddingswerken aan oorlogsslachtoffers gedurende de Tweede Wereldoorlog. Bij het aflopen van de oorlog in 1945 was men zich bewust van het nut van een dergelijke organisatie en de Passieve Luchtbescherming werd bestendigd als het Nationaal Hulpkorps (NHK), waarbij het aantal vrijwilligers verminderd werd en in hun plaats beroepslieden kwamen. Het Nationaal Hulpkorps werd ondergebracht in een kazerne aan het Jubelpark in Brussel. Een groot deel van het materieel waarover het Nationaal Hulpkorps toen beschikte was afkomstig van de geallieerden.

Korps Burgerlijke Bescherming[bewerken]

Het begin van de Koreaanse Oorlog in 1951 was de impuls om de naam van het korps te veranderen tot Korps Burgerlijke Bescherming en het statuut ervan te bepalen. In 1951 werd ook de School voor Burgerlijke Bescherming opgericht. In 1954 werd het Korps Burgerlijke Bescherming tot een volwaardige organisatie omgevormd, waarbij naast de hoofdkazerne aan het Jubelpark twee 'grote wachten' werden opgericht: een in Lissewege en een in Le Rœulx. Naast deze wachten werden ook drie strategische depots opgericht in Crisnée, Ghlin en Liedekerke. In 1957 kwam daar ook een depot in Brasschaat bij. Deze depots fungeerden als opslagplaatsen voor voertuigen en materieel. Eind 1959 moest het Korps Burgerlijke Bescherming vertrekken uit de kazerne aan het Jubelpark om plaats te maken voor het Koninklijk Legermuseum, dat anno 2016 daar nog steeds gevestigd is. Begin 1960 werden de eenheden in Brussel, Le Rœulx en Lissewege daarop vervangen door volwaardige eenheden in Brasschaat, Crisnée, Ghlin en Liedekerke.

Wet betreffende de civiele bescherming[bewerken]

Onder toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Arthur Gilson kwam met de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming een wettelijk kader voor de werking van de Civiele Bescherming en de takenverdeling tussen deze dienst en de brandweer. Deze wet leidde onder andere tot de oprichting van het Nationaal Alarmeringscentrum in het Fort van Walem, waarvan later een deel van de activiteiten aan het Crisiscentrum van de federale regering werden overgedragen.[1]

In 1974 werd binnen de Civiele Bescherming een dienst Helihulp opgericht die werkte binnen het kader van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening. De oprichting van deze dienst leidde tevens tot het oprichten van een vooruitgeschoven post in Beernem in 1974 en een in Neufchâteau in 1976. In 1986 werd de post in Beernem gesloten om voornamelijk financiële redenen, terwijl de post in Neufchâteau het statuut van 'grote wacht' kreeg en daarmee voortaan autonoom kon tussenkomen. In 1999 kwam er ten slotte nog een grote wacht bij in Jabbeke.

Brandweerhervorming[bewerken]

Bij de gasramp in Gellingen in 2004 bleek dat de organisatie van de civiele hulpdiensten in België niet meer aangepast was aan de noden van de moderne samenleving. Naar analogie met de politiehervorming in 1998 werd er daarom besloten om de organisatie van de civiele hulpdiensten in België opnieuw te bekijken. Onder leiding van toenmalig gouverneur van de provincie Antwerpen Camille Paulus werd een commissie samengesteld ('Commissie Paulus') die deze hervorming moest uitwerken. Het eindrapport uit 2006 van deze commissie ging uit van drie noodzakelijke hervormingen:

  • Elke burger heeft recht op de snelste adequate hulp.
  • Elke burger heeft recht op eenzelfde basisbescherming tegen een gelijkwaardige bijdrageplicht.
  • Schaalvergroting is noodzakelijk.

Een jaar later werd de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid gestemd die de basis vormde voor deze brandweerhervorming. Bij deze hervorming gingen de gemeentelijke brandweerdiensten op in nieuwe structuren: de hulpverleningszones. In 2015 gingen de meeste van deze zones officieel van start. Bij deze brandweerhervorming is tevens de taakverdeling tussen de hulpverleningszones en de Civiele Bescherming aangepast. De hulpverleningszones staan in voor de basisopdrachten van de civiele veiligheid, zoals brandbestrijding, terwijl de Civiele Bescherming zich richt op gespecialiseerde en langdurige interventies (voornamelijk CBRN-incidenten, search-and-rescue en zware technische ondersteuning). Evenwel werd de mogelijkheid gelaten voor hulpverleningszones om door middel van een samenwerkingsovereenkomst voor sommige basisopdrachten een beroep te doen op een andere hulpverleningszone of een operationele eenheid van de Civiele Bescherming. Verder kregen de leden van de brandweer en de Civiele Bescherming een nieuw statuut.[2]

Herstructurering[bewerken]

Begin april 2017 kondigde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon aan vier van de zes eenheden van de Civiele Bescherming, meer bepaald die van Ghlin, Jabbeke, Libramont en Liedekerke, te willen sluiten. De eenheden in Brasschaat en Crisnée zouden als enige overblijven. De bedoeling is om de Civiele Bescherming om te vormen tot een zuivere tweedelijnsdienst. Dat betekent dat de Civiele Bescherming geen eerstelijnstaken meer zou mogen uitoefenen, zoals brandbestrijding, waterbevoorrading of ambulancehulpverlening, maar zich enkel zou richten op hooggespecialiseerde hulp, zoals bij CBRN-incidenten of overstromingen. De eerstelijnstaken zouden uitsluitend worden uitgeoefend door de hulpverleningszones.

Op de hervormingsplannen bestond kritiek vanuit de vakbonden en gemeentes waar een eenheid van de Civiele Bescherming gevestigd was. Daarbij werd vaak aangehaald dat kostbare tijd bij rampen verloren zou gaan doordat de Civiele Bescherming vanop minder plaatsen zou kunnen uitrukken. Ook was er bezorgdheid omtrent de ligging van de eenheid van Brasschaat, die bij een nucleair ongeval in de kerncentrale van Doel in de besmette zone zou liggen. Minister Jambon stelde daarentegen dat de gespecialiseerde tweedelijnstaken die de Civiele Bescherming nog zou uitoefenen minder tijdskritiek waren. Ook ontkende minister Jambon dat de eenheid in Brasschaat zou opengehouden worden omdat hij ook tegelijk burgemeester was die gemeente; hij stelde dat de eenheid in Brasschaat openbleef omwille van de hoge concentratie aan Sevesobedrijven in de omgeving (waaronder de industrie in de Antwerpse haven).[3]

Organisatie[bewerken]

De Civiele Bescherming omvat zes operationele eenheden die elk instaan voor hulpverlening en steun op vlak van de civiele veiligheid in een bepaalde regio van het Belgisch grondgebied. De eenheden zijn naast hun reguliere vaardigheden en kennis ook gespecialiseerd in bepaalde domeinen, vooral afhankelijk van hun ligging. Deze eenheden worden elk door een eenheidschef geleid en aangestuurd vanuit de Directie Operaties te Brussel van de Algemene Directie Civiele Veiligheid, dewelke op zijn beurt deel uitmaakt van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

Eenheden[bewerken]

  • Directie Operaties
  • Operationele eenheid Libramont: voor Luxemburg en een deel van Namen
  • Operationele eenheid Crisnée: voor Luik, een deel van Namen en een deel van Waals-Brabant

Gespecialiseerd teams[bewerken]

Voor haar taken beschikt de Civiele Bescherming over een aantal gespecialiseerde teams, al dan niet in samenwerking met de brandweer:

  • Hondenteams voor het opsporen van mensen.
  • GRIMP-teams voor het redden van mensen op moeilijk bereikbare plaatsen.
  • USAR-teams voor het zoeken en redden van mensen bedolven onder puin.
  • Duikteams voor onderwateropdrachten.
  • IBIS-teams voor het opsporen van overleden personen (vaak in samenwerking met het DVI-team van de federale politie).
  • Een speleohulpteam voor interventies in moeilijk bereikbare ondergrondse plaatsen.

Op vraag van de minister van Binnenlandse Zaken kunnen de leden van de Civiele Bescherming ook hulp bieden in het buitenland in het kader van internationale missies van B-FAST. Deze interventiestructuur biedt hulp in het buitenland bij rampen waarbij de mogelijkheden van het getroffen land overschreden worden. Binnen de teams van B-FAST werken de leden van de Civiele Bescherming samen met artsen, verpleegkundigen, brandweerlieden, militairen en anderen.

Materieel[bewerken]

Tankwagen van de Civiele Bescherming in Crisnée

De eenheden van de Civiele Bescherming beschikken over verschillende soorten gespecialiseerd en zwaar materieel voor hun verschillende taken:

  • Superwaterkanon voor het bestrijden van grote chemische branden.
  • Grote tankwagens voor waterbevoorrading.
  • Zwaar pompmaterieel om aan een hoog debiet grote hoeveelheden water weg te pompen (bijvoorbeeld bij overstromingen).
  • Decontaminatie-eenheden voor het ontsmetten van slachtoffers bij CBRN-incidenten.
  • Vacuümtanks voor het opzuigen van vervuiling en gevaarlijke stoffen.
  • Waterline om snel grote hoeveelheden waterzakjes aan te maken.

Personeel[bewerken]

Bij de Civiele Bescherming werken ongeveer 450 beroepspersoneelsleden en 650 vrijwillige personeelsleden. Zoals andere medewerkers van de federale overheid worden zij ingedeeld in niveaus (kaders) op basis van hun opleidingsniveau:

  • Geen diplomavereiste (D)
  • Diploma secundair onderwijs (C)
  • Diploma hoger onderwijs - bachelor (B)
  • Diploma hoger onderwijs - master (A)

Het personeel van de Civiele Bescherming kent grotendeels dezelfde graden als het andere personeel van de federale overheidsdiensten. Enkel op niveau D zijn er nog graden die uniek zijn voor de Civiele Bescherming:

Niveau Graad Functie
A adviseur-generaal eenheidschef
attaché adjunct-eenheidschef
B technisch deskundige compagniechef
C technisch assistent operationeel assistent
D operationeel brigadier
operationeel medewerker

Statistieken[bewerken]

De meeste interventies die de Civiele Bescherming in 2016 uitvoerde waren het leveren van humanitaire bijstand in de gevangenissen, het voorzien van signalisatie of beveiliging bij incidenten en het bestrijden van milieuvervuiling. Daarmee steeg het aantal interventies voor humanitaire bijstand in de gevangenissen spectaculair ten opzichte van 2015. Het aantal interventies voor signalisatie of beveiliging verdubbelde tevens ten opzichte van het vorige jaar.

Aard van interventie 2015 2016
Incidenten Uren    Incidenten  Uren
Humanitair: gevangenissen 83 7927,63 703 25263,03
Signalisatie/beveiliging 360 1715,32 631 2798,53
Vervuiling 772 9194,48 590 7619,62
Andere 669 9835,52 386 5197,23
Wateroverlast 71 1099,10 376 6579,17
Drugs 191 5406,10 310 7450,60
Verkeersongeval 277 2289,53 240 1607,33
Preventief 51 2080,47 228 3995,23
Station/boodschappen 41 315,17 226 239,05
Brand 328 6067,77 183 29,63
Externe oefening 141 2964,93 169 4809,40
Vergadering 105 470,50 161 944,23
Logistiek transport 228 3956,50 148 3875,30
Waterbevoorrading 176 1337,85 148 1447,85
Zoeken vermiste personen 82 4455,80 125 5311,58
Logistiek politie 135 1968,52 114 1920,52
Verdacht pakket 65 510,63 109 858,62
Drinkwaterbedeling 79 1235,27 97 918,48
Storm 37 527,37 84 1634,95
CBRN (gevaarlijke stoffen) 32 396,05 71 1185,27
Ladingsverlies openbare weg 47 782,47 57 759,00
Bommelding/terreurdreiging 23 55,78 53 643,28
Bijstand DVI 34 1019,88 50 2328,15
Bijstand ambulance 67 126,33 50 81,50
Interne oefening 12 514,23 40 1122,03
Opzoekingen voor parket 70 2138,07 39 1103,75
Demo/tentoonstelling 50 1812,62 39 1759,48
Humanitair 85 5249,77 36 823,25
Verdelgen wespen 49 48,93 28 27,65
Instortingsgevaar 42 425,57 27 263,00
Ontploffingsgevaar 17 98,38 11 50,15
Baantest 4 11,25 10 29,45
Spoorongeval 7 61,52 4 61,58
Luchtvaartongeval 1 110,50 1 126,40
Alarmering bevolking 1 26,67 0 0
TOTAAL 4432 76236,47 5544 95798,07

Zie ook[bewerken]