Naar inhoud springen

Cloaca Maxima

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Cloaca Maxima
Uitgang van de Cloaca Maxima in de Tiber.
Uitgang van de Cloaca Maxima in de Tiber.
Locatie Keizerlijke fora, Forum Romanum, Forum Boarium
Voltooid 7e eeuw v.Chr.
In opdracht van Tarquinius Priscus
Type bouwwerk Riool
Lijst van antieke bouwwerken in Rome
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

De Cloaca Maxima (Nederlands: Grootste Riool) is het grote riool in Rome dat in de Tiber uitmondt. Het werd in de 7e eeuw v.Chr. onder Tarquinius Priscus als open kanaal gebouwd en werd in de 1e eeuw v.Chr. overdekt.

Het eerste deel van de Cloaca Maxima werd rond 616 v.Chr. in opdracht van de Etruskische koning van Rome Tarquinius Priscus aangelegd om water van de bewoonde gebieden in Rome af te voeren naar de rivier de Tiber. Voorheen gebeurde dat altijd door middel van op natuurlijke wijze gevormde stromen, maar deze waren niet toereikend bij de uitbreiding van de stad.

Het eerste (laagste) deel was vooral bedoeld om stukken moeras te draineren en er zo bruikbaar land van te maken. Tijdenlang was het een open riool, totdat door drukte en intensief gebruik van het terrein rond het Circus Maximus zich de noodzaak aandiende het te overdekken.

De kronkelige loop van het riool is een gevolg van het feit dat het oorspronkelijk uit beken bestond. Delen van de Cloaca Maxima worden nog gebruikt en de uitmonding in de Tiber is nog aanwezig.

De Cloaca Maxima in 1814

Het werk werd grotendeels uitgevoerd door Etruskische ingenieurs en semi-dwangarbeid door de armere klassen van Romeinse burgers. Ondergrondse werkzaamheden zouden aan het riool zijn uitgevoerd in opdracht van Tarquinius Superbus, de zevende en laatste koning van Rome.

Romeins geschiedschrijver Titus Livius (ca. 59 v.Chr - 17 n.Chr) beschreef rioolsysteem als een tunnel onder Rome. Uit andere geschriften en uit de route blijkt dat het oorspronkelijk een open afvoer was, gevormd door waterstromen vanaf drie aangrenzende heuvels, die steeds meer werden gekanaliseerd. De gesloten afvoer zou zijn aangelegd naarmate de bouwruimte binnen de stad waardevoller werd.

Het aquaductsysteem voor de toevoer van vers water werd aan het einde van de eerste eeuw onderzocht door de generaal Frontinus, die zijn rapport over de toestand er van rechtstreeks aan keizer Nerva richtte. De elf aquaducten die Rome toen van water voorzagen werden, nadat ze water voor de vele openbare baden zoals de Thermen van Diocletianus en de Thermen van Trajanus, de openbare fonteinen, keizerlijke paleizen en particuliere huizen hadden geleverd uiteindelijk naar de riool geleid. Het beste water was gereserveerd voor drinkwater, tweede kwaliteitswater werd gebruikt voor de baden. Vuil water kwam terecht in het rioolnet. De continue toevoer van stromend water hielp afval te verwijderen en zo de riolering vrij te houden van obstakels.

De Nederlandse auteur F. Schmidt-Degener (1881-1941) schreef een gedicht Cloaca Maxima, dat in 1979 werd opgenomen in Gerrit Komrijs De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten.

Geïnspireerd door het thema afvoer heeft de Belgische kunstenaar Wim Delvoye een installatie gemaakt met de naam Cloaca.

Zie de categorie Cloaca Maxima van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.