Clothildis van Herstal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Clothildis van Herstal, Chrodechild, ook wel naar haar grootmoeder Doda genoemd,[1] (ca. 650, Herstal - na mei 692) was een Merovingische koningin van ongeveer 677 tot 692.

Haar ouders waren de hofmeier Ansegisus en de later heiligverklaarde Begga.[2] Omstreeks 677 trouwde ze met de koning van Neustrië Theuderik III.[3] Na diens dood in 690/691 oefende ze voor haar onmondige zoon Clovis IV[4] nog minstens een jaar het regentschap uit. In een geïnterpoleerde oorkonde van mei 692 wordt zij voor de laatste maal als zodanig genoemd.[5] Daarnaast heeft ze haar gade nog een jongere zoon Childebert III geschonken.[6] Mogelijk vond ze naast haar man in de Abdij van Sint-Vaast in Arras haar laatste rustplaats.[7]

Telt men de usurpator Chlotharius IV mee, dan zijn van de volgende zes laatste Merovingische koningen geen echtgenotes bekend. Chrodechild is daarmee de laatste bij naam gekende Merovingische koningin[8] en ze schijnt als regentes voor haar minderjarige zoon Clovis nog over een zekere invloed te hebben beschikt.

Noten[bewerken]

  1. Martina Hartmann (Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 86) meent dat het niet volledig zeker is, dat Chrodechild de koosnaam Doda gebruikte.
  2. M. Chaume, La famille de saint Guillaume de Gellone, in Annales de Bourgogne (1929), p. 48 (voetnoot 1).
  3. G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, DD Mer., I, Hannover, 1872, p. 51, nr. 57.
  4. G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, DD Mer., I, Hannover, 1872, pp. 51-53, nr. 58, M. Guérard (ed.), Cartulaire de l'abbaye de Saint-Bertin, Parijs, 1840, p. 36, nr. 14, Liber Historiae Francorum 49 (= B. Krusch, Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 323), (Continuator) Fredegar(is), Chronica 6 (= B. Krusch, Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 172), Chronica Sancti Medardi Suessionensis ad anno 695 (= L. d'Achery (ed.), Spicilegium, II, Parijs, 1631, p. 783).
  5. G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, DD Mer., I, Hannover, 1872, p. 53, nr. 58. Vgl. M. Hartmann, Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 86.
  6. Chronica Sancti Medardi Suessionensis ad anno 695 (= L. d'Achery (ed.), Spicilegium, II, Parijs, 1631, p. 783.
  7. Van Drival (ed.), Nécrologe de l'abbaye de Saint-Vaast d'Arras, Arras, 187, p. 4, Liber historiae Francorum III, p. 367. M. Hartmann, Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 86.
  8. M. Hartmann, Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 87.

Referenties[bewerken]