Co-ouderschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Co-ouderschap is het samen opvoeden van kind(eren) door beide ouders, die niet samenwonen.

België[bewerken]

Sedert de wet van 1995 is co-ouderschap bij echtscheiding de regel. Voor 1995 werd door de rechter het "hoederecht" over de kinderen aan een van beide ouders toegekend, de ander had in de regel "bezoekrecht". Bij co-ouderschap blijven beide ouders verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen en nemen samen belangrijke beslissingen zoals de keuze van de school, medische behandelingen e.d. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de rechter "exclusief" ouderschap toewijzen aan een van beide ouders, bijvoorbeeld bij mishandeling of zware verwaarlozing.
Los daarvan staat de regeling voor het verblijf van de kinderen. Dit kan bij een van de ouders zijn, met bezoekregeling voor de andere ouder, of een alternerend systeem (per week, maand, of enkel de weekends). Eventueel kan een internaatsverblijf in de regeling ingepast worden. De beide ouders komen deze verblijfsregeling overeen in onderling overleg. Lukt dat niet, dan is sedert 2006 (bilocatiewet, zie externe link) de regel dat de kinderen bij beide ouders evenveel tijd doorbrengen, een beurtsysteem per maand bijvoorbeeld. In uitzonderlijke gevallen kan de rechter ook de verblijfsregeling anders bepalen in het belang van de kinderen.

Nederland[bewerken]

Bij co-ouderschap ofwel deelouderschap kunnen ouders die niet samenwonen er voor kiezen om de opvoeding van de kinderen te delen met de andere ouder. Co-ouderschap kan ook ontstaan als gevolg van echtscheiding als de ouders het juridisch ouderschap en/of gezag samen blijven uitvoeren. Het kind kan dan bijvoorbeeld één week bij de vader en vervolgens één week bij de moeder wonen. Beide ouders blijven dan het ouderlijk gezag uitoefenen. Een andere keus kan zijn dat het kind op bepaalde vaste dagen bij de ene ouder verblijft en de overige dagen bij de andere ouder bijvoorbeeld in het geval de ouders niet fulltime werkzaam zijn.

Voor- en nadelen van het wisselende verblijf[bewerken]

Het voordeel is dat de gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind blijft bestaan en het kind het contact met beide ouders blijft onderhouden.

Een van de nadelen van is dat de voortdurende wisseling door sommige kinderen als belastend kan worden ervaren en voor innerlijke onrust zorgt, die het ook moeilijk maakt de tijd goed te organiseren. De kinderen moeten bijvoorbeeld hun schoolspullen tijdig overbrengen. Het gevaar is verder dat ouders voor de gunst van het kind tegen elkaar opbieden, wat tot verwennerij kan leiden of het kind onzeker maakt.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]