Concerto de Paris (Lancen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Concerto de Paris
Componist Serge Lancen
Soort compositie Pianoconcert
Gecomponeerd voor piano, harmonieorkest
Compositiedatum 1982
Première 1982
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Concerto de Paris is een compositie voor pianosolo en harmonieorkest (symfonisch blaasorkest) van de Parijzenaar Serge Lancen.

Geschiedenis[bewerken]

Concerto de Paris is na het Parade Concerto het tweede grote werk van Lancen voor piano en harmonieorkest. Ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de muziekuitgeverij Molenaar in Wormerveer werd het eind 1982 gecreëerd met de componist zelf aan het piano. Verschillende werken van Lancen werden beïnvloed door de geest en de sfeer van zijn geboortestad. Parijs is echter ook de stad waarin Claude Debussy en Maurice Ravel werkzaam waren, twee componisten die een onuitwisbare stempel drukten op de muziek van de 20e eeuw. Om enige duiding te geven omtrent de stijl van het werk, kan men gerust stellen dat het eerste deel van het Concerto de Paris even goed een pennevrucht van Maurice Ravel had kunnen zijn.

Muziek[bewerken]

Zoals bij verschillende composities van Lancen vormen ook hier lied en dans een belangrijke inspiratiebron. Typische Franse dansen zoals de "Musette-wals", de "Java" en de "Can-Can", die door de symfonische verwerking sterk afwijken van de volksdans, worden hier zonder overgang met elkaar verbonden. Hieronder een schematisch overzicht van de structuur van het werk om vervolgens wat dieper in te gaan op bepaalde karakteristieken:

Episodes Maten Maatgroepen Toonaard Vormdeel Verklaringen
1. Thema
  • 1 tot 9
  • 10 tot 17
  • 18 tot 28
  • 29 tot 40
  • 41 tot 48
  • 49 tot 68
  • 69 tot 84
  • 1 + 8
  • 8
  • 8 + 3
  • 8 + 4
  • 8
  • 6 + 4 + 6 + 4
  • 8 + 8
  • a
  • a >
  • b >
  • a > A
  • b >
  • b/a >
  • a >
  • thema bij 1e trompet, omspeeld met akkoordfiguren door de piano;
  • thema door de piano
  • middendeel van het thema
  • reprise deel van het thema
  • .
  • middendeel met kopmotief van het thema
  • thema 1 met slotcadenz
2. Thema
  • 85 tot 97
  • 98 tot 111
  • 111 tot 124
  • 3 + 3 + 7
  • 8 + 6
  • 8 + 6
  • . >
  • c > B
  • c >
  • overgang;
  • lyrisch-cantabel contrast thema
  • .
Wals
  • 124 tot 153
  • 154 tot 169
  • 170 tot 197
  • 198 tot 213
  • 214 tot 246
  • 2 + 8 + 8 + 12
  • 8 + 8
  • 8 + 8 + 12
  • 8 + 8
  • 8 + 8 + 12
  • B majeur
  • F majeur
  • Des majeur
  • As majeur
  • F majeur
  • d >
  • e >
  • d > C
  • e >
  • d >
2. Thema
  • 245 tot 267
  • 268 tot 273
  • 8 + 8 + 6
  • 6
  • B majeur, Es majeur, D majeur, Des majeur, F majeur
  • B majeur
  • c > B
  • b'>
  • 2e thema met modulatie-element
  • slot met motieven uit het middendeel van thema 1
1. Thema
  • 274 tot 287
  • 288 tot 295
  • 296 tot 303
  • 303 tot 311
  • 7 + 7
  • 8
  • 8
  • 8
  • a >
  • a > A
  • b >
  • a" >
Java
  • 312 tot 336
  • 337 tot 355
  • 356 tot 379
  • 379 tot 398
  • 399 tot 420
  • 421 tot 436
  • 437 tot 452
  • 453 tot 474
  • 475 tot 489
  • 490 tot 509
  • 510 tot 528
  • 13 + 12
  • 9 + 10
  • 12 + 11
  • 11 + 9
  • 12 + 10
  • 8 + 8
  • 8 + 8
  • 12 + 10
  • 10 + 5
  • 10 + 10
  • 10 + 8
  • g mineur
  • g mineur
  • g mineur
  • g mineur
  • B majeur
  • B majeur
  • B majeur
  • B majeur
  • B majeur
  • g mineur
  • .
  • f >
  • f' >
  • f >
  • f' >
  • g > D
  • g' >
  • g" >
  • g >
  • f" >
  • f >
  • f' >
  • Dialoog piano - orkest, waarbij de zinnen elkaar overlappen.
  • .
  • Omgekeerde dialoog
  • .
  • .
  • .
  • .
  • .
  • .
  • reprise
  • .
Can-Can
  • 542 tot 573
  • .
  • 574 tot 614
  • .
  • 615 tot 642
  • .
  • 643 tot 662
  • 663 tot 678
  • 679 tot 719
  • .
  • 720 tot 751
  • .
  • 752 tot 772
  • .
  • (8 + 8) +
  • (8 + 8)
  • (9 + 9) +
  • (8 + 8 + 7)
  • (8 + 8) +
  • (8 + 4)
  • 8 + 8 + 4
  • 8 + 8
  • (9 + 9)
  • (8 + 8 + 7)
  • (8 + 8) +
  • (8 + 8)
  • (8 + 4) +
  • (8 + 1)
  • B majeur
  • .
  • d mineur
  • .
  • B majeur
  • .
  • B majeur
  • B majeur
  • d mineur
  • .
  • B majeur
  • .
  • B majeur
  • .
  • h >
  • . >
  • i >
  • . >
  • j >
  • . >
  • k > E
  • h >
  • i >
  • . >
  • j >
  • . >
  • k >
  • . >
Wals 773 tot 784 8 + 4 B majeur d >
Can-Can 785 tot 792 4 B majeur h' > Coda
2. Thema 793 tot 806 8 + 6 B majeur c >
Can-Can 807 tot 845
  • 8 + 8 + 2
  • + 21
B majeur h >

Het eerste thema is als een driedelige liedvorm a - b - a opgevat; daarbij omvat elk deel 8 maten, die kunnen worden opgesplitst in een voor- en nazin. Alhoewel het eerste deel (a) een typisch instrumentaal thema is, wat de pregnante articulatie bewijst, vertoont de beperkte toonomvang een invloed van het vocale. De toonaard wordt ondersteund door drieklanken. Dit Dorische slot in maat 7 mildert de leidtoon en laat onder de vorm van een kleine terts de indruk van een "blue note" na. Het regelmatige ritme (kwart-2 achtste-kwart-2 achtste), wordt in de 2e en de 6e maat door een andere ritmische figuur (gebonden 2 achtste, achtste, gepunteerde kwart), die in de verdere ontwikkeling van het thema nog een belangrijke rol zal spelen, onderbroken. De syncopische opmaat (kwart-achtste maatstreep kwart) zal zijn ritmische spankracht reeds zeer snel bewijzen, wanneer hij in de maten 41-68 motivisch wordt opgevuld en 15 maal in een andere samenhang verschijnt.

Het tweede thema wordt door de componist zelf gekarakteriseerd met het opschrift lirica. Het contrasteert in tempo, toonaard, vorm en articulatie met de beide hoekdelen van het eerste thema. Het bestaat uit twee delen, een homofone pianistische zin van acht maten breed wordt uitgesponnen. Bij de herhaling door het harmonieorkest wordt de eerste zin verrijkt met een tegenmelodie.

De Java is een volksdans die sinds de jaren 20 van de 20e eeuw in Frankrijk, voornamelijk in de Parijse voorsteden en het platteland verspreid is. Stilistisch ontleent ze elementen aan de Ländler, de wals en de mazurka. Door het gebruik van hemiolen, gealtereerde akkoorden en de overlappende dialoog verlaat Lancen het gebied van de volksmuziek.

Een vlotte Can-Can, gevolgd door een coda, waarin verschillende vroegere motieven worden teruggebracht, sluit dit meesterwerk, dat het publiek spontaan beroert, af.

Orkestratie[bewerken]

  • piccolo, dwarsfluit I+II, hobo I+II, fagot I+II, Esklarinet, klarinet in bes solo I+II, klarinet in a, klarinet in bes I+II+III, basklarinet, altsaxofoon I+II, tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, bassaxofoon;
  • trompetten I+II+III, hoorns I+II+III, trombones I+II+III, bariton (vioolsleutel) I+II, bariton (bassleutel) I+II, tuba I+II;
  • pauken, slagwerk I+II+III (bekkens, xylofoon, kleine trom, castagnetten, celesta, glockenspiel)