Controlled flight into terrain

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Controlled flight into terrain (CFIT) is een term gebruikt voor een vliegramp waarbij een luchtwaardig vliegtuig onder besturing van een piloot tegen de grond, een obstakel of het water vliegt. De term werd voor het eerst gebruikt door monteurs van Boeing eind jaren zeventig. Bij een CFIT zijn piloten zich vaak onbewust van het gevaar, tot het moment dat het te laat is om het ongeval te voorkomen.

In de burgerluchtvaart en privéluchtvaart wordt de term vaak omschreven als “een goed functionerend vliegtuig tegen de grond laten vliegen”.

Oorzaken[bewerken]

CFIT kan optreden als gevolg van vermoeidheid of desoriëntatie van de piloot. De botsing in kwestie vindt vaak plaats op verhoogd terrein zoals een heuvel of een berg. Ook van invloed is een gebrekkig zicht door wolken. CFIT treedt vooral op bij vliegtuigen die bezig zijn te dalen om op een nabijgelegen vliegveld te landen.

CFIT kan ook optreden door technische mankementen. Een bekend voorbeeld hiervan is een niet functionerend navigatiesysteem. Wat ook geregeld voorkomt is een klein technisch probleem dat niet van invloed is op het vermogen van het vliegtuig om te kunnen vliegen, maar de piloten wel zo afleidt dat ze niet doorhebben dat het vliegtuig te laag vliegt.

Om CFIT tegen te gaan zijn veel vliegtuigen voorzien van een Ground Proximity Warning System (GPWS), welke via een radio-hoogtemeter meet hoe hoog het vliegtuig boven de grond vliegt en alarm slaat als het vliegtuig te laag komt.

Noemenswaardige ongelukken[bewerken]

Enkele bekende ongelukken als gevolg van CFIT zijn:

Bronnen, noten en/of referenties