Correctionalisering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Correctionaliseren)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Correctionalisering is een rechtsfiguur in het Belgisch strafrecht waarbij een misdaad wordt gedenatureerd tot een wanbedrijf en ook als zodanig zal worden bestraft. Gelijklopend met de correctionalisering is de contraventionalisering, waarbij een wanbedrijf wordt gedenatureerd tot een overtreding.

Van misdaad naar wanbedrijf[bewerken]

In België worden misdaden in de regel bestraft door het hof van assisen, met een volksjury. Echter kunnen bepaalde misdaden worden gecorrectionaliseerd op basis van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden. Het geeft het openbaar ministerie de mogelijkheid om verzachtende omstandigheden of verschoningsgronden op te werpen, waarbij vervolgens de raadkamer de verdachte naar de correctionele rechtbank kan verwijzen. Op die manier volgt er geen berechting door het hof van assisen.

Potpourri II (2016) en vernietiging (2017)[bewerken]

De Wet Potpourri II van 5 februari 2016[1] zorgde ervoor dat alle misdaden voor correctionalisering vatbaar waren. Zowel de raadkamer, de kamer van inbeschuldigingstelling als het openbaar ministerie konden hierdoor voortaan elke misdaad correctionaliseren door verzachtende omstandigheden aan te nemen.

Deze veralgemeende correctionalisering werd eind 2017 vernietigd door het Grondwettelijk Hof wegens de schending van de Grondwet. In het bijzonder was het gelijkheidsbeginsel (art. 10-11 GW) geschonden, aangezien in bepaalde gevallen de beklaagde een hogere straf kan worden opgelegd na correctionalisering dan het geval zou zijn indien de zaak behandeld werd door het hof van assisen.[2]

Eerlijk proces?[bewerken]

De bezwaren tegen de correctionalisering die luid(d)en dat aan de waarborgen voor het eerlijk proces afbreuk wordt gedaan door de onttrekking van de zaak aan het hof van assisen en aldus aan een jury, werd door de kamer van inbeschuldigingstelling van Gent afgewezen.[3] Het luidt dat uit niets blijkt dat bij een procedure voor de lekenrechter het recht op een eerlijk proces beter gewaarborgd zou zijn.