Juryrechtspraak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zitplaatsen voor een jury bij een rechtszaak

In de rechtspraak is een jury een groep burgers die de schuldvraag van een verdachte beoordeelt. Nederland en Duitsland kennen in tegenstelling tot veel andere Europese landen geen juryrechtspraak meer.

Een jury is een afspiegeling van de bevolking van de betreffende jurisdictie. In de meeste gevallen is unanimiteit een vereiste, hoewel dit per rechtssysteem kan verschillen. De primaire taak van de jury is beantwoording van de schuldvraag. De strafoplegging is na schuldigverklaring meestal aan de rechter(s), hoewel in bijvoorbeeld België en Frankrijk de jury ook inspraak heeft bij de vaststelling van de strafmaat. In de Verenigde Staten geldt dat de doodstraf alleen kan worden opgelegd indien een – andere – jury daar unaniem mee instemt.[bron?] De schuld van de verdachte is dan dus al buiten gerede twijfel bewezen in de eerste fase van het proces.

In de Verenigde Staten kan iedere meerderjarige opgeroepen worden zitting te nemen in een jury, de zogenaamde juryplicht. Deze oproep negeren of weigeren kan worden uitgelegd als minachting van het hof en als zodanig worden bestraft. De opgeroepen kandidaat-juryleden zullen worden gescreend door beide partijen en door de rechter, en kunnen op grond van bevooroordeeldheid over de zaak gewraakt worden. Wanneer bijvoorbeeld de doodstraf in een strafzaak wordt geëist en een kandidaat zich pertinent tegen de doodstraf verklaart en deze ook bij voorbaat weigert op te leggen, zal deze van zijn juryplicht worden ontslagen. Een andere wrakingsgrond is familie- of vriendschapsbanden met een van de partijen of diens familie. Het niet gemist kunnen worden op het werk geldt daarentegen nadrukkelijk niet als vrijstellingsgrond; hier staat wel tegenover dat juryleden ontslagbescherming genieten. Ook persoonlijke- of familiekwesties zijn geen vrijstellingsgronden; dringende medische redenen (bijvoorbeeld een operatie moeten ondergaan) daarentegen wel. Juryleden ontvangen een forfaitaire dagelijkse vergoeding voor hun diensten. Opzettelijk ervoor zorgen dat men gewraakt wordt (bijvoorbeeld door bevooroordeeldheid te tonen of te veinzen) is een manier om aan de juryplicht te ontkomen zonder dat men een strafvervolging riskeert.

Tijdens het proces en de beraadslaging is de jury in veel gevallen afgezonderd. Contact met de buitenwereld is dan niet toegestaan. Dit is bedoeld om beïnvloeding door derden te voorkomen. Dit kan zelfs zo ver gaan dat televisie en kranten voor de juryleden verboden zijn. Juryleden mogen dan ook in principe tijdens hun juryplicht niet naar huis en moeten in een hotel verblijven. Ook dit kan per rechtssysteem verschillen. Problematisch kan het zijn wanneer juryleden elkaar beïnvloeden, bijvoorbeeld een jurylid met een dominante persoonlijkheid dat andere juryleden op zijn hand krijgt, of twee juryleden die tijdens de langdurige juryplicht een relatie met elkaar krijgen.

In de huidige vormen van jury bestaat er geen motiveringsplicht – de plicht om het oordeel te onderbouwen met wetten of beginselen – aangezien de jury uit leken gevormd wordt.[bron?] In Nederland werd in 1811 de Franse Code d'instruction criminelle en daarmee tevens juryrechtspraak ingevoerd als gevolg van de inlijving bij het Eerste Franse Keizerrijk. Deze werd echter als 'zwarigheid' gezien en daarom bij de herkregen onafhankelijkheid in 1813 vrijwel direct weer afgeschaft.[1]

Sinds kort[wanneer?] bestaat er in België wel een motiveringsplicht voor de jury, die op advies van het Europese Hof in Straatsburg is ingevoerd. Die bleek ook zeer bewerkelijk bij twee geruchtmakende processen eind 2010, de parachutemoord en de Marollenmoord, waardoor er zelfs stemmen opgingen om de juryrechtspraak af te schaffen.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. D. Aben, '178 jaar bijdragen aan de herzieningsrechtspraak. Anthoni Philipse en de rechtspraak', NJB 2016/1229; A.L. Melai/M.S. Groenhuijsen e.a. (red.), commentaar op artikel 269 Sv, aant. 4.1, in: Wetboek van Strafvordering, Deventer: Wolters Kluwer 2001 (online).