Belgisch Staatsblad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Belgisch Staatsblad, jaargang 2010, dus met Nederlands links – zie hoofdtekst.

Het Belgisch Staatsblad is het officiële publicatieblad van de Belgische staat, waarin wetten, koninklijke besluiten, decreten, ordonnanties, de oprichting van allerlei verenigingen, etc. voor het hele land worden bekendgemaakt. De Franse naam is Moniteur Belge, de Duitse naam is Belgisches Staatsblatt. De publicatie ervan wordt onder verantwoordelijkheid van de Federale Overheidsdienst Justitie verzorgd door het Bestuur van het Belgisch Staatsblad, anno 2017 onder directie van Wilfried Verrezen.[1]

De afkorting is BS, vaak cursief geschreven.

Geschiedenis[bewerken]

De Moniteur Belge werd opgericht bij regentsbesluit van 10 juni 1831 en verscheen regelmatig vanaf 16 juni 1831. Het was een privékrant onder regeringstoezicht waarin naast normatieve teksten, parlementaire verslagen en consulaire berichten ook politieke commentaren verschenen en aankondigingen van hofbals, epidemieën en pakketboten. Daarnaast bestond sinds 1830 het publicatieblad Bulletin officiel des lois et arrêtés royaux de la Belgique ("Staetsblad der wetten en koninklyke besluiten van België") voor wetteksten en de Union Belge voor parlementaire verslagen. Gestaag begon de accessoire rol van staatscourant zwaarder te wegen in de Moniteur Belge tot het blad bij wet van 28 februari 1845 de rol van officieel publicatieblad volledig overnam.[2] Er kwam een einde aan de opiniërende artikels ter ondersteuning van de regering en het unionisme. Het Bulletin Officiel werd omgevormd tot een periodieke wetsverzameling met een "Vlaemsche vertaling" ten behoeve van de Nederlandstalige gemeenten. De hoofdredactie van de Moniteur was van 1831 tot 1888 in handen van de Fransman Pierre-Philippe Bourson.

De democratisering van 1893 gaf een boost aan de Vlaamse taalstrijd en leidde in 1895 tot de eerste Nederlandse vertaling in het Staatsblad, afgedrukt in een kolom rechts van de Franse tekst. Door de Gelijkheidswet van 1898 kreeg de Nederlandse wettekst gelijke waarde. In de Wet van 31 mei 1961 was uitdrukkelijk bepaald dat de ene taal geen voorkeur genoot boven de andere in de wetsinterpretatie.[3] Om de gelijkwaardigheid van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap verder te benadrukken, wisselen de talen sinds 1976 jaarlijks van positie.[4]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de regering in ballingschap en het bezettingsbestuur elk een eigen Belgisch Staatsblad uitgebracht. Na de oorlog bleef enkel het eerste geldig.

Sinds 3 juni 1997 is het Belgisch Staatsblad online beschikbaar. Vanaf 1 januari 2003 werd het Staatsblad niet langer verspreid in gedrukte vorm en was het alleen nog raadpleegbaar via het internet. De wetswijziging die dit doorvoerde werd door het Arbitragehof in strijd geacht met de Grondwet, omdat niet alle burgers toegang hebben tot het internet. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen werd in mei 2005 beslist om de inhoudsopgave van het Staatsblad opnieuw af te drukken en ter inzage neer te leggen in onder meer bibliotheken, postkantoren en gemeentehuizen, waarna de burger tegen een vergoeding in openbare gebouwen de website kan raadplegen. Er worden nog vijf exemplaren gedrukt: voor het Algemeen Rijksarchief, de Koninklijke Bibliotheek van België, en de archieven van het Belgisch Staatsblad, de FOD Justitie en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Ook burgers kunnen een gedrukt exemplaar aanvragen, maar dat gebeurt zelden of nooit.[4]

Taal[bewerken]

De Nederlandse en de Franse tekst verschijnen in kolommen "tegenover elkander". In de even jaren staat het Nederlands links. Voor de Duitstalige Gemeenschap worden Duitse vertalingen gepubliceerd, maar die zijn niet rechtsgeldig.[4]

Kennisneming en rechtsgevolgen[bewerken]

De Belgische rechtspraak volgt het algemene rechtbeginsel "nemo censetur ignorare legem" (iedereen wordt verondersteld de wet te kennen, niemand kan zich beroepen op zijn onwetendheid van de wet).[5] Het is in principe niet mogelijk zich te beroepen op rechtsdwaling. Inwoners van België moeten dus eigenlijk op de hoogte zijn van de inhoud van het Belgisch Staatsblad. In 2005 werd vastgesteld dat in België zo'n 45.000 wetten en één miljoen wetsartikelen van toepassing zijn.[6] De burger dient daarvan echter alleen de wetten te kennen die op hem van toepassing zijn in de omstandigheden waarin hij zich bevindt.[7]

Wetten en besluiten worden verbindend tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad, tenzij ze iets anders bepalen.[8] Een wet die niet is bekendgemaakt is weliswaar rechtsgeldig, maar niet verbindend tegenover burgers (artikel 190 van de Grondwet).[9] Dit betekent dat de naleving van de wet juridisch niet kan worden afgedwongen.

Omvang[bewerken]

De omvang van het Belgisch Staatsblad neemt gestaag toe. Tussen 1845 en 2012 verschenen er 1.717.992 pagina’s, in de vijf jaar van 2013 tot 2017 nog eens 502.502, voor een totaal van 2.220.494. Tussen 2003 en 2017 varieerde het aantal bladzijden per jaargang tussen 57.756 (in 2005) en 117.002 pagina's (in 2017).

Al in de eerste maanden van 2017 werd duidelijk dat het aantal bladzijden voor het eerst over de 100.000 zou gaan. Het record van 2017 kwam er echter niet door een sterke toename in wetgeving. Europese verdragen genereerden zo'n 25.000 extra bladzijden. Als gevolg van de zesde staatshervorming verschijnen Europese verdragsteksten die voorheen alleen op federaal niveau geplaatst werden nu ook op gewestelijk niveau, dus in drievoud. Het lijvigste lemma van 2017 was de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne (6.827 bladzijden). Ook de voortschrijdende regionalisering van bevoegdheden binnen de Belgische federatie zorgde voor veel extra pagina's. De overheveling van het gezag over de binnenwateren van de FOD Mobiliteit naar de gewesten verdrievoudigde de hoeveelheid wetteksten over deze materie.[4][10][11]

  • Verticale as: Aantal bladzijden
  • Bron: Matthijs e.a. (2005)[12]; Belgisch Staatsblad, verwerking Voka–Kamer van Koophandel Limburg[13]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Els Witte, De Moniteur Belge, de regering en het parlement tijdens het unionisme (1831-1845), 1985, 143 p.

Externe links[bewerken]