Data Control Language

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een Data Control Language (DCL) is een computertaal, namelijk een deel van SQL, gebruikt om toegang tot een relationele database te controleren. Belangrijkste DCL-commando's:

  • CONNECT maakt een verbinding met een bepaalde databaseserver.
  • COMMIT maakt acties aangevraagd via vorige SQL-commando's permanent.
  • ROLLBACK maakt deze acties daarentegen ongedaan.
  • GRANT geeft bepaalde gebruikers bepaalde autorisaties voor bepaalde database-objecten.
  • REVOKE verwijdert eerder toegekende autorisaties.

Voorbeelden[bewerken]

  • GRANT CONNECT geeft een gebruiker de toelating om te verbinden met een database of een schema.
  • GRANT SELECT geeft een gebruiker de toestemming om een tabel te lezen, dus het SELECT-statement te gebruiken op die tabel.
  • GRANT INSERT geeft een gebruiker de toelating om rijen toe te voegen aan een tabel, dus het INSERT-statement te gebruiken op die tabel.
  • GRANT UPDATE geeft een gebruiker de toelating om velden in een tabel te wijzigen, dus het UPDATE-statement te gebruiken op die tabel.
  • GRANT DELETE geeft een gebruiker de toelating om rijen uit een tabel te verwijderen, dus het DELETE-statement te gebruiken op die tabel.
  • GRANT USAGE geeft een gebruiker de toelating om een database-object (zoals schema, een functie, een deel van de opslagruimte, ...) te gebruiken.

In Oracle impliceert een GRANT of REVOKE automatisch een impliciete commit.

In PostgreSQL is een GRANT- of REVOKE-commando transactioneel, en kan dus ongedaan gemaakt worden met behulp van ROLLBACK.

Zie eveneens[bewerken]