Decretum Gratiani

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fragment uit het manuscript "Decretum Gratiani". Dertiende-eeuwse, eenvoudige kopie afkomstig uit de abdij van Drongen. Bewaard in de Universiteitsbibliotheek Gent.[1]

Het Decretum Gratiani uit ca. 1140 is het belangrijkste werk van de in Bologna levende camaldulenzer monnik Gratianus. Het vormt het eerste deel van de zes juridische boeken die in het Corpus Iuris Canonici, de kerkrechtelijke tegenhanger van het burgerlijke Corpus Iuris Civilis, zijn samengebracht.

Inhoud[bewerken | bron bewerken]

Gratianus zelf noemde zijn werk Concordia Discordantium Canonum (Latijn voor "overeenstemming van tegenstrijdige regels"). Deze naam is een program: Gratianus probeerde schijnbaar tegenstrijdige canones met elkaar in overeenstemming te brengen. Daarmee geeft hij op scholastische wijze een overzicht van het canoniek recht tot aan het Tweede Lateraans Concilie in 1139.
Gratianus gebruikte als bron het Romeins recht, de Bijbel, decretalen, concilie- en synodedocumenten en oudere rechtsverzamelingen.

Invloed[bewerken | bron bewerken]

Het Decretum Gratiani had grote invloed. De samenstelling van het werk betekende het begin van een systematisch onderwijs en onderzoek in het canoniek recht aan de universiteit van Bologna. Het decretum werd het uitgangspunt voor juridisch commentaar in de marge (glossen) evenals voor systematische kerkrechtelijke commentaren (summae). Bekende glossencommentaren zijn van Rufinus van Bologna en Huguccio. Een belangrijk praktisch gevolg van het decreet was dat het woekerverbod uit de vroege kerk algemeen van kracht werd.

Werken die Gratianus gebruikte als bron[bewerken | bron bewerken]

Referenties[bewerken | bron bewerken]

  1. Decretum Gratiani. lib.ugent.be. Geraadpleegd op 26 augustus 2020.