Demonstratiesport

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gemengd korfbal werd als demonstratiesport gespeeld op de spelen in Antwerpen en hier op de spelen in Amsterdam.
Ook op de Paralympische Spelen worden demonstratiesporten beoefend. Hier een rolstoelrugbywedstrijd tussen Australië en Nieuw-Zeeland op de paralympische spelen in Atlanta.

Een demonstratiesport is een sport die tijdens een groter evenement wordt beoefend met als doel zichzelf te promoten.

Het meest bekend waren de demonstratiesporten bij de Olympische Spelen tussen 1912 en 1992. Het organiserende land voegde één of meer lokale of lokaal populaire disciplines toe aan het officiële programma. Er werden ook medailles uitgereikt aan de winnaars, zij het van een kleiner formaat dan de medailles van de olympische sporten. Enkele sporten hadden ook als doel op het olympisch programma te komen, en zeven van hen slaagden daarin. Tennis werd na een dispuut in 1928 geschrapt van het programma en uiteindelijk weer opgenomen na als demonstratiesport te zijn gespeeld. Na de spelen in Barcelona werd het programma zo uitgebreid dat demonstratiesporten toevoegen te bezwaarlijk werd. Het Internationaal Olympisch Comité vereist immers dat de demonstratiesporten gelijkwaardig worden behandeld met de officiële sporten.

Demonstratiesporten die een olympische sport werden[bewerken]

als olympische sport
geïntroduceerd in
sport m/v jaartallen als
demonstratiesport
zomerspelen
1936 basketbal mannen 1904
1936 kanoën mannen 1924
1964 volleybal 1924
1988 tennis m/v 1968, 1984
1992 honkbal mannen 1912, 1936, 1956, 1964, 1984, 1988
1992 badminton m/v 1972, 1988
1992 judo vrouwen 1988
2000 taekwondo m/v 1988, 1992
winterspelen
1960 langebaanschaatsen vrouwen 1932
1992 freestyleskiën m/v 1988
1992 shorttrack m/v 1988
1998 curling mannen 1932, 1936, 1988, 1992