Diederik van Bronckhorst-Batenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diederik III van Bronckhorst-Batenburg

Diederik van Bronckhorst-Batenburg, (Slot Moyland, Noordrijn-Westfalen, 22 mei 1504 - 9 januari 1586) was heer van Batenburg en Moyland, bannerheer van Baer, heer van Lathum en van Anholt 1549-1586 en pandheer van Bredevoort vanaf 1562.

Biografie[bewerken]

Diederik was een kleinzoon van Dirck van Bronckhorst en Batenburg heer van Fronenbroek. Zijn vader Diederik van Bronckhorst verkreeg de heerlijkheid Anholt, deels bij koop van zijn neef Herman van Bronckhorst en deels bij opdracht van hertog Carel in 1537. Zijn moeder was Anki van Wiekede, vrouwe van Moyland. Koning Filips II van Spanje gaf de heerlijkheid Bredevoort in 1562 in pand aan Diederik. Na de koop van het kasteel Baer, dacht Diederik tot de bannerheren te behoren, volgens een deductie die hij in 1570 aan 't Hof overgaf, maar waarop geen antwoord kwam; echter staat hij als bannerheer op de riddercedullen van 1565 tot 1579. Ook de heren van Bronkhorst bij Zutphen zeggen dat ze als leenmannen rechtstreeks onder de Duitse keizer vallen. Leden van de families Bronkhorst en Batenburg trouwen waarna de kinderen zich Bronkhorst-Batenburg gaan noemen, gevolgd door de introductie van een coalitie-wapen. De hertog van Gelre vecht voortdurend de juridische rechten van de bannerheren aan.

Hij trouwde met Elisabeth van Noyelles. Zij was de dochter van Guillaume van Noyelles (ca. 1485-) en Magdalena van Culemborg (1491-). Uit zijn huwelijk werden geboren:

  • Anna van Bronkhorst-Batenburg (1550 - 22 maart 1580)
  • Elisabeth van Bronckhorst (1551 - 11 april 1596). Zij trouwde op 22 juni 1607 met Johan van Raesfeldt heer van Oostendorp. Hij was de zoon van Adolf van Raesfeld-Ostendorp en Ermgard Schencking zu Bevern. Uit hun huwelijk werden 2 kinderen geboren:

Bronnen[bewerken]