Ecomodernisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het ecomodernisme is een stroming in het debat over duurzaamheid. Ecomodernisten zijn van mening dat verdere modernisering van de maatschappij geen bedreiging voor de duurzaamheid is, maar juist duurzaamheid helpt bevorderen.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Het ecomodernisme is rond 2004 ontstaan in de Verenigde Staten. De denkwijze ontstond mede in reactie op de denkbeelden van een deel van de traditionele milieubeweging. Volgens de ecomodernisten is een groot deel van de traditionele milieubeweging:

  • Te negatief over de gevolgen van de moderniteit en de vooruitgang voor het milieu.
  • Te negatief op de rol van de mens in relatie tot de natuur, en denkt zij te veel in termen van beperkingen van het menselijke handelen die nodig zouden zijn.
  • Te negatief over de risico's van technologie en economie voor het milieu.
  • Te negatief over de toekomst van de natuur, en overdreven positief over de kwaliteit van het leven in harmonie met de natuur zonder technologie.

In april 2015 schreef een groep van 18 zelfverklaarde ecomodernisten het gezamenlijk gepubliceerde An Ecomodernist Manifesto. Bekendste auteurs waren onder meer Linus Blomqvist, Stewart Brand, Barry Brook, Ruth DeFries, Erle Ellis, David Keith, Mark Lynas, Ted Nordhaus, Roger A. Pielke, Jr., Michael Shellenberger en Robert Stone.[1]

Denkbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Ecomodernisten onderscheiden zich binnen de milieubeweging door hun krachtige waardering voor modernisme en moderniteit. Zij verwelkomen verdere modernisering, en zijn ervan overtuigd dat modernisering eerder bijdraagt dan afbreuk doet aan de vooruitgang, ook op het terrein van duurzaamheid.

Ecomodernisten erkennen de bestaande milieuproblemen wel, maar geloven in de mogelijkheid om deze met behulp van menselijke inventiviteit te verminderen. Zij zetten waar dat effectief is graag in op technologische oplossingen, zoals bijvoorbeeld technieken voor schonere productie, die sterk zullen bijdragen aan een nieuwe, duurzame economie. Omdat zij denken dat de economie volledig duurzaam kan zijn, zien zij economische groei niet als een probleem, maar als positief voor een verdere verhoging van de welvaart. Volgens de ecomodernisten hoeven er dan ook geen consumptiebeperkingen te worden opgelegd aan de mens of het bedrijfsleven om duurzaamheid te bereiken. Zij willen niet rekenen op gedragsvoorschriften of morele oproepen tot soberheid om het milieu te beschermen, maar zien meer potentie in de toepassing van wetenschap en technologie om productie en consumptie zo schoon mogelijk te maken.

Zij zien de natuur als intrinsiek waardevol en kwetsbaar, maar ecomodernisten hebben geen moeite met de dominantie van de mens op onze planeet in het Antropoceen mits de mens zijn dominantie richt op het beschermen van de natuur door zo efficiënt mogelijk om te gaan met land, water en grondstoffen.

Technologie die helpt om voedsel- en energievoorziening, industrie en huisvesting te intensiveren is welkom omdat daardoor zoveel mogelijk land, zee en lucht kan worden teruggegeven of overgelaten aan wilde natuur.

Ecomodernisme in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Geïnspireerd door het werk van Mike Shellenberger en Ted Nordhaus, dat in 2004 de grondslag legde voor de ecomodernistische stroming, brachten zeven Nederlandstalige journalisten, wetenschappers en voormalige klassiek groene milieuactivisten in 2017 een boek uit over het ecomodernisme. Vanuit deze samenwerking is de Stichting Ecomodernisme ontstaan, die in Nederland artikelen, boeken en documentaires publiceert en congressen, workshops en debatten organiseert.

Externe Links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]