Eerste wet van Gossen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De eerste wet van Gossen (ook wel wet van het afnemend grensnut) is een economische wet geformuleerd door de Duitse econoom Hermann Heinrich Gossen. In deze wet onderzoekt hij de verhouding van het algemene nut (U) van een consument, gespecifieerd in goederen en diensten waarin hij geïnteresseerd is (Qi), en de verhouding tot het marginale nut (MNi), het grensnut dat de consument hierbij heeft.

Hierbij formuleerde Gossen de stelling dat het marginale nut van het aanschaffen van een extra goed waarin hij geïnteresseerd is, afneemt; dit gold als basis voor de latere marginale revolutie in de economische wetenschappen waarbij men onderzoek deed op de gevolgen van de consumptie, inzetten, ... van telkens één extra eenheid.

Algebraïsche formulering[bewerken]

Afname van het grensnut (u=nut, Δu=grensnut, q=geconsumeerde hoeveelheid)

De algemene nutsfunctie , als functie van de hoeveelheden van de goederen , neemt toe bij het verschaffen van telkens een extra eenheid. Het nut neemt altijd toe, maar dit is niet specifiek en kan geen antwoord bieden aan de evolutie van dit toenemende algemene nut.

Voor het grensnut van goed geldt:

Deze formule geeft de relatie tussen de drie grootheden die we beschouwen.

De eerste wet van Gossen: bij toenemende consumptie van een goed of dienst waarin de consument geïnteresseerd is , neemt het grensnut daarvan, af. In formule:

Zie ook[bewerken]