Erwin Kern

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.
Opgegeven reden: lemma behandelt eigenlijk de gehele moord en niet de persoon die verder geen zelfstandige Ew lijkt te hebben. Ombouwen tot Moord op Walther Rathenau zou wenselijk zijn. Ook weinig wiki opmaak

Erwin Kern (Gumbinnen, 8 augustus 1898Saaleck, 17 juli 1922) is een van de moordenaars van Walther Rathenau. Zijn mededaders waren Hermann Fischer, Ernst Werner Techow en Ernst von Salomon.

Leven[bewerken]

Kern vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog mee als Duits marinier. Echter, na de verloren oorlog had hij geen werk meer. Hij nam in 1921 ontslag uit de Duitse marine om rechtsgeleerdheid te gaan studeren in Kiel. Kern was aanhanger van de Pruisische mentaliteit, in tegenstelling tot Rathenau, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken op dat moment. Uit een later interview met von Salomon blijkt dat het motief voor de moord 'de sterkste figuur uit het kamp van de tegenstanders te elimineren' was, en niet omdat Rathenau een jood was, zoals eerder werd gedacht.

De moord[bewerken]

Op zaterdag 24 juni 1922 reed Walter Rathenau, de minister van Buitenlandse Zaken in Duitsland, naar het ministerie. Ter hoogte van de Königsallee werd de auto ingehaald door een andere auto. Tijdens het inhalen beschoot Erwin Kern Walter Rathenau met een MP18-machinepistool. Een tweede man, Hermann Fischer, gooide een handgranaat in de auto. Ernst Werner Techow zat achter het stuur van hun auto. Walter Rathenau overleed ter plaatse aan zijn verwondingen.

De Klopjacht[bewerken]

De moord maakte veel ophef in Duitsland. Honderdduizenden Duitsers kwamen de straat op bij wijze van protest. Men ging massaal op zoek naar de daders van deze aanslag. De chauffeur, Ernst Werner Techow, werd al snel gevat. Hij gaf al snel de namen van zijn kompanen aan de politie, die dadelijk affiches maakten met de foto en namen van de daders op, en verspreidden ze over heel Duitsland. Ernst von Salomon vluchtte naar München, Kern en Fischer vluchtten eerst naar hun basis in Rostock om zo naar Scandinavië te vluchten, maar besloten nadien om toch ook naar München te vluchten. Ze kozen voor het meest onopvallende vervoermiddel, de fiets. Net voor ze de Elbe bereikten, werden ze verraden door een spion. Ze konden nog net ontsnappen aan de politie, die de dag erna een gebied van honderd kilometer rond de plaats waar ze ontsnapten, controleerden. Elke voetganger en elke fietser werd gecontroleerd, maar toch slaagde het duo erin om te ontsnappen. Dit komt mede doordat er zeer veel mensen opdoken die enorm leken op de twee en zich ook met de fiets verplaatsten. Later bleken dit allemaal voorstanders van het duo te zijn.

Het Einde[bewerken]

Hun tocht eindigde halverwege München. In het dorpje Saaleck kregen ze van een bondgenoot onderdak in een toren. Ze werden opgemerkt toen twee mannen 's avonds vanuit een café in de buurt licht zagen branden in de toren, hoewel de eigenaar op vakantie was. Dit vonden ze verdacht en verwittigden de politie. Die ging een kijkje nemen en toen ze onderaan de toren kwamen kijken, merkten ze dat het Kern en Fischer waren die zich verscholen in de toren. De politie opende het vuur en Erwin Kern werd door een toevalstreffer geraakt aan zijn hoofd en overleed meteen. Hermann Fischer schoot zichzelf vervolgens dood.

Nadat Hitler in 1933 aan de macht kwam, kreeg Kern een ereplek onderaan de toren. Op hun sterfdag werd een ceremonie gehouden onder aanwezigheid van prominente Nazi-leden. Er werd ook een monumentale grafsteen neergezet en twee eiken geplant, die later zijn omgehakt.

Externe link[bewerken]